Bouman's Blog

Leven en werken in Roemenië

Archief voor de maand “januari, 2010”

Belastingtijd

De j zit weer in de maand, dus is het tijd om mij zorgen te gaan maken over de belastingen. Ik had vlak voor de kerst nog een telefoontje gehad van mijn boekhoudster, maar gezien de vakantiestemming had ik daar maar half naar geluisterd. Tot mijn grote verdriet, zo bleek vandaag.

Vanochtend had ik de boekhoudster (contabilă) aan de telefoon, en die zei dat ik voor 25 januari een of andere verklaring had moeten inleveren. In de paniek vanwege de verstrekenheid van die termijn luisterde ik wederom maar half – tot mijn grote verdriet.

‘Gelukkig’ zei ik tegen me eigen, ‘is de belastingdienst vlakbij. Ik loop gewoon even aan.’ Ik weet inmiddels hun lunchpauze (van half twee tot half vier), dus ik kwam niet voor een dichte deur te staan. De mevrouw bij Inlichtingen begroette me allerhartelijkst – die kende me nog van vorig jaar. Ze vroeg hoe het met de vrouw ging en of ik niet weer eens terugging naar mijn eigen land – en keek vergenoegd toen ik zei dat ik Roemenië nog veel te mooi vind. Met mijn vraag over ‘een of ander formulier met een BTW-verklaring als je intracommunautaire diensten levert’ kon ze niet veel, maar ze verwees me vriendelijk door naar kamer 5.

In kamer 5 bleek dat niet al het personeel van de belastingdienst van sector 3 even aardig is. In de kamer waren vier dames aanwezig. Ik had een naam gekregen maar kon niet vermoeden wie van de vier mensen daarbij hoorde. Dus ik zei vriendelijk, maar beslist: ‘Mevrouw Y alstublieft?’. Geen reactie. Ik dacht : die mensen zijn zó verdiept in hun belangrijke werk…’ ik stapte verder de kamer in en vroeg aan de eerste de beste vrouw, of zij de bewuste Y was. De aangesproken vrouw vertrok geen spier hoewel ik bijna op haar bureau stond, terwijl een andere snerpte dat zij het was. Met zo’n hoofd alsof ze mij de complete belastingwetgeving tien keer wilde laten overschrijven.

Ik legde uit  dat ik door Inlichtingen was gestuurd, wat het probleem was en of ze een formulier hadden voor dit soort verklaringen. De mevrouw zei dat ze dat wel hadden maar ik kreeg het niet. Ik moest met mijn boekhouder via een computerprogramma het formulier invullen. ‘Kunt u me dan tenminste vertellen wat voor gegevens ik moet verzamelen?’ ‘Meneer, wij doen hier niet aan fiscaal advies!’ Ja maar, dit is de belastingdienst. Ik kom hier om te vragen wat de regels zijn’. ‘Wij doen niet aan fiscaal advie-hies!’ ‘Okee nouja tot ziens hoor’.

Dus nou daar liep ik dan. Zonder info’s. Ik ga volgende week maar es bij de boekhoudster langs…

Talloos veel miljoenen

In 2005 is meen ik hier te lande de munteenheid ‘Leu’ (ROL) vervangen door de munteenheid ‘Leu’ (RON). Klein verschilletje: vier nullen. Betaalde je eerst dertigduizend voor een brood, nu is het drie. Veel Roemenen willen er vijf jaar na dato echter nog niet aan, dat zonder nullen. Geef toe, het klinkt ook veel leuker als je tweehondervijftigduizend hebt dan vijfentwintig. En het is niet iets van de oudere generatie: ik hoorde drie jongens van dertien vanmiddag over dertig miljoen.

Winkelmedewerkers, en dan vooral degenen wier onzalige taak het is om overal een prijsstickertje op te plakken, zijn vaak al wel ‘om’. Bij het afrekenen in een semi-hippe interieur-/prullariazaak vanmiddag vroeg de kassajuffrouw om tien lei en of ik een tasje wilde. ‘Graag’ zei ik (in het Roemeens, om niet teveel op te vallen). ‘De tasjes hangen daar’ was het antwoord. Een tasje was drie lei. Ach ja.

Dat is nog niks vergeleken bij de autoverzekering trouwens, mijn maatschappij van vorig jaar had de polis dit jaar 33 procent duurder gemaakt. Kwam ik vandaag achter bij het kopen van een nieuwe polis. Dat is nou typisch iets dat van mij stilzwijgend verlengd mag worden, hoewel ik deze keer blij was dat ik gauw naar een andere maatschappij kon. Crisis? Dan verhogen we toch gewoon de prijzen?

Tot zover Boekarest – over naar de studio!

Stoep verkopen = niet niks

Beinginbucharest houdt in dat er rond de jaarwisseling een winterslaapje wordt gehouden. Daarom pas nu het eerste blukje van het nieuwe jaar. Op veler verzoek (ahum).

Veel normale verschijnselen in de stad worden door het winterweer in een sterker licht geplaatst. Ik zie al sinds ik hier woon, dus vanaf vlak voor de kriezus, regelmatig mensen op straat dingen verkopen. Dat is op zich een fenomeen dat je in iedere stad wel zult tegenkomen. Een bepaalde categorie heb ik ergens nog nergens anders gezien. Het gaat om de amateur-stoepverkopers.

Stoepverkopers (of ook wel straatverkopers geheten, maar dat lijkt me op zich niet slim gezien het verkeer) hebben als enige gemene deler het lokatietype waar ze hun waar aan de man brengen. De meeste zijn topprofessionals, sommige weten zelfs goede winst te maken door het verkopen van mooie praatjes. Zo werd ik gistermiddag bij het verlaten van de supermarkt begroet met een opgewekt ‘Hé mooie jongen, geef mij eens 5 lei? Aalmoes!’ Dit bijzondere compliment kwam uit een zwaar beringde en bekettingde kleurige mevrouw van achter in de veertig.

Maar ik ben het meest onder de indruk van de amateurs. In de buurt van ons kantoor staat regelmatig een oudere heer op de rand van de stoep, zenuwachtig de voorbijgangers beogend. De voorbijgangers zijn daar overdag vaak oudere dames die zich tussen de markt en hun appartement bewegen. Deze heer heeft op een theedoek op de stoeprand uitgespreid: 8 pakjes papieren zakdoekjes, 5 doosjes wattenstaafjes voor in je oor, 5 verpakkingen zeep en een bosje tandenborstels. Achter hem razen de auto’s voorbij. Ik heb hem nog nooit iets zien verkopen. Een keer wilde een dame een bosje wortelen ruilen tegen een stuk zeep.

Een nog mooier voorbeeld was het zigeunerechtpaar dat midden in de sneeuwjacht van afgelopen maandag truien stond te verkopen. Elk had 1 trui te koop, die ze tegen de sneeuw in omhooghielden en aanprezen. Op zich natuurlijk logisch dat mensen in een sneeuwbui behoefte hebben aan een warme trui, maar je denkt bij dit soort verkopers al gauw: Er moet toch een handiger manier zijn om aan geld te komen? Op z’n minst een betere lokatie kiezen?

Het kan natuurlijk ook zijn dat die mensen nog maar in het eerste jaar zaten van de Hogere Stoephandelsschool…

Berichtnavigatie