Bouman's Blog

Leven en werken in Roemenië

Parkwelvaart

Source: Hotnews.ro

In januari waren er enorme protesten in het land. Honderdduizenden mensen op de been. Deze protesten hebben ervoor gezorgd, dat de regering een noodverordening moest intrekken, die juist zo gunstig was voor de corrupte types die in Roemenië de touwtjes vast hebben. Een duidelijk doelpunt voor de burgers.

Burgers, middenklasse, het is een begrip dat hier te lande onder een dikke laag stof vandaan gehaald moest worden. Grofweg tussen 1920 en 1940 was er in Boekarest en in andere steden een middenklasse opgekomen, voor hun welvaart afhankelijk van een betrouwbare en voorspelbare overheid en volop profiterend van nieuwe voorzieningen op het gebied van onderwijs en infrastructuur. Toen in 1947 de communisten aan de macht kwamen was het uiteraard afgelopen met deze ‘kapitalistische bourgeois’ want vijanden van het volk. Burger werd een scheldwoord in de monden van apparatsjiks. In de communistische staat bestond geen middenklasse, alleen het volk en zijn leiders.

Na de revolutie, in 1989, werd een belangrijk deel van de arbeidersklasse omgezet in uitkerings- en pensioentrekkers. De megafabrieken met tienduizenden werknemers sloten en de regering was genereus met vroegpensioenen. Gevolg: Miljoenen burgers die voor hun levensonderhoud afhankelijk zijn van het sabbelen aan de staatstiet en daarna vaak nog wat bijklussen. In bepaalde gebieden is de verhouding 3 uitkerings-/pensioentrekkers op 1 werkende.

Dan was er nog de voormalige partijleiding, laten we zeggen zo’n 20.000 partijbonzen, -kaders en securitate-officieren. Die vormen sinds de revolutie de sociaaleconomische elites, vaak in clans die door huwelijken en peetouderschap (allemaal godfathers) met elkaar zijn verbonden. Deze mensen zaten aan de knoppen toen de revolutie uitbarstte, en hebben zichzelf de baantjes en de eigendommen van de staat toebedeeld.

Voor de revolutie was er dus het volk en de partijleiding, na de revolutie de staatstepelaars en de zakspekkers. Een feodale configuratie.

Nu ontstond er begin jaren 2000 langzaam en voorzichtig een middenklasse in een aantal Roemeense steden. Na zo’n vijftien jaar economische groei (minus een implosietje in 2009-2010) is die middenklasse aardig gegroeid. In Boekarest zijn salarissen van 1500 euro netto al niet meer bijzonder en een manager bij een IT-bedrijf verdient al gauw het dubbele. Ter vergelijking: Het modaal inkomen in NL is ongeveer 2000 euro netto.

Deze middenklasse heeft er zelf voor gewerkt, en is niet afhankelijk van de staat. Zij hebben behoefte aan een voorspelbare, betrouwbare overheid – die er nu niet is. Dit in tegenstelling tot de hele grote onderklasse die door gebrek aan opleiding, perspectief en door de armoedeval vooral behoefte heeft aan uitkeringen. Daardoor is deze groep voor behoud van de status quo, waarin ze in ruil voor trouw stemgedrag kunnen rekenen op uitkeringen en pensioenen. Dat geldt ook voor de elites, die de staat nodig hebben om af te romen en om de functies die ze kunnen bemachtigen of bij wijze van gunst uitdelen.

De middenklasse heeft dus last van corruptie en baat bij transparantie, efficiëntie en integriteit. Dit zijn de mensen die Roemenië gaan redden: Ze hebben een sociale positie te verdedigen, een legitiem belang, ze hebben het geld en de energie om iets te doen. Dus als ze in het park de baby en mij zowat van de sokken rijden met hun kekke fietsjes, skates, hoverboards en autopetten, heb ik ze al snel weer vergeven.

