Bouman's Blog

Leven en werken in Roemenië

Archief voor de maand “juni, 2009”

Doop

Vanmiddag was ik bij een doopplechtigheid in een mini-kathedraaltje in oud Boekarest. Fresco’s, altaargoud, kaarsen, wierook, gewaden, zigeuner bij de deur, alle elementen die de kerkgang in Roemenië tot een belevenis maken.

Zo’n beetje iedereen in Roemenië wordt gedoopt en een belangrijke rol daarbij is weggelegd v0or de peetouders. Sterker nog: de ouders staan er een beetje als figurant bij. Terzijde moet ik even melden dat de gelukkige dopeling van vandaag een prachtkind was en zó relaxed, dat het de hele dienst geen kik gaf.

Dit in tegenstelling tot de priester, die bij ontstentenis van een geluidsinstallatie zijn geoefende stembanden door de ruimte deed weerklinken. Dat wil zeggen: het geluid dat er af kwam, niet de banden zelf. Hij werd bijgestaan door een koor, dat, bestaande uit twee morsige mannen op leeftijd, zo geroutineerd was dat de leden tijdens het zingen hun haar stonden te kammen of een dame in het décolleté stonden te kijken.

Priesters in Roemenië zijn als het weer: je kunt het treffen. Aan de andere kant bestaat ook de mogelijkheid, dat je het niet treft. Deze was op tijd, dat heb ik ook al anders meegemaakt. Tijdens het reciteren van de vaste teksten presteerde hij het echter om de dopeling met de verkeerde naam te benoemen. In plaats van de mooie klassieke Roemeense naam die zij draagt had hij – naar achteraf bleek – die van de vorige plechtigheid onthouden. Door het gegniffel zijn vergissing bemerkend gaf hij er een mooie draai aan. Het kind mocht dan wel niet werkelijk Christina heten, maar door de doop werd ze dan toch wel een christen (in het Roemeens: creștină).

Zo zie je maar weer: voor improvisatiekunst moet je in Roemenië wezen…

Waar woon ik?

Roemenen hebben vaak een minder concrete verhouding met hun topografie: ze weten niet waar ze zijn, en ook niet waar ze heen moeten.

Daarachter komen wordt de alhier ingezetenen dan ook niet makkelijk gemaakt. Straatnaambordjes zijn er uitbundig veel, alleen niet waar je ze zou verwachten. Richtingaanwijsborden zijn schaars. Huisnummers? Niet vanaf de straat te ontcijferen. Een huisnummer bestaat in Roemenië vaak uit een Bloc-nummer (flatgebouw) in een letter-cijfercombinatie. Bloc X13, bijvoorbeeld. Veel ‘blokken’ zijn erg groot en hebben dus meerdere ingangen. Zo’n ingang heet een ‘Scara’ (trappenhuis). Dan heeft ieder appartement een nummer en bovendien een etage-aanduiding. In de flat staat namelijk nooit zo’n handig bordje met ‘nrs. X t/m Y, die-en-die etage. Onze vriend de heer M. Cozma woont bijvoorbeeld op : Strada Baba Novac nr. 15, Bloc N8, Scara 3, Etaj 7, Apartament 67. Sector 3, Boekarest.

Kom je dus per auto in een vreemd stadsdeel, dan zal je moeten gokken waar welk bloc is en welke scara, want het bordje dat dat aangeeft is alleen van heel dichtbij te zien. Als je de straat al kan vinden. Roemenen zijn heel behulpzaam bij het wijzen van de weg. Het is me regelmatig overkomen dat iemand helemaal meeliep naar waar ik moest zijn, terwijl hij zelf de andere kant uit moest. Alleen dan moeten ze dus zelf wel weten waar ze zijn.

Vraag 10 willekeurige Boekarestenaars in een willekeurige straat in Boekarest hoe die straat heet, en ongeveer de helft zal het weten. Vraag naar een willekeurig niet al te achteraf straatje in een straal van, 200 meter en het aantal respondenten slinkt tot 2. Overigens is dat in Amsterdam ook zo, maar daar heb je meer toeristen. 

Had u gezien dat in het adres hierboven geen postcode staat? Die zijn er wel, maar niemand weet zijn postcode. Postcodes zoeken is dan ook geen eenvoudig karwei. Dan moet je eerst de straat weten en op de Roemeense versie van postcode.nl (www.cod-postal.ro) heeft de straat vaak een andere schrijfwijze dan op de bordjes. De straat waar wij wonen heeft 2 verschillende bordjes-versies plus nog een andere op die site. Datzelfde geldt voor de straat waar mijn kantoor is gevestigd. En toch is het hier al in de seventies ingevoerd.

Soms denk ik weleens dat men het expres ingewikkeld heeft gemaakt om goed excuus te creëren om te laat te komen. Over te laat komen een andere keer meer.

Allemansauto’s

Voor ’89 waren er twee inheemse automerken voor personenauto’s: de Dacia en de Oltcit. De eerste had een hele serie modellen die er allemaal hetzelfde uitzagen, gebaseerd op de oude Renault 11 (geloof ik), en het tweede merk had auto’s die sprekend leken op de Citroën Axel (gebouwd in de streek Oltenië, vandaar Oltcit). Oltcit is inmiddels ter ziele gegaan, en Dacia is overgenomen door het Franse Renault. Zeg maar: het ontwerp was toch al van hen.

