Bouman's Blog

Leven en werken in Roemenië

Tijd voor kinderen

De vraatzuchtige kabouter die sinds drie weken bij ons woont, houdt ons ‘s nachts wakker en de gemoederen bezig. Het prachtigste wezentje dat je ooit hebt gezien, behalve haar grote zus dan. Wij zitten deze laatste week van het jaar lekker te cocoonen, de hele dag op de bank met the history channel. Van de resten van het kerstoffensief van mijn schoonmoeder kunnen we nog zeker een week eten. Over de salata boeuf (waar veel inzit, maar vooral geen rundvlees) heb ik twee dagen gedaan. En met de glühweinwijn kunnen de halve flat dronken voeren (maar we drinken alles lekker zelf op).

De kleine Liza is aangegeven bij de gemeente en bestaat nu echt. Zij is geboren in Sector 1 van Boekarest, alwaar in de schaduw van de Triomfboog (1e Wereldoorlog) de nijvere ambtenaren de gegevens van de jonge belastingbetalertjes voor de eeuwigheid vastleggen. Zelf gezien.

Als jonge ouders flaneren wij door het immense park in ons arbeidersparadijs. De zwerfhonden zijn opgeruimd, links en rechts verrijzen winkelcentra en het lijkt wel of de hardlopers zich iedere week vermenigvuldigen. Het is belachelijk warm deze kerstperiode. De eendjes die in andere jaren ternauwernood een wak openroeien, denken nu al stiekum aan de lente.

Je wereld wordt een tijd heel klein, met een nieuw mensje in huis. Klein, overzichtelijk en geordend volgens het ritme van eten, verschonen en slapen. En over de voornemens voor 2016 hoeven we geen seconde te denken. Met onze ondernemende Duitse buurman, die in 3d-printers doet, zeggen wij: “Het hele jaar richten we ons op de groei!”.

Lieve lezer: Houd u goed in 2016. Onthoud: Ook een jaar is maar een jaar.

 

Oude bekenden

In de serie Mosterdnademaaltijdrecensies ga ik met al geruime tijd geleden verschenen boeken nog eens genoeglijk voor het spreekwoordelijke haardvuur zitten. Deze aflevering gaat over een boek dat gaat over brieven die gaan over dagelijkse dingen. Het is verschenen in het voorjaar van 2015.

Nu is een brief sowieso al iets voor het museum tegenwoordig en in dit geval gaat het om brieven uit de zeventiende en achttiende eeuw. De auteurs zijn Friese adellijke dames met namen als Agatha Tjaerda van Starkenborgh of Jeanette Isabella thoe Schwartzenberg. Zij schrijven aan hun gezinsleden, familie maar ook aan zakelijke relaties over hun wellen en weeën.

De auteur heeft heel wat zweetdruppeltjes gestoken in het hertalen van het oorspronkelijke materiaal. Hertalen is een activiteit vol nagelbijtende dilemma’s. Moet je al die u’s nou laten staan of moet je er je’s van maken? Waar moet je een toelichting bij plaatsen voor de lezertjes? Hertalen kan vreselijk ten koste gaan van het historische karakter van het materiaal. Maar het moet wel leesbaar blijven. Gelukkig is het heel goed gegaan. Ik had geen moment het idee dat de taal van de briefschrijvers gekunsteld modern of onbegrijpelijk zeventiende-eeuws was.

En dan de inhoud, want boeken gaan vaak ergens over. In dit geval was het natuurlijk zo dat de gebundelde brieven niet bedoeld waren om honderden jaren in een archief te vegeteren en vervolgens door een expert te worden geselecteerd en uitgeplozen. Die mevrouwen met hun mooie lange namen kloegen over bedorven boter, onbehoorlijke zonen en niet-betalende debiteuren, roddelden over de buren en verklaarden elkaar of aan derden de liefde. Er zijn trouwens ook veel brieven met treurige verhalen over ziekten en overlijdens, dus een luchtig boek is het niet geworden. Ik ben dol op geschiedenis en ik lees het meest over gebeurtenissengeschiedenis. Hoe kwam het dat iets gebeurde en wat gebeurde er daarna? Maar de veroorzakers en meemakers van al die gebeurtenissen komen er in het grote verhaal karig vanaf. Daarom is het juist zo leuk om eens te lezen wat de mensen er zelf van vonden. Niet: ‘De VOC was de grootste onderneming aller tijden‘ maar ‘Mijn man is al een jaar van huis en ik run de familiezaken’. Ik kreeg het gevoel alsof ik met die mensen aan de keukentafel zat, alsof het bekenden van me waren. Voor het begrip van de lezer staan er korte toelichtingen bij iedere brief, zodat je een beetje weet wie bij wie hoort en waarom ze schrijven wat ze schrijven. Ook die verklarende tekstjes hebben een hoop research gekost.

