Auteursarchief: Johan Bouman

Boek af

Nou zat ik gisteren peentjes te zweten, maar aan het eind van de rit mocht ik doctor heten.

En dat is fijn, want na vier jaar speuren en typen wil je weleens door met een nieuw project. Zomer 2020 was het manuscript al af, maar door diverse administratieve aangelegenheden lag het pas in december bij de drukker. En dan zag ik nog een hele berg foutjes overal. Laten we maar hopen dat men er overheen leest.

Achteraf bleek het een geweldige dag te zijn geweest, ook al was ik daar op het moment zelf te zenuwachtig voor. De commissie was welwillend en stelde leuke vragen, de laudatio was laudatief, iedereen kon meekijken en de vriendenclub hield een liveblog bij. En ik hoefde niet eens het huis uit – zo heeft een pandemie ook zijn voordelen.

Wie wil kan het boek hier downloaden, ik wens jullie leesplezier en doorzettingsvermogen.

En dan zat ik vanmorgen te denken, wat nu? Vanaf eind maart volgt eerst een keuzevak over corruptie dat ik hier mag geven aan de universiteit. Voor daarna kan ik hopelijk nog eens samenwerken met deze en gene, aan een mooi onderzoeks- en of onderwijsproject. Maar dat komt vanzelf, eerst nog wat broeden.

Huizenhoog

Al jaren denken wij min of meer serieus aan verhuizen. Maar we weten nooit waarheen. Het appartement waar we nu wonen heeft al die tijd als een soort tijdelijke woning aangevoeld. De locatie is geweldig, maar sinds onze Liza ontbreekt er een slaapkamer. En met die pandemie hebben we eigenlijk ook een extra thuiswerkkamer nodig…

Of het ook werkelijk tot actie komt is zeer de vraag. We hebben al zo vaak gezegd dat we wat anders gaan kopen, dat mensen mij meewarig aankijken als ik er weer over begin. Het zal wel, zie je ze denken. Komt toch niks van terecht.

Oud- en nieuwbouw bij piața Muncii

Komt nog bij dat we in Boekarest momenteel van een boem kunnen spreken. De huizenprijzen zijn de afgelopen jaren met zo’n 10% per jaar gestegen, in ieder geval in het segment wat ons interesseert. Er wordt flink bijgebouwd overal, dus de druk op het huizenpark zou niet zo hoog moeten zijn. Maar net als in andere landen krijgen mensen coronaclaustrofobie en willen groter wonen, of van een een flat naar een huis met een tuin.

Er is in Roemenië ook niet echt een bloeiende kapitaalmarkt, spaarders zien dat ze geen rente meer krijgen op een spaarrekening, dus er zijn ook een hoop investeerders op de markt. Speculanten die denken dat het allemaal blijft stijgen, en mensen die iets kopen om te gaan verhuren. En dan heeft de overheid ook nog een garantiefonds opgezet voor mensen die voor het eerst een huis kopen. Dat heeft een hele rits nieuwe aspirantkopers de markt opgelokt, en daar worden de prijzen ook niet lager van.

In al die jaren hebben we wel een hoop gespaard (want je moet in Roemenië altijd een forse aanbetaling doen van je hypotheek), dus hebben we iets meer financiële armslag dan bij onze vorige huizenkoop. Maar de keus is niet om blij van te worden. Nieuwe huizen of appartementen zijn óf onbetaalbaar, óf heel ver van het centrum, scholen en voorzieningen. Nieuwbouwwijken worden namelijk gewoon in het weiland geplempt, zonder dat er van tevoren is nagedacht over infrastructuur, winkels, scholen, zorg, wat dan ook. Vaak moeten pioniers hun eigen waterput slaan en septic tank ingraven, want basisnutsvoorzieningen ho maar. En vaak is dat na 20 jaar nog steeds zo.

Het centrum staat vol met leuke oude opknappers, maar daar zijn wij niet zo van. Linkerhanden, u weet. Bovendien zijn veel oude huizen heel onhandig ingedeeld, met joekels van vestibules en gangen, te weinig kamers en een minuscule keuken. En dan is het centrum ook nog eens stoffig en vervuild.

Wijken rondom het centrum staan vol met afgrijselijke communistenhoogbouw. Dat zou me dan nog niet eens ontmoedigen als er maar een park in de buurt was. Maar de enige buurten aan het park zijn louche of staan vol verouderde flatjes. Die moet je niet hebben, vooral niet van vóór 1977. Toen was er een grote aardbeving. Die hebben de meeste flats wel overleefd, maar het is moeilijk vast te stellen hoe. Een risico dus.