Bergen van sneeuw

Toen ik vanmorgen met gezwinde pas de voordeur van de flat uitstapte, deed ik van de weeromstuit een stapje terug. Lag er gisteren al sneeuw, nu glimlachte mij een eindeloze witheid geheimzinnig tegemoet onder een vallend voorhang van vlokjes (pardon, ik kon het niet laten).

image1_75563400Uitgraven van de auto zou zeker een uur duren, zodat ik besloot de stoute bergschoenen aan te doen en de metro te pakken. Na enig waden bleek het bij de metro nog erg rustig, gelukkig. Als ik een half uurtje later was geweest… zie hiernaast.

De metro gaat niet helemaal tot aan kantoor. Vanaf het centrale Plein van de Eenwording (Piața Unirii) vertrekt er iedere paar minuten een trammetje met arrebeiers zuidwaarts. Als ik daar geen zin in heb, gaat er altijd nog een pendelbusje van ons kantoorgebouw, dat je voor de deur afzet.

Zo niet vandaag.

De tramhalte bood onderdak aan wat oude dametjes, die tegen beter weten in stonden te wachten. Zij wisten namelijk dat er heel geen trams meer reden. Ook het busje van kantoor was in geen velden of wegen te bekennen, midden op straat glibberde een massa forenzen – te voet.

De brede boulevard, genoemd naar koninging Maria uit het begin van de vorige eeuw, zit op doordeweekse dagen ramvol verkeer. Nu was de weg wel schoongeveegd, maar afgesloten voor autoverkeer omdat verderop het dak van een oude bierfabriek was ingestort. Kon niet tegen al die sneeuw.

Dus werd het wandelen naar kantoor, ik was een kind op speelkwartier.

20170111_075648

 

Het kan altijd gekker

Roemenië wordt sinds de stolen revolution van 1989 bijna onafgebroken geregeerd door de voormalige communistische partij, omgedoopt tot sociaaldemocraten, in werkelijkheid populistisch-kleptocraten.

Opmerkelijk genoeg blijft een stevige (relatieve) meerderheid van de kiezers geloven in deze PSD. Deze kiezers wijten de economische achterstand, afstand tussen arm en rijk, corruptie en bestuurlijk onvermogen aan iedereen (met name ‘verborgen machten’ uit het buitenland en hun handlangers) behalve de partij die al 25 jaar aan de touwtjes trekt.

Het kan een mens bitter stemmen. Begin december waren er weer verkiezingen – deze keer deed er gelukkig een nieuwe, niet-corrupte partij mee (USR) en die haalde zo’n 10 procent van de stemmen. Daar zit vast groei in. Toch werd de PSD weer ruim de grootste met zo’n 40 procent van de stemmen. Ik krijg de indruk dat veel Roemenen de onzekerheden van hun Westeuropese continentgenoten delen en hun hoop vestigen op een sterke man.

download

Liviu is blij

Nou, die heeft de PSD wel. De partijleider, Liviu Dragnea, wordt alom beschouwd als een machiavelliaans genie. Als je konkelefoezen opzoekt in de encyclopedie, staat zijn foto erbij. De grootste partij levert in Roemenië doorgaans de premier, maar Dragnea mag deze functie niet bekleden omdat hij is veroordeeld voor verkiezingsfraude vorig jaar. Hij wilde zijn medebaronnen geen kans geven, dus is er nu een zetbazin als kandidaat-premier naar voren geschoven.

 

Deze Sivil Shhaideh is getrouwd met een Assadaanhangende Syriër, die hoge functies in de dictatuur aldaar heeft bekleed. Zijzelf was jarenlang de rechterhand van partijbaron Constantinescu (in de gevangenis voor corruptie). Dragnea zelf was getuige op haar bruiloft. Algemeen wordt aangenomen dat zij premier blijft totdat het parlement de onwelgevallige wet heeft veranderd waardoor Dragnea zelf geen premier mag worden.

Fijne kerst!

