Bouman's Blog

Leven en werken in Roemenië

Bijna geplet door een geel Hollands monster

Vanochtend bracht ik de oudste en een buurmeisje naar de ritmiesegimmestiekles, dat wordt gratis aangeboden door de gemeente. Pomtiedom en een lekker zonnetje. Werd ik me daar bij het linksafslaan toch bijna omver gewalst door een stadsbus met als reclame erop een enorm logo van de Frico. Hollandse kaas!

Roemenië wordt steeds Nederlandser. Je kunt nu gewoon pindakaas van de Calvé krijgen in de supermarkt (die eigendom is van Albert Heijn, ook al heet hij niet zo). Stroopwafels, geen probleem. Er zitten hier een enorme hoop Nederlandse bedrijven, of buitenlandse bedrijven met Nederlanders in dienst. Dat merkte ik weer eens bij de jaarvergadering van de Nederlands-Roemeense Kamer van koophandel.

Zelf werk ik een deel van mijn tijd bij een Nederlands bedrijf en van mijn andere klanten zit een belangrijk deel ook in Nederland. Het is bijna geen emigreren meer, zo geïntegreerd is het allemaal in Europa.

Ook de mensen worden steeds Nederlandser. Er groeit in de hoofdstad een middenklasse met rijtjeshuizen in buitenwijken, spaarrekeningen en lease-auto’s, vakanties in Griekenland en doorgroeimogelijkheden op het werk. Ik zou bijna zeggen, mijn werk is gedaan en tijd om te gaan.

Maar, wie zal er dan nog verslag doen over Boekarestse wederwaardigheden?

Operatie geslaagd, patiënt geroosterd

Ziekenhuis Fundeni, chirurgiegebouw

Ziekenhuis Fundeni, chirurgiegebouw

Mijn schoonmoeder is afgelopen dinsdag met succes geopereerd. In een 9 uur durende operatie heeft professor Irinel Popescu, de plaatselijk aanbeden en nurksige arts die geen smeergeld wil hebben, met zijn team al het kwalijke nagekeken en weggesneden. Althans dat hopen wij, want er moeten nog wat resultaten komen van onderzoek. De chirurg was tevreden, dus dat is alvast goed nieuws.

Na een dag mocht de patiënt van de intensive care af en ligt nu op zaal te herstellen van de operatie. Ana gaat iedere dag, maar ik was vandaag voor het eerst ook op bezoek.

Het gebouw op de foto is een kolos in sovjetstijl. Het heeft in tegenstelling tot de aanpalende panden een verfje gehad en stond vandaag majestueus in de voorjaarszon. Het gebouwtje midden onderaan is een nieuw bijgebouw, waar ambulances makkelijk naar binnen kunnen rijden. Dit is veruit het grootste oncologisch centrum van het land. Een bewaker had zich lui op een stoeltje geïnstalleerd en wuifde me verder. Verder de ingewanden van het gebouw inwandelend, maakten frisgeverfde wanden en designwachtbankjes plaats voor afgeleefde linoleumvloeren en dito tegelwanden.

Mijn schoonmoeder ligt op een kamer met vijf andere vrouwen rood aan te lopen. De voorjaarszon schijnt al krachtig en één kamergenoot verzet zich dwingend tegen het openen van de ramen. In Roemenië is het geloof in dodelijke tocht springlevend. Van de lamellen voor de ramen is de helft verdwenen en een airco is er op de hele gevel niet te vinden. Dit alles zal het genezingsproces al niet bevorderen, maar veel erger is het personeel. Dat wil zeggen, het gebrek aan personeel.

Artsen en verpleegkundigen verlaten Roemenië als geldschieters een noodlijdend bedrijf, zodat er op de verpleegafdeling maar héél weinig zusters zijn. De zusters die er zijn, laten zich zelfs met smeergeld niet verleiden tot een actieve houding. Men komt injecties geven en als je mazzel hebt de drainagezak verversen, maar dan heb je het qua service wel gehad. Moet er iemand ‘s nachts naar de wc, maar kan niet uit bed komen? De wc is op de gang, er is geen po en een verpleegster is onvindbaar. Succes.