Kortom ik zou het boek meteen besteld hebben als we niet een exemplaar met opdracht hadden ontvangen. Want de auteur van Laet doch niemant dese brief leesen is mijn eigenste moeder. Ik kijk al uit naar een vervolgproject eigenlijk. Wanneer komt het volgende boek mam?

bornmeer.nl

bornmeer.nl

 

Schilderen

Aangezien over zeven weken Kind Twee (werktitel) wordt verwacht, moet er zo langzamerhand wat hardware worden voorbereid. Ana extraheert bergen kleertjes uit de opslag en ik schilder een ledikantje.

Nou heb ik al heel wat schilderuurtjes in de vingers hier in Roemenië. Ondanks een hardnekkig gebrek aan talent heb ik al het houtwerk van onze zomerresidentie al wel eens onderhanden genomen. Dat is eenvoudig plankjes bestrijken en er doet niemand moeiljik als er ergens wat drupt of uitloopt. Paul is erg tolerant.

Maar een ledikant is een ander verhaal, vooral als je eigen kroost de tandjes erop gaat stukbijten. Ik had dus het voornemen om dit project met de uiterste zorg en toewijding (dus niet met de gebruikelijke haast en lage kwaliteitsnormen) aan te pakken.

Zo kwam ik ook weer eens in de doehetzelfhal, alwaar de schappen met onbegrijpelijke producten mij aangrijnsden. Ik kon kiezen uit vopsea (verf), email (ook verf), lac (verf, maar dan anders) en baiț (vast geen verf). Nergens een specialist te bekennen. U weet wel, die kinders met op hun rug “kan ik u helpen?” maar die het ook niet kunnen helpen. Alles was voor alle soorten ondergrond (hout, metaal, steen) wat mij wel een beetje argwanend maakte. En dan had je ook nog op waterbasis en andere basissen. Er hielp geen googlen aan. Uiteindelijk ben ik bezweken voor een aardig potje dat zich verkocht met de slogan: verf gewoon over ouwe verf heen! en: waterbasis (kindtechnisch handiger, had ik begrepen).

Bij de datsja aangekomen (waar wij alles opslaan wat niet in het appartementje past, en waar dus ook het ledikant stond), bleek dat ik vergeten was om grondverf te kopen. Geen nood, er stond nog een bus olie en daar gaat het ook mee. Schuurpapier, o ja vergeten. Niet erg, Paul had gelukkig nog wat liggen.

Eerst maar even schuren…poe wat duurt dat lang zeg. Nog meer schuren, nog langer en verder schuren. Krampvingers. En compromissen: Nou misschien hoeft niet echt alle verf eraf hoor. Nee, dat kost zóveel tijd! En deze verf kan je overal overheen smeren, staat er zelf. Ik was het hout ook nog te lijf gegaan met een schuurdinges dat op een boormachine was gemonteerd. Dat ging als een tiet, alleen werd het hout ook weggeschuurd. Uiteindelijk heb ik vooral oude uitlopers, kledders en flatsen weggewerkt (de vorige keer was het bedje ook al door mij geschilderd).

Nu staat het Hollands ledikantje daar, vers in de olie, te dromen van lagen parelwit. Volgend weekend!

Alles is mega

De Mega Image op Bd. Regina Maria (www.managerexpress.ro)

De Mega Image op Bd. Regina Maria (www.managerexpress.ro)

Wij doen onze dagelijkse schapjes bij een keten met de naam Mega Image, vijf minuten lopen. Die naam heb ik altijd mal gevonden. Hij doet niet denken aan voedsel, appeleert niet aan traditie, familie of prijsstrategie. Mega Image klinkt als een tweederangs reclamebureau. Gelukkig is de waar beter dan de naam doet vermoeden. De winkels zijn tien jaar geleden overgenomen door de Belgische gigant Delhaize en dat merk je in het aanbod. Calvé pindakaas, crackers van Van der Meulen en Leffe tripel. Helaas geen goeie jong belegen, maar je kunt niet alles hebben.