Misschien begrijpt u nu een beetje waarom wij bij onze verhuisplannen zelf ook een beetje meewarig beginnen te kijken.

Toeslagenaffaire

Sputterend zat ik vanochtend boven de iPad-krant na een zoveelste artikel over de toeslagenaffaire. De ene na de andere voormalige bewindsman, die nu ergens anders een leuke baan heeft, weet van niets. De voormalige ambtelijke top, die nu ergens anders leuke banen heeft, had het toch echt wel gemeld. Dat het beleid ten onrechte veel mensen in de ellende stortte.

Ik zou zeggen, als een minister of staatssecretaris niet in staat is om memo’s te lezen die hij krijgt toegestuurd, dan is hij ongeschikt voor wat voor ambt dan ook. Datzelfde geldt voor de bazen van de belastingdienst. Als ze er echt van overtuigd waren dat de bewindspersonen het beleid moesten veranderen, dan hadden ze aan de bel moeten trekken. Zo niet: ongeschikt voor wat voor ambtelijke functie dan ook. Alleen, op het moment van schrijven heeft er nog niemand straf gekregen, behalve dat er een of twee zijn overgeplaatst naar net zo’n leuke functie aan de ambtelijke top.

Maar zo is het wel met belastingdiensten, het is hun doel in het leven om je af te knijpen. Als burger kan je bij de belastingdienst niet aankomen met het verhaal, dat je hun memo niet had gelezen. Ja inspecteur, ik heb er wel buikpijn van. Maar het is al een paar jaar geleden. Zand erover, goed? Ik ben nu net zo mooi bezig. De inspecteur (of tegenwoordig de aanslagenrobot) moet hartelijk lachen en veroordeelt je tot eeuwig schuldenaarschap. Ik lees dat sommige van die toeslagenslachtoffers een aantal jaarsalarissen moest terugbetalen. Hoe dat bij u is weet ik niet, maar bij mij wordt het jaarinkomen voor een groot deel in datzelfde jaar uitgegeven. Foetsie.

En als het nu voor het algemeen belang was, die buikpijn en die gemiste memo’s? Als het nou ergens goed voor was? Nee. De Bulgaren die onterecht miljoenen incasseerden, de belastingzeperd die koste wat kost voorkomen moest worden, is door dit optreden van de belastingdienst niet verdwenen. Opletten of iemand fraudeert lukt ze niet, en rechtvaardig maar streng lukt ze ook al niet. Misschien moet het betalen van geld aan mensen dan maar door een andere dienst worden gedaan? Ideetje? Zoals het vroeger was?

Ondertussen lachen de Bulgaren in hun vuistje. Ik hoor ze hier in Boekarest lachen. En voor je het weet staat er eentje op de stoep die claimt dat hij ook is benadeeld in de toeslagenaffaire. Laten we die dan meteen doorverwijzen naar Wiebes, Weekers en Asscher.

Bouwontploffing

Tien jaar geleden wandelde ik aan de oostelijke rand van de stad door weilanden, langs verlaten fabrieken en over vuilnisbelten met vage hutjes. Eén nieuwbouwflat stond daar toen in het maanlandschap te torenen. Een troep honden zat me achterna en eentje beet zelfs in mijn smakelijke Hollandse kuiten. Gelukkig niet al te hard. Op de terugweg staarden groepjes zigeuners me aan. Ik was in hun wereld.

Vorige week heb ik het tracé nogmaals gewandeld. Nu was het een andere planeet geworden. Hamerslag en betonmolen waren het achtergrondconcert voor een heuse nieuwe woonwijk, waarin jonge vaders hun kroost uitlieten en de pizzabezorger om de auto’s slalomde.

Overal gloednieuwe flats en rijtjeshuizen, nog steeds in die mistroostige Oostblokarchitectuur opgetrokken. Overal middenklassers geparkeerd. Ik schat dat er nu wel 20.000 mensen wonen.

En als al die nieuwe mensen naar de winkel willen, dan kan dat. Een Ikea, supermarkten zo groot als voetbalstadions, bouwmarkten en kantoren hebben de plaats ingenomen van grazende schapen en wegroestende industriële kolossen. Er is zelfs een pand van de geheime dienst gebouwd.