Zodoende hebben veel patiënten een onofficiële begeleider bij zich. Mijn schoonvader heeft vrij genomen van zijn werk (hoewel dat eigenlijk niet kon, hij is docent) en levert mantelzorg in het ziekenhuis. Er is voor begeleiders geen plaats ergens, dus hij zit de hele dag in de vensterbank of op een wrakkig stoeltje. ‘s Nachts is er een standaard ritueel, waarbij de bewaker eerst de formaliteiten in acht neemt door alle ‘bezoek’ naar huis te sturen maar vervolgens een oogje dicht te knijpen wanneer men stiekum blijft zitten. Slapen doet mijn schoonvader dus ook op een stoel.

Ik vermoed dat de hele toestand behalve uit geldgebrek, door onwil, corruptie en gebrek aan organisatievermogen blijft voortbestaan. Verbeteringen zijn er wel, maar die gaan langzaam en als je nu in het ziekenhuis ligt heb je er niets aan. Privéziekenhuizen zijn er wel, maar voor de meeste Roemenen te duur. En kankerbehandelingen doen die nauwelijks, want niet winstgevend.

Ana doet wat ze kan, maar heeft thuis een minimensje om voor te zorgen. Komende week komt een buurvrouw van op het dorp een week op een stoeltje slapen. Hopelijk mag mijn schoonmoeder snel naar huis! Wordt vervolgd.

Kankerziekenhuis

Mijn schoonmoeder, die haar hele leven al rookt, aan diabetes lijdt en sinds een schildklieraandoening kampt met hardnekkig overgewicht, heeft leverkanker. Primaire leverkanker. Dat komt heel zelden voor en kan je alleen maar als enorme pech betitelen. Geen longklachten, geen hartklachten, nee, leverkanker.

Ze wordt al twee jaar in de gaten gehouden, maar de bult in de lever blijkt nu kwaadaardige neigingen te hebben en moet eruit worden gesloopt. Daar zijn ze niet in één keer achter gekomen, nee daar zijn talloze onderzoeken aan vooraf gegaan.

Mijn schoonouders wonen in een provinciestad (zo’n 100.000 inwoners), ongeveer anderhalf uur rijden van de hoofdstad Boekarest. In hun eigen stad is wel

Ziekenhuiscomplex Fundeni. Geleend van mapio.net

Ziekenhuiscomplex Fundeni. Geleend van mapio.net

een ziekenhuis, maar daar werkt anderhalve chirurg en een paardenkop. De paardenkop doet de meeste operaties. Er is namelijk in Roemenië sprake van een enorme doctor drain, duizenden artsen verlaten ieder jaar het land. Uiteraard de best opgeleide, ambitieuze jonge artsen gaan pleite en we blijven zitten met de tweederangs artsen.

 

Behalve in Boekarest, gelukkig, want daar is het nog wel aantrekkelijk voor artsen om te werken.

Dat komt, patiënten zijn in Roemenië gewend om flink in de buidel te tasten. Bovenop de ziekenfondspremie van 5,5% van het brutoloon wordt bij iedere ingreep in een staatsziekenhuis een envelopje overgeschoven. Verpleegsters, anesthesisten, iedereen krijgt geld. Het schijnt dat de meeste artsen ook wel werken zonder smeergeld, maar als Roemeense patiënt neem je liever het zekere voor het onzekere. Tel uit je winst en verbaas je niet dat specialisten met hun officiële salaris van zo’n 1500 euro allemaal joekels van auto’s en huizen hebben.

Enfin, in Boekarest zijn dus nog goede artsen (en in een paar andere steden, zoals Cluj-Napoca) maar niet in de provincie. Mijn schoonouders hebben voor al die onderzoeken naar Boekarest moeten komen, naar een kolos van een ziekenhuiscomplex in de wijk Fundeni. Ook een van de weinige oncologie-instituten van het land.

Voor ieder bezoek moesten mijn schoonouders om vier uur ‘s morgens opstaan, zodat ze om zeven uur bij het ziekenhuis in de rij plaats konden nemen. Met een beetje geluk was de consultatie dan om elf uur. Af en toe moesten ze na uren wachten weer onverrichter zake naar huis omdat de dokter het te druk had met opereren. Ook voor het vernemen van de resultaten van een bloedonderzoek of een biopsie moest dezelfde reis worden afgelegd. Telefonische inlichtingen bestaan niet en e-mailen al helemaal niet.