 

De Sint bezoekt eerst de buitenwacht

Sinterklaas was al vorig weekend in Boekarest. Waarschijnlijk om technische redenen had hij geen paard bij zich. Wel een hoop totaal politiek correcte kleur- en roetveegpieten, hoewel je op de foto nog een paar traditionele ziet. De goedheiligman (of zoals mevrouw Nowicki zou zeggen, de hoedgeiligman) zag er zeer gezond uit en verloor geen tijd met plichtplegingen. Ieder kind werd terdege ondervraagd over zijn of haar schoolprestaties en hobby’s. Voor kado’s zouden de ouders thuis zorgen, maar er waren wel door de firma Pepernoot gesponsorde snoeptasjes. De ambassadeur had haar residentie opengesteld. Die is gelukkig nog in het centrum in een mooie villa, niet zoals de ambassade zelf die naar een akelig kantorenpark aan de rand van de stad is verhuisd.

De vaders van de kinderen (er waren veel vaders) hadden hun weekendgezicht opgezet en stonden in hun casual overhemden heel lang te wezen. Bij evenementen met Nederlanders kan ik nooit zien wat er vooraan gebeurt. Ik kwam een kennis tegen, zodat het toch nog gezellig werd. Onze oudste moest eerst liedjes instuderen onder leiding van een Zangcoach, vervolgens vroeg Sinterklaas haar een spagaat voor te doen en daarna ging ze kauwend naar het Sinterklaasjournaal kijken.

Op de terugweg vroeg ik: Zou die Sinterklaas nou echt bestaan?

Dochter: Nou de paashaas en de tandenfee die bestaan niet. Maar Sinterklaas wel hoor.

Ik: Er zijn ook kinderen die zeggen dat hij niet bestaat.

Dochter: Ja, maar in mijn klas zeggen de meesten dat hij wel bestaat.

Ik: Maar, wat zeggen die andere kinderen dan? Hoezo bestaat hij niet?

Dochter: Kan je erover ophouden? Waarom moet je dat allemaal weten?

En zo is het ook natuurlijk. Of Sinterklaar nou wel of niet bestaat, is eigenlijk niet relevant.

Maneschijn

Als de pruimen van de bomen komen denderen, weet de Roemeen dat het tijd is om de stookketel aan te vuren. Afgelopen weekend heb ik voor het eerst zelf een potje țuică gedestilleerd, onder leiding van Paul.

stookketel MaguraNou gebruiken wij alle soorten fruit in de stokerij, want als het gist dan kan je er alcohol van maken. De meeste fruitsoorten geven de drank ook nog een bouquet van jewelste. Graan of aardappels verstoken past niet in de Roemeense traditie. Dat doen ze maar in Rusland en Polen.

Op de foto bij dit stukje ziet u het hoekje in de oude koeiestal, waar mijn schoonfamilie al eeuwen aan het stoken is. Tijdens het communisme was dat klandestien, want foei alles is van de staat, dus moest Ana’s opa de lokale autoriteiten omkopen – met drank. Om de productie niet in het oog te laten lopen, had hij een ondergrondse afvoer gemaakt voor de fruitprut (borhot) die overblijft na het stoken.

Links op de foto ziet u de koperen stookketel. Hij is ingebouwd in een oven en wat u erboven ziet is een soort afneembaar expansievat. Het deurtje onderaan staat open voor de foto, om te laten zien dat er echt wat gebeurt. De ketel wordt geladen met fruit dat eerst is voorbewerkt: Goed pletten, dan wat water en eventueel suiker erbij, dan een paar weken wachten. Het fruit wordt er dus in geschept (er gaat zo’n 90 liter in). Dan wordt het expansievat erop gezet, de naden gedicht en het geheel met een stalen buis aangesloten op het koelvat (rechts op de foto). Het koelvat is gevuld met water. De buis spiraalt door het vat naar een kraantje beneden, waar je de verdampte en vervolgens afgekoelde drank opvangt.

Door zelf mengen en op eikenhout bewaren kan je de meest fantastische țuică (tswieka) maken. Maar dan moet ik eerst nog een tijdje in de leer.