Omgekeerd komt het vaker voor, namelijk dat een household name in West-Europa in Roemenië juist onderdoet voor het lokale alternatief.  Als je je auto wilt laten repareren dan kan dat bij de merkdealer of bij de lokale garage om de hoek (met ‘mannetjes’). De officiële garage is zeker 30% duurder en dubbel zo duur als je de prijzen vergelijkt met plattelandsgarages. En ze zijn niet betrouwbaarder. Want bij de dealer werkt een salesfiguur die zijn targets moet halen, zodat men probeert om je zoveel mogelijk extra kosten in de maag te splitsen. Daar komt bij dat de dealer voornamelijk bedrijven als klant heeft (lease-auto’s), dus de klanten die voor reparatie komen hoeven deze niet zelf te betalen. En met andermans geld is het makkelijker om gul te zijn. Bij het mannetje om de hoek zijn ze heel erg gewend aan klanten die vanwege een smalle beurs op alles af moeten dingen, dus komen ze vaak zelf al met kostentechnisch voordelige oplossingen. Dat kan natuurlijk ook gevaarlijk ver gaan, er zijn genoeg dertigjarige Dacia’s die met ijzerdraadjes bij elkaar worden gehouden.

Er zijn hier in Roemenië veel merken waar je ook in Nederland mee wordt doodgegooid. De Boekarestse warenhuizen (er wordt ieder jaar wel een nieuwe mall geopend) lijken precies op hun equivalenten in Frankrijk of Italië. Maar ze betekenen niet allemaal hetzelfde. In de jaren negentig was McDonald’s in Roemenië een soort exclusief restaurant – het nieuwe leven in eetbare vorm. Gelukkig heeft men snel ontdekt dat dat niet erg klopt. Maar de Ikea bijvoorbeeld, dat in Nederland starterswoningen en die van prijsbewustelingen van meubilair voorziet, is in Boekarest eigenlijk de enige middenoplossing. De alternatieven zijn namelijk enerzijds goedkope, lelijke meuk uit Turkije en anderzijds veel te dure designmeubels uit Italië. De grootste lokale keten, de Mobexpert, heeft naar onze opvatting van arme snobs net iets teveel tijgermotiefjes en oriëntaalse opleukerijtjes.

Waar je als Nederlander wel even van opkijkt, is de Peek & Cloppenburg. We hebben ook C&A, met ongeveer hetzelfde profiel als in het thuisland. Maar de P&C is in Nederland als merk bijna verdwenen en had bij leven een hardnekkig ouderedamesimago. Zo niet in Boekarest. Wie de winkels binnenstapt wordt begroet door trendy dansmuziek, terwijl trendy jongeren hun trendy kleren staan uit te zoeken. Zelfde eigenaar, zelfde logo, totaal ander imago.

Het allermooiste blijven de jaarlijks terugkerende aanplakbiljetten voor BZN-concerten. Echt, ieder jaar komen Jan Keizer en Anny Schilder onder de naam BZN hun oeuvre ten beste geven. In NL al jaren dood en begraven, maar in Roemenië blijft het een ijzersterk merk.

Autologie

We hebben een nieuw tweedehansje ingevoerd uit Duitsland (voor een nieuwe hadden we geen geld, en Roemeense tweedehansjes die zijn nogal afgeleefd door de slechte wegen hier) en daar hoort een ware orgie aan formaliteiten bij. Nadat ik met onze kennis die de aanschaf in Duitsland had geregeld, al een hele dag aan de sjouw was geweest voor papieren en keuringen, ging ik vandaag allenig de belastingen betalen. Een milieubelasting (zo’n 50 E) en een gemeentebelasting.

Bij de belastingdienst was het gezellig druk. En warm. Hittegolven beginnen in Roemenië pas boven de 40 graden, dus ik mag ook nog eens niet klagen. Gelukkig was ik goed voorbereid met alle mogelijke documenten. De ijverige beambten keken bewonderend toe hoe ik het ene na het andere paperas uit mijn koffertje toverde. Ik had zelfs fiscale zegels van 2 lei (moeilijk te krijgen).

Toch is mijn missie slechts gedeeltelijk geslaagd. Ik mocht wel de stapel papieren indienen op grond waarvan de belasting gecalculeerd wordt, maar voor het betalen zelf moest ik maandag terugkomen. Terwijl je op de website van de belastingdienst zelf je milieubelasting kunt uitrekenen moet er ten kantore nog flink over nagedacht worden.

Enfin. Maar toen ik bij de lokale belastingen de oude auto wilde uitschrijven, kreeg ik een afwijziging op het rekest. Want: de auto stond op naam van Ana. En hoewel ik geheel voorbereid met het trouwboekje wapperde gaf de ambtenare geen krimp. “U kunt ondertussen wel gescheiden zijn.” Dus daar moet eerst een machtiging worden geregeld van de notaris.