Nu is mijn schoonmoeder opgenomen, want ze gaan opereren. Gelukkig is dat nog een optie, de lever kan veel hebben. Ze werd op vrijdag opgenomen en op maandag zou het gebeuren. Maar zonder enige inlichtingen ging maandag, dinsdag, woensdag en ook donderdag voorbij. Mijn schoonmoeder zat zich van spanning op te vreten en niemand die kwam vertellen hoe het zat. Wat bleek op vrijdagochtend: De operatie zou niet voor de maandag daarna plaatsvinden. Dan heb je dus iemand zinloos een week in het ziekenhuis gehad.

In de loop van diezelfde dag hoorde mijn schoonmoeder van een medepatiënt dat die ‘het bloed geregeld had’. Bij navraag bleek: Behalve in spoedgevallen opereert het ziekenhuis alleen patiënten voor wie minstens drie mensen bloed hebben gedoneerd. Of extra smeergeld hebben betaald, uiteraard. Waarschijnlijk is het een officieuze regel, want officieel lijkt dit me niets te maken hebben met een gelijke en rechtvaardige behandeling van patiënten. Misschien ook daarom had niemand de moeite genomen om dit even door te geven.

 

Wij hebben met stijgende ergernis en ongeloof kennis genomen van de wederwaardigheden van mijn schoonmoeder, en ik dacht laten we deze schandaligheden in ieder geval met het internet delen. Wordt vervolgd.

Op zoek naar een groter huis

De steigers zijn bijna weg, het laatste piepschuim wordt geplakt

De steigers zijn bijna weg, het laatste piepschuim wordt geplakt

De gezinsuitbreiding ligt uit volle borst te brullen in de wieg en ik denk, het wordt tijd om groter te gaan wonen. Wij wonen nu al zes jaar in deze heerlijke arrebeierswijk, in deze gezellige (meestal) en rustige (meestal) flat. De gemeente heeft het hele gebouw net geïsoleerd, groot onderhoud aan de leidingen gegeven en een verfje gesmeerd, uiteraard met EU-geld (waarvoor hartelijk dank, o Nederlandse belastingbetaler).

Maar het wordt nou echt wat klein, drie kamertjes voor vier man. Roemenen wonen bijna allemaal klein en dat vind ik op zich prima. Scheelt stofzuigen, stookkosten en als je iets kwijt bent, duikt het al snel weer op. Maar ik wil eigenlijk wel weer een plekje voor een bureau, de wederhelft wil dat ook en de zussen hebben een ruime kamer nodig.

Dus omkeren die spaarpot! Spannend is overigens wel dat er nieuwe wetgeving aan zit te komen die hypotheektrekkers meer steun geeft – het idee is dat je gewoon je huis kan teruggeven en de schuld is dan vereffend, ook als het ondertussen in waarde is gedaald. Banken vinden dat niet leuk en verhogen waarschijnlijk de eigen inleg voor hypotheken. Dan kunnen ze zich indekken. De rente gaat vast ook omhoog, trouwens. Ons huidige huis heeft een flinke onderwaarde, want gekocht tijdens de bubbel. ‘Gelukkig’ hoeven we niet bij te betalen aan de bank want ook destijds moest je zelf al 25% van de hypotheeksom inleggen.

Dan is het huizen vinden vervolgens ook niet makkelijk, met die aardbevingen. Als totale onkundige heb ik me toch moeten verdiepen in gewapend beton en wanneer dat aan z’n end raakt. De hele stad staat vol met communistische flats, gebouwd tussen pak ‘m beet 1950 en 1990. Maar in feite kan je alles van voor 1977 wel vergeten want in dat jaar gooide een stevige beving tientallen flats en 1500 mensenlevens in puin. Wat daarna is gebouwd, moest voldoen aan veel strengere normen.