 

 

Altijd dat geklaag

Vanochtend was op de radio dat de levensverwachting in Roemenië de afgelopen 25 jaar met 10 jaar is gestegen. Een prima ontwikkeling zou ik zeggen – geeft de communismenostalgen mooi het nakijken. Bovendien weten u, ik en de andere goed geïnformeerde burgers dat een hogere levensverwachting in hoofdzaak te danken is aan twee dingen: beter eten en betere zorg. Allemaal goed nieuws. Maar de headline van het nieuwsbericht was dat Roemenië het op twee na kortst leeft in de EU.

Vorige week had ik het met collega’s over parkeren. Parkeren is een probleem en daar klagen veel mensen terecht over. Maar een beetje perspectief is nooit weg. In 1990 waren er in Boekarest 10 keer zo weinig auto’s, en geen parkeergarages. Nu zijn er talloze parkeervoorzieningen en in het centrum hebben ze zelfs een stuk of vijf, zes parkeergarages gegraven. Er is geen enkele overheid die een vertienvoudiging van het aantal auto’s in 25 jaar kan oplossen. Maar als je ziet hoeveel viaducten en wegverbredingen er de afgelopen 10 jaar zijn aangelegd, zie je wel dat de gemeente zijn best doet.

En dan corruptie. Laatst was ik op een Ubertocht met als chauffeur een politieman (van de jandarmerie). Door zijn wisselende diensten had hij tijd over om bij te beunen. We hadden het over de toestand in het land en uiteraard gaf hij aan dat ‘ik helaas niet de kans heb gegrepen om te emigreren, er is niets veranderd hier en er gaat ook niets veranderen’. En toen ik zei dat er toch de laatste jaren stoute politici met bosjes achter de tralies worden gezet, kon hij melden dat de echte bazen nog steeds vrij rondliepen. Op zich kan dat best, maar als je bedenkt dat Roemenië 25 jaar geleden werd geregeerd door een communistische dictator, dat vervolgens ondanks een volksopstand de communistische elite gewoon aan de macht is gebleven met hun corruptie en nepotisme, dan zijn de resultaten gewoon heel goed. In 25 jaar hebben de Roemenen (met hulp van de EU) een volledig verrot rechtssysteem omgeturnd tot een werkend systeem met een aantal rotte plekken.

Zou het zo zijn dat de Roemenen naast hun latijnse bloed een shot Slavische – of sterker nog, Hongaarse – mistroostigheid hebben meegekregen? Ik vermoed van wel.

En dan nog dit: U merkt dat het aantal stukjes flink afneemt – dat komt omdat ik nou 2 kinderen heb, 2 banen heb, in 2 talen stukjes schrijf en me inlees in een 2e rechtssysteem.

 

Bijna geplet door een geel Hollands monster

Vanochtend bracht ik de oudste en een buurmeisje naar de ritmiesegimmestiekles, dat wordt gratis aangeboden door de gemeente. Pomtiedom en een lekker zonnetje. Werd ik me daar bij het linksafslaan toch bijna omver gewalst door een stadsbus met als reclame erop een enorm logo van de Frico. Hollandse kaas!

Roemenië wordt steeds Nederlandser. Je kunt nu gewoon pindakaas van de Calvé krijgen in de supermarkt (die eigendom is van Albert Heijn, ook al heet hij niet zo). Stroopwafels, geen probleem. Er zitten hier een enorme hoop Nederlandse bedrijven, of buitenlandse bedrijven met Nederlanders in dienst. Dat merkte ik weer eens bij de jaarvergadering van de Nederlands-Roemeense Kamer van koophandel.

Zelf werk ik een deel van mijn tijd bij een Nederlands bedrijf en van mijn andere klanten zit een belangrijk deel ook in Nederland. Het is bijna geen emigreren meer, zo geïntegreerd is het allemaal in Europa.