Overigens is dit alles peanuts vergeleken bij het ambtelijke moeras waarin mijn ziekenfondsregistratie is verdwenen. De bijdragen in het ziekenfonds worden beheerd door de belastingdienst, maar die was iets verkeerd gedaan zodat het ziekenfonds mij er doodleuk uit heeft gemieterd. Ik heb zelf bij de belastingdienst de fout laten herstellen, maar het ziekenfonds geeft geen krimp. Als u binnenkort in de krant leest dat een hopeloze Hollander maar zijn eigen ziekenfonds is begonnen, dan weet u waarom.

Stout

geleend van ziuanews.ro

geleend van ziuanews.ro

Een gearresteerde politicus is in Roemenië net zoveel nieuws als dat er hier gaten in de weg zitten. In tegenstelling tot andere voormalige Sovjetsatellieten waait er in Roemenië momenteel een stevige anticorruptiewind. Arrestaties zijn aan de orde van de dag, en onlangs luidde de politie van Boekarest de noodklok wegens een cellentekort. Nodig ook trouwens, in een van de meest corrupte landen van Europa.

Maar toen gisterochtend de kranten in chocoladeletters kond deden van het formeel als verdachte aanmerken van de premier, was dat toch wel nieuws. In de pers was het gegnuif niet van de lucht. Ook buitenlandse boodschappers brachten het bericht met trompetgeschal.

Als u mij de scheve vergelijking wilt vergeven gaat de beschuldiging net als bij Al Capone om een nevenmotief: valsheid in geschrifte in Ponta’s geval. Het past wel bij Ponta’s karakter als bewezen plagiarist, maar valt in het niet bij het corrupte gegraai van de PSD, de partij waarvan Victor Ponta de leider is.

Vooralsnog weigert de premier af te treden, hoewel en uiteraard de president alsmede alle politieke tegenstanders bloed ruiken en om het hardst roepen dat hij de eer aan zichzelf moet houden. Ponta kan moeilijk gearresteerd worden – omdat Ponta ook lid is van de kamer van afgevaardigden moeten zijn collega’s eerst toestemming geven. Een tijdschrift merkte op dat de premier nu beschermd wordt door de wet die hij een paar maanden geleden nog beloofde te wijzigen.

Water

Toen Roemenië in 1990 ineens wakker werd in het Kapitalisme kon dat natuurlijk niet meer, al die staatsbedrijven. Sommige werden verkocht, andere verdonkeremaand, maar veel nutsbedrijven werden omgedoopt tot Regie Autonoma (zelfstandige beheersmaatschappij). Zo hebben we de Regia Autonoma de Transport Bucuresti (RATB), die de bejaarden en scholieren door de stad bust. We hebben – mijn persoonlijke favoriet – de Regia Autonoma Administratia Patrimoniului Protocolului de Stat (RAAPPS), die zorgt voor de vele villa’s waar hoogwaardigheidsbekleders van staatswege in worden gehuisvest.

Onze verwarming en (warm) water worden geleverd door de R.A.D.E.T. Dat klinkt als de misdaadorganisatie uit een Bondfilm, en ik verdenk ze inderdaad van snode neigingen. Steeds als wij namelijk klagen over lauw water in plaats van warm, sluiten ze een paar dagen het warme water af wegens ‘reparaties’.

Sinds begin jaren ‘2000 de problemen met de leidingen steeds groter werden hebben veel mensen een CV-ketel aangeschaft (centrala termica). Als je losgekoppeld wilt worden van de stadsverwarming moet je daar wel toestemming voor vragen, van de RADET en van de buren. Die krijgen dan namelijk minder warm water omdat het verbruik daalt. Het water staat langer in de leidingen en koelt af. Tenminste, dat zegt de RADET.

Volgens ons hebben ze inmiddels zulke krakkemikkige leidingen (niemand investeert in onderhoud, want de overheid is 100% aandeelhouder en ze hebben een monopolie) dat de temperatuur wegens lekken al zover daalt, dat het gewoon veel te koud bij de hoofdkraan van de flat aankomt.

Wij hadden de laatste tijd flink last van deze toestanden. ‘s Morgens voor je werk douchen, vergeet het maar. ‘s avonds afwassen? Wacht maar even 20 minuten tot het water enigszins warm is. Over de milieugevolgen durf ik niet eens te denken. Dus wij klagen, gestaafd met temperatuuraflezingen aan de hoofdkraan. Ja zegt die mevrouw, we sturen een ‘interventieteam’. Volgende dag een briefje op de voordeur van de flat: Morgen en overmorgen geen warm water. Wegens werkzaamheden.