Na de revolutie (1989) is er relatief weinig gebouwd in de stad. Veel mensen zijn in randgemeenten gaan wonen. Nieuwe flats zijn vrij schaars, en veel duurder dan ouwe. Met een beperkt budget moet je dus goed zoeken. Overigens is nieuwbouw al net zo lelijk als communistische bouw. Echt leuk wordt het in zo’n ouwe villa, van voor de oorlog. Veel huizen van toen hebben iets heel romantisch, met boograampjes, erkertjes, hoekjes, torentjes en trappetjes. Maar ja, die aardbevingen hè. Bakstenen en honderd jaar oud cement, daar slaap je niet rustig in als er 8 op de schaal van Richter kan verschijnen.

Enfin, we gaan rustig verder verkennen, het oude huis zien kwijt te raken en dan volgend voorjaar wat nieuws kopen. Wordt vervolgd!

Tijd voor kinderen

De vraatzuchtige kabouter die sinds drie weken bij ons woont, houdt ons ‘s nachts wakker en de gemoederen bezig. Het prachtigste wezentje dat je ooit hebt gezien, behalve haar grote zus dan. Wij zitten deze laatste week van het jaar lekker te cocoonen, de hele dag op de bank met the history channel. Van de resten van het kerstoffensief van mijn schoonmoeder kunnen we nog zeker een week eten. Over de salata boeuf (waar veel inzit, maar vooral geen rundvlees) heb ik twee dagen gedaan. En met de glühweinwijn kunnen de halve flat dronken voeren (maar we drinken alles lekker zelf op).

De kleine Liza is aangegeven bij de gemeente en bestaat nu echt. Zij is geboren in Sector 1 van Boekarest, alwaar in de schaduw van de Triomfboog (1e Wereldoorlog) de nijvere ambtenaren de gegevens van de jonge belastingbetalertjes voor de eeuwigheid vastleggen. Zelf gezien.

Als jonge ouders flaneren wij door het immense park in ons arbeidersparadijs. De zwerfhonden zijn opgeruimd, links en rechts verrijzen winkelcentra en het lijkt wel of de hardlopers zich iedere week vermenigvuldigen. Het is belachelijk warm deze kerstperiode. De eendjes die in andere jaren ternauwernood een wak openroeien, denken nu al stiekum aan de lente.

Je wereld wordt een tijd heel klein, met een nieuw mensje in huis. Klein, overzichtelijk en geordend volgens het ritme van eten, verschonen en slapen. En over de voornemens voor 2016 hoeven we geen seconde te denken. Met onze ondernemende Duitse buurman, die in 3d-printers doet, zeggen wij: “Het hele jaar richten we ons op de groei!”.

Lieve lezer: Houd u goed in 2016. Onthoud: Ook een jaar is maar een jaar.

 

Oude bekenden

In de serie Mosterdnademaaltijdrecensies ga ik met al geruime tijd geleden verschenen boeken nog eens genoeglijk voor het spreekwoordelijke haardvuur zitten. Deze aflevering gaat over een boek dat gaat over brieven die gaan over dagelijkse dingen. Het is verschenen in het voorjaar van 2015.

Nu is een brief sowieso al iets voor het museum tegenwoordig en in dit geval gaat het om brieven uit de zeventiende en achttiende eeuw. De auteurs zijn Friese adellijke dames met namen als Agatha Tjaerda van Starkenborgh of Jeanette Isabella thoe Schwartzenberg. Zij schrijven aan hun gezinsleden, familie maar ook aan zakelijke relaties over hun wellen en weeën.

De auteur heeft heel wat zweetdruppeltjes gestoken in het hertalen van het oorspronkelijke materiaal. Hertalen is een activiteit vol nagelbijtende dilemma’s. Moet je al die u’s nou laten staan of moet je er je’s van maken? Waar moet je een toelichting bij plaatsen voor de lezertjes? Hertalen kan vreselijk ten koste gaan van het historische karakter van het materiaal. Maar het moet wel leesbaar blijven. Gelukkig is het heel goed gegaan. Ik had geen moment het idee dat de taal van de briefschrijvers gekunsteld modern of onbegrijpelijk zeventiende-eeuws was.