Ook de mensen worden steeds Nederlandser. Er groeit in de hoofdstad een middenklasse met rijtjeshuizen in buitenwijken, spaarrekeningen en lease-auto’s, vakanties in Griekenland en doorgroeimogelijkheden op het werk. Ik zou bijna zeggen, mijn werk is gedaan en tijd om te gaan.

Maar, wie zal er dan nog verslag doen over Boekarestse wederwaardigheden?

Operatie geslaagd, patiënt geroosterd

Ziekenhuis Fundeni, chirurgiegebouw

Ziekenhuis Fundeni, chirurgiegebouw

Mijn schoonmoeder is afgelopen dinsdag met succes geopereerd. In een 9 uur durende operatie heeft professor Irinel Popescu, de plaatselijk aanbeden en nurksige arts die geen smeergeld wil hebben, met zijn team al het kwalijke nagekeken en weggesneden. Althans dat hopen wij, want er moeten nog wat resultaten komen van onderzoek. De chirurg was tevreden, dus dat is alvast goed nieuws.

Na een dag mocht de patiënt van de intensive care af en ligt nu op zaal te herstellen van de operatie. Ana gaat iedere dag, maar ik was vandaag voor het eerst ook op bezoek.

Het gebouw op de foto is een kolos in sovjetstijl. Het heeft in tegenstelling tot de aanpalende panden een verfje gehad en stond vandaag majestueus in de voorjaarszon. Het gebouwtje midden onderaan is een nieuw bijgebouw, waar ambulances makkelijk naar binnen kunnen rijden. Dit is veruit het grootste oncologisch centrum van het land. Een bewaker had zich lui op een stoeltje geïnstalleerd en wuifde me verder. Verder de ingewanden van het gebouw inwandelend, maakten frisgeverfde wanden en designwachtbankjes plaats voor afgeleefde linoleumvloeren en dito tegelwanden.

Mijn schoonmoeder ligt op een kamer met vijf andere vrouwen rood aan te lopen. De voorjaarszon schijnt al krachtig en één kamergenoot verzet zich dwingend tegen het openen van de ramen. In Roemenië is het geloof in dodelijke tocht springlevend. Van de lamellen voor de ramen is de helft verdwenen en een airco is er op de hele gevel niet te vinden. Dit alles zal het genezingsproces al niet bevorderen, maar veel erger is het personeel. Dat wil zeggen, het gebrek aan personeel.

Artsen en verpleegkundigen verlaten Roemenië als geldschieters een noodlijdend bedrijf, zodat er op de verpleegafdeling maar héél weinig zusters zijn. De zusters die er zijn, laten zich zelfs met smeergeld niet verleiden tot een actieve houding. Men komt injecties geven en als je mazzel hebt de drainagezak verversen, maar dan heb je het qua service wel gehad. Moet er iemand ’s nachts naar de wc, maar kan niet uit bed komen? De wc is op de gang, er is geen po en een verpleegster is onvindbaar. Succes.

Zodoende hebben veel patiënten een onofficiële begeleider bij zich. Mijn schoonvader heeft vrij genomen van zijn werk (hoewel dat eigenlijk niet kon, hij is docent) en levert mantelzorg in het ziekenhuis. Er is voor begeleiders geen plaats ergens, dus hij zit de hele dag in de vensterbank of op een wrakkig stoeltje. ’s Nachts is er een standaard ritueel, waarbij de bewaker eerst de formaliteiten in acht neemt door alle ‘bezoek’ naar huis te sturen maar vervolgens een oogje dicht te knijpen wanneer men stiekum blijft zitten. Slapen doet mijn schoonvader dus ook op een stoel.

Ik vermoed dat de hele toestand behalve uit geldgebrek, door onwil, corruptie en gebrek aan organisatievermogen blijft voortbestaan. Verbeteringen zijn er wel, maar die gaan langzaam en als je nu in het ziekenhuis ligt heb je er niets aan. Privéziekenhuizen zijn er wel, maar voor de meeste Roemenen te duur. En kankerbehandelingen doen die nauwelijks, want niet winstgevend.