De grond waarop al dit woongenot zich ontspint, is door handige tussenpersonen (lees; de lokale vastgoedmafia) in samenwerking met de gemeente (met beide handen op de buik van diezelfde mafia) maximaal benut. Dat wil zeggen: de forenzen moeten zich door dezelfde smalle straatjes wurmen als toen er één boerenkar per dag langs kwam. Parkeren kun je nergens. Straatverlichting is aarzelend en de metro bereik je door de modder.

Overgenomen van http://www.catalinx.ro

Maar het is niet allemaal kommer en kwel. Naar verluidt is er een gasnet en riolering aangelegd, dat hebben de duurdere buitenwijkers aan de noordkant van de stad niet eens. Bovendien heeft de gemeente een heel nieuw park ontwikkeld van een paar hectare.

Het nieuwe park. Bron: hotnews.ro

Er zijn nog steeds wat huisjes met zigeuners. Een groepje stond op de stoep naar hun nieuwe buren te kijken, die al fietsend en steppend of honden uitlatend voorbij trokken. Het was een andere wereld geworden.

Sulina

source: romaniajournal.ro

Zoals de vorige keer beloofd zijn we in 1 zomer twee keer de Donaudelta ingedoken. De tweede keer ging het ons exclusief om het eindpunt, het stadje Sulina waar (een van de armen van) de Donau uiteindelijk in de Zwarte Zee stroomt.

Sulina is alleen per boot te bereiken, dat is op zich al geweldig. Voor de inwoners niet, want die moeten iedere keer anderhalf uur met de boot om de bewoonde wereld te bereiken. ’s Zomers zijn er toeristen, nu met de pandemie zelfs wat meer omdat een aantal mensen de bekende, volle badplaatsen aan de Zwarte Zee wilde mijden (Mamaia, Costinesti). Zo ook wij.

We hadden een huisje gehuurd van een mevrouw. Een huisje in Turkse stijl, nog van haar ouders geweest (een Rus en een Griekse). Zo kosmopolitisch zie je het alleen in havensteden. Er wonen in Sulina nu naast Roemenen nog Lipovanen (een soort Russen), Oekraïeners, en een paar Grieken.

In de 19e eeuw was het een heel ander verhaal. De Sulina-arm was toen het belangrijkste punt waar de Donau in zee uitkwam. Er woonden veel zeelui. Dankzij de Europese Commissie voor de Donau, een internationaal samenwerkingsverband dat tot na de Eerste Wereldoorlog het vrije verkeer op de Donau moest bevorderen, waren er ook handige handelstypes, waterbouwkundig ingenieurs en zelfs diplomaten te vinden.

Maar goed enfin dat is nu dus allemaal afgelopen. De hotemetoten uit verre landen liggen op het kerkhof (letterlijk), dat op zijn beurt een toeristische attractie is geworden. De gebouwen zijn afgebrokkeld, het gras groeit op de kades. Wij vonden Sulina wel heel aantrekkelijk, exotisch en romantisch. Maar ik zou er niet willen wonen.

De kinderen waren blij met het strand, een relatief rustig, enorm zandstrand en vrij schoon. Iedereen tevreden.

Riet

Dankzij het coronavirus waren we uit in eigen land. Het oosten van Roemenië, aan de Zwarte Zee, heet Dobrogea (Dobroedzja). In het noorden van het oosten, laten we zeggen, grofweg, komt de Donau eindelijk eens in zee uit. Maar dat gaat niet van hupsakee rechtdoor. Nee hoor. Net als de Rijn in ons koude kikkerlandje, splitst de Donau zich in wel tien miljoen kleine waterwegen en glijdt zo met zijn talloosheid het zwarte water in. Een soort Biesbosch, maar dan veel groter. Op naar Oekraïne, Georgië, Turkije.

Tussen al die waterweggetjes van de Donaudelta liggen eilandjes d

Donaudelta

Ook in Roemenië liggen de pompeblêden lui op het water.

ie je alleen met een bootje kunt bereiken. Een paradijs voor vogels – inheemse pelikanen bijvoorbeeld, en van die hele enge met lange wiebelbenen. Ook een paradijs voor vissers, smokkelaars, natuurgenieters. En een paradijs voor stomme toeristen zoals wij, die graag eens een dagje rondgevaren willen worden.