En dan de inhoud, want boeken gaan vaak ergens over. In dit geval was het natuurlijk zo dat de gebundelde brieven niet bedoeld waren om honderden jaren in een archief te vegeteren en vervolgens door een expert te worden geselecteerd en uitgeplozen. Die mevrouwen met hun mooie lange namen kloegen over bedorven boter, onbehoorlijke zonen en niet-betalende debiteuren, roddelden over de buren en verklaarden elkaar of aan derden de liefde. Er zijn trouwens ook veel brieven met treurige verhalen over ziekten en overlijdens, dus een luchtig boek is het niet geworden. Ik ben dol op geschiedenis en ik lees het meest over gebeurtenissengeschiedenis. Hoe kwam het dat iets gebeurde en wat gebeurde er daarna? Maar de veroorzakers en meemakers van al die gebeurtenissen komen er in het grote verhaal karig vanaf. Daarom is het juist zo leuk om eens te lezen wat de mensen er zelf van vonden. Niet: ‘De VOC was de grootste onderneming aller tijden‘ maar ‘Mijn man is al een jaar van huis en ik run de familiezaken’. Ik kreeg het gevoel alsof ik met die mensen aan de keukentafel zat, alsof het bekenden van me waren. Voor het begrip van de lezer staan er korte toelichtingen bij iedere brief, zodat je een beetje weet wie bij wie hoort en waarom ze schrijven wat ze schrijven. Ook die verklarende tekstjes hebben een hoop research gekost.

Kortom ik zou het boek meteen besteld hebben als we niet een exemplaar met opdracht hadden ontvangen. Want de auteur van Laet doch niemant dese brief leesen is mijn eigenste moeder. Ik kijk al uit naar een vervolgproject eigenlijk. Wanneer komt het volgende boek mam?

bornmeer.nl

bornmeer.nl

 

Schilderen

Aangezien over zeven weken Kind Twee (werktitel) wordt verwacht, moet er zo langzamerhand wat hardware worden voorbereid. Ana extraheert bergen kleertjes uit de opslag en ik schilder een ledikantje.

Nou heb ik al heel wat schilderuurtjes in de vingers hier in Roemenië. Ondanks een hardnekkig gebrek aan talent heb ik al het houtwerk van onze zomerresidentie al wel eens onderhanden genomen. Dat is eenvoudig plankjes bestrijken en er doet niemand moeiljik als er ergens wat drupt of uitloopt. Paul is erg tolerant.

Maar een ledikant is een ander verhaal, vooral als je eigen kroost de tandjes erop gaat stukbijten. Ik had dus het voornemen om dit project met de uiterste zorg en toewijding (dus niet met de gebruikelijke haast en lage kwaliteitsnormen) aan te pakken.

Zo kwam ik ook weer eens in de doehetzelfhal, alwaar de schappen met onbegrijpelijke producten mij aangrijnsden. Ik kon kiezen uit vopsea (verf), email (ook verf), lac (verf, maar dan anders) en baiț (vast geen verf). Nergens een specialist te bekennen. U weet wel, die kinders met op hun rug “kan ik u helpen?” maar die het ook niet kunnen helpen. Alles was voor alle soorten ondergrond (hout, metaal, steen) wat mij wel een beetje argwanend maakte. En dan had je ook nog op waterbasis en andere basissen. Er hielp geen googlen aan. Uiteindelijk ben ik bezweken voor een aardig potje dat zich verkocht met de slogan: verf gewoon over ouwe verf heen! en: waterbasis (kindtechnisch handiger, had ik begrepen).

Bij de datsja aangekomen (waar wij alles opslaan wat niet in het appartementje past, en waar dus ook het ledikant stond), bleek dat ik vergeten was om grondverf te kopen. Geen nood, er stond nog een bus olie en daar gaat het ook mee. Schuurpapier, o ja vergeten. Niet erg, Paul had gelukkig nog wat liggen.

Eerst maar even schuren…poe wat duurt dat lang zeg. Nog meer schuren, nog langer en verder schuren. Krampvingers. En compromissen: Nou misschien hoeft niet echt alle verf eraf hoor. Nee, dat kost zóveel tijd! En deze verf kan je overal overheen smeren, staat er zelf. Ik was het hout ook nog te lijf gegaan met een schuurdinges dat op een boormachine was gemonteerd. Dat ging als een tiet, alleen werd het hout ook weggeschuurd. Uiteindelijk heb ik vooral oude uitlopers, kledders en flatsen weggewerkt (de vorige keer was het bedje ook al door mij geschilderd).