Ana doet wat ze kan, maar heeft thuis een minimensje om voor te zorgen. Komende week komt een buurvrouw van op het dorp een week op een stoeltje slapen. Hopelijk mag mijn schoonmoeder snel naar huis! Wordt vervolgd.

Kankerziekenhuis

Mijn schoonmoeder, die haar hele leven al rookt, aan diabetes lijdt en sinds een schildklieraandoening kampt met hardnekkig overgewicht, heeft leverkanker. Primaire leverkanker. Dat komt heel zelden voor en kan je alleen maar als enorme pech betitelen. Geen longklachten, geen hartklachten, nee, leverkanker.

Ze wordt al twee jaar in de gaten gehouden, maar de bult in de lever blijkt nu kwaadaardige neigingen te hebben en moet eruit worden gesloopt. Daar zijn ze niet in één keer achter gekomen, nee daar zijn talloze onderzoeken aan vooraf gegaan.

Mijn schoonouders wonen in een provinciestad (zo’n 100.000 inwoners), ongeveer anderhalf uur rijden van de hoofdstad Boekarest. In hun eigen stad is wel

Ziekenhuiscomplex Fundeni. Geleend van mapio.net

Ziekenhuiscomplex Fundeni. Geleend van mapio.net

een ziekenhuis, maar daar werkt anderhalve chirurg en een paardenkop. De paardenkop doet de meeste operaties. Er is namelijk in Roemenië sprake van een enorme doctor drain, duizenden artsen verlaten ieder jaar het land. Uiteraard de best opgeleide, ambitieuze jonge artsen gaan pleite en we blijven zitten met de tweederangs artsen.

 

Behalve in Boekarest, gelukkig, want daar is het nog wel aantrekkelijk voor artsen om te werken.

Dat komt, patiënten zijn in Roemenië gewend om flink in de buidel te tasten. Bovenop de ziekenfondspremie van 5,5% van het brutoloon wordt bij iedere ingreep in een staatsziekenhuis een envelopje overgeschoven. Verpleegsters, anesthesisten, iedereen krijgt geld. Het schijnt dat de meeste artsen ook wel werken zonder smeergeld, maar als Roemeense patiënt neem je liever het zekere voor het onzekere. Tel uit je winst en verbaas je niet dat specialisten met hun officiële salaris van zo’n 1500 euro allemaal joekels van auto’s en huizen hebben.

Enfin, in Boekarest zijn dus nog goede artsen (en in een paar andere steden, zoals Cluj-Napoca) maar niet in de provincie. Mijn schoonouders hebben voor al die onderzoeken naar Boekarest moeten komen, naar een kolos van een ziekenhuiscomplex in de wijk Fundeni. Ook een van de weinige oncologie-instituten van het land.

Voor ieder bezoek moesten mijn schoonouders om vier uur ’s morgens opstaan, zodat ze om zeven uur bij het ziekenhuis in de rij plaats konden nemen. Met een beetje geluk was de consultatie dan om elf uur. Af en toe moesten ze na uren wachten weer onverrichter zake naar huis omdat de dokter het te druk had met opereren. Ook voor het vernemen van de resultaten van een bloedonderzoek of een biopsie moest dezelfde reis worden afgelegd. Telefonische inlichtingen bestaan niet en e-mailen al helemaal niet.

Nu is mijn schoonmoeder opgenomen, want ze gaan opereren. Gelukkig is dat nog een optie, de lever kan veel hebben. Ze werd op vrijdag opgenomen en op maandag zou het gebeuren. Maar zonder enige inlichtingen ging maandag, dinsdag, woensdag en ook donderdag voorbij. Mijn schoonmoeder zat zich van spanning op te vreten en niemand die kwam vertellen hoe het zat. Wat bleek op vrijdagochtend: De operatie zou niet voor de maandag daarna plaatsvinden. Dan heb je dus iemand zinloos een week in het ziekenhuis gehad.