Van een oud vrouwtje geweest, altijd binnen gestaan... Dacia_1300
Op wat uitzonderingen (Skoda’s, Lada’s, Aro’s) na reed iedereen dus in een van deze twee soorten auto’s. Naar schatting rijden er in Roemenië nog steeds anderhalf miljoen Dacia’s rond heden ten dage. Hoewel, rijden. Ik liep laatst langs een verdacht omheinde bouwput waar een dikke man in een hemd naast zijn Dacia stond. Of ik even wilde duwen. Ik duwen. Na een tiental meters remt de man, stapt uit en zegt: je duwt niet hard genoeg, ik vraag het wel iemand anders. Heb ik dat.
Maar waar ik heen wilde: we hebben nu kapitalisme enzo en markteconomie. Maar raad eens van welk merk vorig jaar ruim 50% van de verkochte nieuwe auto’s was? Juist: Dacia. Tegenwoordig dus met de toevoeging by Renault.  Rara wat zegt dit over de Roemeense volksaard… Voordat de Logan, zo heet de nieuwe Dacia, op de markt verscheen, reed gans het land rond in een Daewoo Cielo óf de schattige Tico.
Gelukkig is er voor de lokale gefortuneerden iets meer bewegingsvrijheid. Zij kunnen – als ze er bij willen horen tenminste – nu kiezen uit het nieuwste model Range Rover óf de BMW X6. Mensen die zich ergeren aan PC-Hooftstraattractoren bied ik een gratis onderdompelingstherapie aan. Een middagje Boekarest en je klaagt nergens meer over…

De onderwereld

Dat onze stad geen paradijs voor invaliden is, had u kunnen raden. Dat geldt voor de meeste oorden op deez’ aardkloot. Toch kan er hier in Boekarest altijd een schepje bovenop. Ik heb het pas sinds kort gemerkt, maar er is iets met onze putdeksels. Dat wil zeggen, ze zijn er niet altijd. Wee degene die inderhaast een misstap maakt. Overigens heb ik de meest interessante visuele ervaring nog niet op de foto, dat is namelijk een rioolput waar iemand zorzaam een verkeersbord (voetgangersoversteekplaats; die zijn toch zinloos) overheen heeft gedrapeerd.

Rijexamen met oom agent

Dat de uitroep: ‘Help, politie!’ in Roemenië meerdere betekenissen kan hebben, zal oplettende lezertjes die vóór de val van Ceaușescu nog weleens een krant opensloegen bekend voorkomen. De Roemeense Securitate was een gevreesde geheime politie, die naar men zegt de helft van de bevolking recruteerde om de andere helft te bespioneren.

Tegenwoordig is dat anders. Paul vertelt weleens dat kort na de revolutie de politie zo volslagen zonder gezag bleef, dat men rustig bij het passeren van een agent zijn raampje kon opendraaien en hem de een of andere verwensing (bijvoorbeeld de Roemeense versie van : Apekop!) toevoegen. Tegenwoordig is dat niet meer zo.

Nu wordt niet zozeer de Hermandad, alswel worden zijn boetes gerespecteerd. Die kunnen fors oplopen. Anderszins gaat de politie geheel mee in de relaxte omgang die de Roemeen met zijn wetgeving heeft. Vorige week stond ik te wachten bij een rood voetgangerslicht (over de verkeerslichten een andere keer meer), toen twee exponenten van de Verkeerspolitie mij achterop kwamen. Na enig aarzelen zei Jan Rap tegen zijn maat: ‘Kom!’ En haastig staken ze over.

Ook het aantal keer dat ik een politieagent achter het stuur van zijn Dacia al telefonerend een te ruime bocht heb zien nemen, is niet meer op de vingers van een hand te tellen. Toch krijg je voor alle vergrijpen die in Nederland wegenverkeerswettelijk een probleem vormen ook hier een serieuze boete. Vanwege het puntenrijbewijs moet de onvoorzichtige hardrijder zonder radardetector om de zoveel tijd opnieuw examen doen – naast het betalen van een minimumloon aan boete.

Het examen op zich is net als in Nederland. Het kan vriezen, maar ook dooien. Ze worden hier afgenomen door de politie. De mannen die ik door het rode licht zag lopen waren juist op weg naar zo’n examensessie. Het vertrekpunt van de examens is langs het park Titan, u kent het wel. Het schijnt seizoen te zijn, want iedere ochtend word ik, als ik na het meer de hoek om sla, begroet door een pandemonium van lesauto’s voor rijbewijs B en die voor vrachtauto’s en bussen (welke letters dat zijn weet ik niet meer, maar het is allemaal Europees). Deze stoet van autootjes, auto’s, vrachtwagens en autobussen blokkeert zorgvuldig de halve rijbaan tijdens het spitsuur, terwijl op het trottoir zich een menigte kandidaten ophoudt in verschillende stadia van nagelkluiverij.

Uiteraard is het moeilijkste deel van het examen de inschrijving. Heeft men zich door de bureaucratische molen van de Boekarestse verkeerspolitie geworsteld, is de rest een peulenschil. Toch kan het verkeren, getuige een verder zeker niet onkundige collega die het een paar keer over moest doen.

Naast voornoemde nagelbijtende agglomeratie zitten op een bankje drie agenten de kandidatenlijst door te nemen. Alle tijd van de wereld. Van de vele mensen die mij verbazen, zijn de ambtenaren die bij drukte niet harder, maar juist langzamer gaan, toch wel een soort op zich. Deze politieagenten zaten daar op dat bankje alsof ze in een andere dimensie zaten. En niemand vond het gek of wond zich zichtbaar op. Terwijl als een Roemeen zich opwindt, je dat meestal wel merkt. Een andere dimensie, zeg ik u. Heel even dacht ik ze uit een soort tijdluchtbel te zien stappen…

Berichtnavigatie