Nu staat het Hollands ledikantje daar, vers in de olie, te dromen van lagen parelwit. Volgend weekend!

Alles is mega

De Mega Image op Bd. Regina Maria (www.managerexpress.ro)

De Mega Image op Bd. Regina Maria (www.managerexpress.ro)

Wij doen onze dagelijkse schapjes bij een keten met de naam Mega Image, vijf minuten lopen. Die naam heb ik altijd mal gevonden. Hij doet niet denken aan voedsel, appeleert niet aan traditie, familie of prijsstrategie. Mega Image klinkt als een tweederangs reclamebureau. Gelukkig is de waar beter dan de naam doet vermoeden. De winkels zijn tien jaar geleden overgenomen door de Belgische gigant Delhaize en dat merk je in het aanbod. Calvé pindakaas, crackers van Van der Meulen en Leffe tripel. Helaas geen goeie jong belegen, maar je kunt niet alles hebben.

Omgekeerd komt het vaker voor, namelijk dat een household name in West-Europa in Roemenië juist onderdoet voor het lokale alternatief.  Als je je auto wilt laten repareren dan kan dat bij de merkdealer of bij de lokale garage om de hoek (met ‘mannetjes’). De officiële garage is zeker 30% duurder en dubbel zo duur als je de prijzen vergelijkt met plattelandsgarages. En ze zijn niet betrouwbaarder. Want bij de dealer werkt een salesfiguur die zijn targets moet halen, zodat men probeert om je zoveel mogelijk extra kosten in de maag te splitsen. Daar komt bij dat de dealer voornamelijk bedrijven als klant heeft (lease-auto’s), dus de klanten die voor reparatie komen hoeven deze niet zelf te betalen. En met andermans geld is het makkelijker om gul te zijn. Bij het mannetje om de hoek zijn ze heel erg gewend aan klanten die vanwege een smalle beurs op alles af moeten dingen, dus komen ze vaak zelf al met kostentechnisch voordelige oplossingen. Dat kan natuurlijk ook gevaarlijk ver gaan, er zijn genoeg dertigjarige Dacia’s die met ijzerdraadjes bij elkaar worden gehouden.

Er zijn hier in Roemenië veel merken waar je ook in Nederland mee wordt doodgegooid. De Boekarestse warenhuizen (er wordt ieder jaar wel een nieuwe mall geopend) lijken precies op hun equivalenten in Frankrijk of Italië. Maar ze betekenen niet allemaal hetzelfde. In de jaren negentig was McDonald’s in Roemenië een soort exclusief restaurant – het nieuwe leven in eetbare vorm. Gelukkig heeft men snel ontdekt dat dat niet erg klopt. Maar de Ikea bijvoorbeeld, dat in Nederland starterswoningen en die van prijsbewustelingen van meubilair voorziet, is in Boekarest eigenlijk de enige middenoplossing. De alternatieven zijn namelijk enerzijds goedkope, lelijke meuk uit Turkije en anderzijds veel te dure designmeubels uit Italië. De grootste lokale keten, de Mobexpert, heeft naar onze opvatting van arme snobs net iets teveel tijgermotiefjes en oriëntaalse opleukerijtjes.

Waar je als Nederlander wel even van opkijkt, is de Peek & Cloppenburg. We hebben ook C&A, met ongeveer hetzelfde profiel als in het thuisland. Maar de P&C is in Nederland als merk bijna verdwenen en had bij leven een hardnekkig ouderedamesimago. Zo niet in Boekarest. Wie de winkels binnenstapt wordt begroet door trendy dansmuziek, terwijl trendy jongeren hun trendy kleren staan uit te zoeken. Zelfde eigenaar, zelfde logo, totaal ander imago.

Het allermooiste blijven de jaarlijks terugkerende aanplakbiljetten voor BZN-concerten. Echt, ieder jaar komen Jan Keizer en Anny Schilder onder de naam BZN hun oeuvre ten beste geven. In NL al jaren dood en begraven, maar in Roemenië blijft het een ijzersterk merk.