Ik kon ze bijna diabolisch horen lachen.

Contrasten, aflevering 3854

borrowed from simplybucharest.ro

borrowed from simplybucharest.ro

from rezistenta.net

Brokkelig huis op Calea Dudesti. Courtesy rezistenta.net

Hoewel ieder land uiteraard een land van contrasten is, heeft Roemenië lekker de meeste. Op weg naar mijn nieuwe werk (voor 3 dagen in de week ben ik senior consultant in productontwikkeling bij Wolters Kluwer) kom ik eerst door een communistisch flatlandschap, vervolgens langs een verpauperde zigeunerbuurt waar de kapitale villa’s al sinds 1948 geen verfje meer hebben gehad, langs een winkelcentrum waar je Calvin Klein-spijkerbroeken van 150 euro kan kopen (minimumloon: 200 euro), over de rivier, weer een vooroorlogse wijk maar dan wat beter opgeknapt, dan achterlangs bij het paleis van de Metropoliet, voorbij het industriële erfgoed (instortingsgevaar!) en dan ben ik er:

Aan een brede, nieuw aangelegde weg met 2 rijstroken heen en 2 terug liggen links wat brokkelige panden en morsige bedrijfsterreinen, en rechts is braakland zover het oog strekt. Helemaal braakland? Nee, er is één kantoorkolos die de strijd met de elementen voert, een groenglazen ode aan het kapitalisme. Deze kantoorflat luistert naar de naam Green Gate. Een paar kilometer verderop staan er tientallen, maar in deze buurt vlak ten zuiden van het paleis van Ceausescu is het de enige in zijn soort. Wij bezetten de zesde etage met een prachtig uitzicht over de stad.

Geeft niet, wasstraat om de hoek

Geeft niet, wasstraat om de hoek

De lokatie is alleen wat ver van de metro (zeker 20 min. lopen) en er zijn geen parkeerplaatsen. Er zijn zeg maar 20 parkeerplaatsen achter het pand, en een parkeergarage onder het pand. Die parkeergarage schijnt zo aan de prijs te zijn qua huur, dat bedrijven alleen voor hun management parkeerplekken hebben geregeld. Om het pand heen is een flinke lap grond, waar men een grasveldje heeft aangelegd en een soort kiezelstrand. Maar geen parkeerplaatsen. En aangezien er iedere dag honderden werknemers hun auto kwijt moeten, staan die op de stoep. Bovenop de fietsstrook. En als je na half negen komt, moet je uitwijken naar elders in de wijk of een soort baggerveldje naast de flat.

Dat baggerveldje verandert bij regen in een modderbad en ziet er dan uit zoals op de foto onder. Je begint dan een beetje te begrijpen waar het parkeerprobleem vandaan komt. Dat er een probleem is in de oude stad, die gebouwd is toen er nog geen auto’s waren, soit. Dat er een probleem is in de communistische wijken, voor een tijd dat je jaren op de wachtlijst stond voor een auto, okee. Maar dat er in fakking 2015 niet fatsoenlijk bij je werk geparkeerd kan worden is gewoon flut.

En dan zit je daar dus in het kraakheldere pand met klimaatregeling, kantoortuin en graties koffie (het restaurant op de begane grond bezorgt pizza aan je bureau). En dan kijk je uit het raam: een gezellig rommeltje van ouwe huisjes, net aan de sloophamer van Ceausescu ontsnapt, en wat ouwe fabriekjes waarvan sommige zijn omgeturnd tot kantoren of zalencentra. Ik moest vanmorgen een heel eind lopen van de auto naar kantoor (ons Fordje is niet blubberproof). Onderweg zag ik óf snelle jongelui met een oortje en hippe kleren, óf mismoedig voortschuifelende oudjes op weg naar de markt.

 

Telefoon

Vandaag zijn het eens geen parlementsleden of burgemeesters, maar de volledige politietop van de provincie Timiș die zijn gearresteerd voor corruptie. Voor de broodnodige Roemeense afwisseling, zullen we maar zeggen. Want bij al dat gearresteer wil je natuurlijk ook weleens wat anders. Zonder dollen is Roemenië overigens kampioen politici en functionarissen veroordelen – daar kunnen andere landen nog wat van leren. De corruptie mag in Roemenië endemisch en systemisch zijn, maar de heelmeesters hebben hun zachte methoden losgelaten. Het is wel de vraag of justitieoptreden genoeg is om potentiële corruptelingen af te schrikken, maar er worden tenminste resultaten geboekt.

