Roemeniëkenners weten dat wij hier in een nagenoeg snelwegloos land leven. In grote delen is geen snelweg. Geeneen. Het hele noordoosten (het voormalige vorstendom Moldavië, waar ook het huidige land Moldavië deel van uitmaakte) moet het zonder snelweg stellen. Het zuiden, idem. Het noordwesten boven Cluj, noppes. En er is al helemaal geen snelweg door de Karpaten, die Roemenië in tweeën snijden.
Over dit snelwegloze tijdperk wordt steen en been geklaagd. Het remt de economische groei en het is gevaarlijker rijden op de smalle wegen (1540 verkeersdoden in 2023, tegenover 684 in Nederland). Ook slaan we een modderfiguur tegenover het buitenland. Zelfs het armere Bulgarije heeft meer snelweg.
Maar aan deze narigheid komt nu een einde, lijkt het. Na jaren van plannen maken en die vervolgens laten verouderen, waarna er weer nieuwe studies moesten worden verricht (een bedrijfstak op zich), is er nu met Europees geld de spade in de grond gestoken. Zo gaan dingen vaak in Roemenië: er is een plan. Heel lang gebeurt er niets, zo lang dat je denkt, er gebeurt nooit meer wat. Maar dan ontstaat er opeens elan, een kritieke massa, een ontstekingsmoment, en hup, alles gebeurt tegelijkertijd. Er wordt nu een driehonderd kilometer lange snelweg aangelegd van Boekarest naar Iași, in het noordoosten. De snelweg van Boekarest naar Transsylvanië wordt doorgetrokken door de bergen. Boekarest zelf wordt voorzien van een tweede ringweg zonder gelijkvloerse kruisingen. Er is zelfs een oost-westsnelweg gepland.
Dat betekent voor ons concreet dat we volgend jaar een half uur sneller (op een rit van nu ruim 2 uur) bij het weekendhuis op het platteland zijn en dat er minder zware vrachtwagens meer door de dorpjes hoeven. Over een paar jaar kan je zelfs over de snelweg van Hongarije naar Constanța rijden, Roemeniës belangrijkste zeehaven.
Aangezien de minister van transport iedere geasfalteerde kilometer te baat neemt om apart een lintje door te knippen, blijven de snelwegen een dagelijks nieuwsfenomeen. Er zijn projecties over hoe snel het zal gaan, er zijn analyses over de vorderingen van de verschillende aannemers, er zijn dronefilmpjes van de stadia van gereedheid, er zijn weddenschappen.
Hopelijk is het goed voor de ontwikkeling van het snelwegloos gebied. Transport, toerisme. Roemenië heeft van die wereldberoemde bergwegen (de Transcarpatica, Transfăgărășanul), maar dan moet je hier eerst kunnen komen.
En hopelijk gaan de Roemenen snel wat meer elektrische auto’s kopen, want je mag 130 op de snelweg en dat vindt het milieu natuurlijk niet zo leuk. Als jullie in Nederland nu gauw al je Tesla’s van de hand doen, dan zoeven die straks tweedehands onder de Karpaten door.

Overigens is die zoutmijn wel een bezienswaardigheid, in voor- of naseizoen een tripje waard. Foto hiernaast: het lijkt een ondergrondse stad, een science fiction atoomkelder. Of het zout neefje Albert van de poliepjes heeft afgeholpen is de vraag, maar de toeristische waarde is onmiskenbaar en ’s zomers staan er dan ook lange rijen.