Autologie

We hebben een nieuw tweedehansje ingevoerd uit Duitsland (voor een nieuwe hadden we geen geld, en Roemeense tweedehansjes die zijn nogal afgeleefd door de slechte wegen hier) en daar hoort een ware orgie aan formaliteiten bij. Nadat ik met onze kennis die de aanschaf in Duitsland had geregeld, al een hele dag aan de sjouw was geweest voor papieren en keuringen, ging ik vandaag allenig de belastingen betalen. Een milieubelasting (zo’n 50 E) en een gemeentebelasting.

Bij de belastingdienst was het gezellig druk. En warm. Hittegolven beginnen in Roemenië pas boven de 40 graden, dus ik mag ook nog eens niet klagen. Gelukkig was ik goed voorbereid met alle mogelijke documenten. De ijverige beambten keken bewonderend toe hoe ik het ene na het andere paperas uit mijn koffertje toverde. Ik had zelfs fiscale zegels van 2 lei (moeilijk te krijgen).

Toch is mijn missie slechts gedeeltelijk geslaagd. Ik mocht wel de stapel papieren indienen op grond waarvan de belasting gecalculeerd wordt, maar voor het betalen zelf moest ik maandag terugkomen. Terwijl je op de website van de belastingdienst zelf je milieubelasting kunt uitrekenen moet er ten kantore nog flink over nagedacht worden.

Enfin. Maar toen ik bij de lokale belastingen de oude auto wilde uitschrijven, kreeg ik een afwijziging op het rekest. Want: de auto stond op naam van Ana. En hoewel ik geheel voorbereid met het trouwboekje wapperde gaf de ambtenare geen krimp. “U kunt ondertussen wel gescheiden zijn.” Dus daar moet eerst een machtiging worden geregeld van de notaris.

Overigens is dit alles peanuts vergeleken bij het ambtelijke moeras waarin mijn ziekenfondsregistratie is verdwenen. De bijdragen in het ziekenfonds worden beheerd door de belastingdienst, maar die was iets verkeerd gedaan zodat het ziekenfonds mij er doodleuk uit heeft gemieterd. Ik heb zelf bij de belastingdienst de fout laten herstellen, maar het ziekenfonds geeft geen krimp. Als u binnenkort in de krant leest dat een hopeloze Hollander maar zijn eigen ziekenfonds is begonnen, dan weet u waarom.

Stout

geleend van ziuanews.ro

geleend van ziuanews.ro

Een gearresteerde politicus is in Roemenië net zoveel nieuws als dat er hier gaten in de weg zitten. In tegenstelling tot andere voormalige Sovjetsatellieten waait er in Roemenië momenteel een stevige anticorruptiewind. Arrestaties zijn aan de orde van de dag, en onlangs luidde de politie van Boekarest de noodklok wegens een cellentekort. Nodig ook trouwens, in een van de meest corrupte landen van Europa.

Maar toen gisterochtend de kranten in chocoladeletters kond deden van het formeel als verdachte aanmerken van de premier, was dat toch wel nieuws. In de pers was het gegnuif niet van de lucht. Ook buitenlandse boodschappers brachten het bericht met trompetgeschal.

Als u mij de scheve vergelijking wilt vergeven gaat de beschuldiging net als bij Al Capone om een nevenmotief: valsheid in geschrifte in Ponta’s geval. Het past wel bij Ponta’s karakter als bewezen plagiarist, maar valt in het niet bij het corrupte gegraai van de PSD, de partij waarvan Victor Ponta de leider is.

Vooralsnog weigert de premier af te treden, hoewel en uiteraard de president alsmede alle politieke tegenstanders bloed ruiken en om het hardst roepen dat hij de eer aan zichzelf moet houden. Ponta kan moeilijk gearresteerd worden – omdat Ponta ook lid is van de kamer van afgevaardigden moeten zijn collega’s eerst toestemming geven. Een tijdschrift merkte op dat de premier nu beschermd wordt door de wet die hij een paar maanden geleden nog beloofde te wijzigen.

Berichtnavigatie

Volg

Ontvang elk nieuw bericht direct in je inbox.

Doe mee met 130 andere volgers