Roze toiletgebouw in park Titan. Bron: www.gandul.info

Roze toiletgebouw in park Titan. Bron: http://www.gandul.info

Hierdoor – of misschien juist ondanks deze ontwikkelingen – gaan steeds meer Roemenen zich druk maken om dingen waar ook Nederlanders zich druk om maken: scheve stoeptegels, gebrek aan parkeerplekken, hondepoep. Er is een facebookgroep hier in onze wijk die het aftreden van de burgemeester eist omdat deze op kosten van de burger ons mooie park volplempt met sierbestrating, kunstwerken en roze toiletgebouwen.

Dus, en zelf ben ik natuurlijk ook zo’n Hollander die zich opwindt over scheve stoeptegels, terwijl ik dat in eigen land nooit deed.

Toch zou ik het jammer vinden als de gemeente het ineens op de heupen kreeg en de openbare ruimte met smaak en telefooncel2 telefooncel1fatsoen ging inrichten. Dan zou je nooit meer dingen zien als die telefooncel van de inmiddels al twee keer van naam veranderde voormalige nationale telefoonmaatschappij, sinds jaren ontbonden van het vaste net en bij het leggen van nieuwe tegels op de stoep netjes aan de kant gezet. En die staat er dus al tijden. En hij zal ook nog wel even blijven staan.

Het leukste is: tweehonderd meter verder staat er precies zo een.

Parastas

De kerk op strada Batistei. Geleend van wikigogo.org

Komend weekend worden we voor de derde keer peetouders, wanneer de kleine Paul wordt gedoopt. Gelukkig wordt het een klein feestje. Veel Roemenen hebben de neiging om zich enorm in de kosten te steken voor dit soort gelegenheden, om de appearances maar up te keepen. Maar daar hebben Pauls ouders dus niet zo’n last van. Eerst naar de kerk, waar de priester wel is gewaarschuwd dat er een niet-Roemeen peetouder wordt, maar waar we ook een plan B klaar hebben voor het geval ik op het laatste moment wordt geweigerd als naș. Ik mocht laatst bij een huwelijk ook al opeens geen getuige zijn van de ambtenaar, dus we zijn voorzichtig.

En daarna naar het restaurant. Een vriend heeft de pianist en de zangeres geregeld, een tweede heeft de drank gesponsord. Wordt gezellig.

Maar afgelopen weekend hadden we een ander typisch Roemeens evenement in het dorpje Măgura, waar Ana tot haar zesde bij opa en oma heeft gewoond en waar wij in de zomer nog altijd vaak komen. Oma is een paar jaar geleden overleden en overlijdens worden door de familie herdacht met eens in de zoveel tijd een parastas.

Met de buren, Magura januari 2015

Met de buren, Magura januari 2015

De parastas bestaat uit een speciale kerkdienst (op zaterdag) en een maaltijd. De nieuwe priester had er vaart achter gezet, want na een uurtje was de hele bedoening afgelopen. Voedselpakketjes uitgedeeld aan de arme dorpelingen, en toen aan het werk voor het eten. Oma heeft haar hele leven in een kamertje van 2,5 bij 2,5 gewoond en daar hadden we wat buren uitgenodigd om samen met ons te eten en te drinken en herinneringen op te halen aan de overledene. Het grote huis ernaast (niet op de foto) is ‘s winters onverwarmd omdat er niemand permanent woont.

In de stad bestaan nog dezelfde tradities wanneer mensen zijn overleden, maar die krijgen daar onwillekeurig een soort komisch karakter. Je voelt je op het Roemeense platteland echt onderdeel van het verleden, omdat de tradities zo naadloos in het leven passen en door iedereen worden gerespecteerd. Niets is stijf, gedwongen of opgeprikt. Alles is vloeiend, natuurlijk en vanzelfsprekend. De dood hoort bij het leven en daar wordt ook niet overdreven somber over gedaan. Zo’n parastas gaat vaak over in een klein feestje ter ere van de overledene. Het Roemeense platteland sterft helaas wel uit, dus het kan zijn dat dit soort tradities na een of twee generaties ook verdwijnen. Dat zou zonde zijn.

 

 

 

Berichtnavigatie

Volg

Ontvang elk nieuw bericht direct in je inbox.

Doe mee met 128 andere volgers