In de loop van diezelfde dag hoorde mijn schoonmoeder van een medepatiënt dat die ‘het bloed geregeld had’. Bij navraag bleek: Behalve in spoedgevallen opereert het ziekenhuis alleen patiënten voor wie minstens drie mensen bloed hebben gedoneerd. Of extra smeergeld hebben betaald, uiteraard. Waarschijnlijk is het een officieuze regel, want officieel lijkt dit me niets te maken hebben met een gelijke en rechtvaardige behandeling van patiënten. Misschien ook daarom had niemand de moeite genomen om dit even door te geven.

 

Wij hebben met stijgende ergernis en ongeloof kennis genomen van de wederwaardigheden van mijn schoonmoeder, en ik dacht laten we deze schandaligheden in ieder geval met het internet delen. Wordt vervolgd.

Op zoek naar een groter huis

De steigers zijn bijna weg, het laatste piepschuim wordt geplakt

De steigers zijn bijna weg, het laatste piepschuim wordt geplakt

De gezinsuitbreiding ligt uit volle borst te brullen in de wieg en ik denk, het wordt tijd om groter te gaan wonen. Wij wonen nu al zes jaar in deze heerlijke arrebeierswijk, in deze gezellige (meestal) en rustige (meestal) flat. De gemeente heeft het hele gebouw net geïsoleerd, groot onderhoud aan de leidingen gegeven en een verfje gesmeerd, uiteraard met EU-geld (waarvoor hartelijk dank, o Nederlandse belastingbetaler).

Maar het wordt nou echt wat klein, drie kamertjes voor vier man. Roemenen wonen bijna allemaal klein en dat vind ik op zich prima. Scheelt stofzuigen, stookkosten en als je iets kwijt bent, duikt het al snel weer op. Maar ik wil eigenlijk wel weer een plekje voor een bureau, de wederhelft wil dat ook en de zussen hebben een ruime kamer nodig.

Dus omkeren die spaarpot! Spannend is overigens wel dat er nieuwe wetgeving aan zit te komen die hypotheektrekkers meer steun geeft – het idee is dat je gewoon je huis kan teruggeven en de schuld is dan vereffend, ook als het ondertussen in waarde is gedaald. Banken vinden dat niet leuk en verhogen waarschijnlijk de eigen inleg voor hypotheken. Dan kunnen ze zich indekken. De rente gaat vast ook omhoog, trouwens. Ons huidige huis heeft een flinke onderwaarde, want gekocht tijdens de bubbel. ‘Gelukkig’ hoeven we niet bij te betalen aan de bank want ook destijds moest je zelf al 25% van de hypotheeksom inleggen.

Dan is het huizen vinden vervolgens ook niet makkelijk, met die aardbevingen. Als totale onkundige heb ik me toch moeten verdiepen in gewapend beton en wanneer dat aan z’n end raakt. De hele stad staat vol met communistische flats, gebouwd tussen pak ‘m beet 1950 en 1990. Maar in feite kan je alles van voor 1977 wel vergeten want in dat jaar gooide een stevige beving tientallen flats en 1500 mensenlevens in puin. Wat daarna is gebouwd, moest voldoen aan veel strengere normen.

Na de revolutie (1989) is er relatief weinig gebouwd in de stad. Veel mensen zijn in randgemeenten gaan wonen. Nieuwe flats zijn vrij schaars, en veel duurder dan ouwe. Met een beperkt budget moet je dus goed zoeken. Overigens is nieuwbouw al net zo lelijk als communistische bouw. Echt leuk wordt het in zo’n ouwe villa, van voor de oorlog. Veel huizen van toen hebben iets heel romantisch, met boograampjes, erkertjes, hoekjes, torentjes en trappetjes. Maar ja, die aardbevingen hè. Bakstenen en honderd jaar oud cement, daar slaap je niet rustig in als er 8 op de schaal van Richter kan verschijnen.

Enfin, we gaan rustig verder verkennen, het oude huis zien kwijt te raken en dan volgend voorjaar wat nieuws kopen. Wordt vervolgd!

Berichtnavigatie