Zo gewild, zo gedaan. We hadden een hotel geboekt in Tulcea, een havenstadje aan een kromming van de rivier, heel mooi met flaneerboulevards en pittoreske, half uit het water stekende resten van de communistische koopvaardijvloot. Toen we aankwamen stuurde de receptie ons eerst naar de ene en toen weer naar de andere parkeerplaats, alles stond vol. Wat bleek, premier Orban (geen familie van die engerd uit buurland Hongarije) was op bezoek en zijn gevolg had alle parkeerplaatsen bezet.

Terwijl de kinderen het zwembad indoken en vaders een dutje deed, voeren de speedbootjes af en aan over de blikkerende Donau. ’s Avonds flaneerden wij op ons toeristenbest langs het water. Niemand viel erin. De volgende dag zouden we gaan bootjevaren, lunchen ergens in de Delta, eind van de middag terugkomen en weer terugrijden naar Boekarest (ongeveer 3 uur).

De ochtend brak aan en wij stonden al vroeg buiten het hotel te popelen. Na enig misverstand lukte het ons om in het juiste bootje terecht te komen. De schipper was een stoere vent met zeebenen. Hij informeerde ons dat we ons goed vast moesten houden, want het zou hard gaan. De Donaudelta is zo groot, dat je met roeien niet ver komt. Dus wij scheurden over het water, ik moest mijn hoed vasthouden en mijn oren klapperden tegen het want.

Aan de oevers, kilometers en kilometers van wat ik alleen maar als ‘groen’ kan omschrijven. Had ik maar opgelet met biologie. Waarschijnlijk riet. De schipper gooide er een discodreun tegenaan en na een uurtje speeden gingen we koffiedrinken op een eilandje, waar de echte authentieke huisjes stonden te wedijveren met moderne bouwerij. En verder weer, we schoten over het water, over meren, door krappe doorgangen, langs verbouwereerde vissers aan de wal, langs vluchtende vogels en vollopende fuiken.

De lunch zou worden gebroken in het dorp Letea, op een schiereiland meen ik, gevolgd door een excursie naar ‘het oudste bos van Roemenië’ met wilde paarden enzo. In het dorp aangekomen, bij de authentieke huisjes waar de vissoep klotsend in de gamellen ging, bleek dat er een enorme groep toeristen net was aangeschoven. Dan maar eerst op safari. In een omgebouwd bestelbusje roden wij over zandvlakten, door oerbossen en langs duinen. De wilde paarden bleken bij de komst van de benzinemotor door de bewoners zelf te zijn losgelaten.

Hongerig vielen wij aan op de vissekoppen met polenta en slobberden de zure soep (de beroemde ‘ciorbă de pește’ naar binnen alsof we dagen niet hadden gegeten. En voort ging het weer. Want aan het eind van de Delta ligt het stadje Sulina, een superromantisch oord van vergane glorie, waar de geest van vrijbuiters, ruwe zeebonken en pioniers nog rondwaart. Er wonen nog een paar duizend mensen en je kunt er alleen per boot komen. We zijn zelfs nog even aan het strand geweest.

Op de terugweg bleek dat het boten niet de aangeprezen 7 uur maar al met al wel 10 uur zou duren, dus naar huis rijden werd te laat. We hebben er nog maar een nachtje hotel aan vastgeplakt en zijn de volgende dag door de golvende heuvels van het oude Dobrogea (denk Romeinse forten, wijngaarden uit de Griekse tijd) weer naar huis gezoefd.

Een aanrader voor iedereen die van bootjevaren houdt. Volgende keer gaan we overnachten in Sulina (en wie weet, ons ’s nachts verrijken aan de smokkel).

In memoriam met vertraging

Iets langer dan een jaar geleden overleed mijn toenmalige baas en ik nam me voor om dat niet ongemerkt voorbij te laten gaan. Toch ging er een jaar voorbij, want wie dood is heeft alle tijd. Bovendien kon hij geeneens Nederlands lezen, ook al werkte hij voor een Nederlands bedrijf.

Dan Stoica was pas 45. Een gemene kanker velde hem, na (zo bleek achteraf) twee jaar behandeling. Een vrouw en drie kinderen denken waarschijnlijk nog elke dag aan hem. Ik ook best vaak, het was een bijzondere man.

Hij liep altijd rond met plannen in verschillende stadia van uitvoering. De meeste leidden tot niets, maar bij het vastlopen van een project was hij alweer bezig met drie nieuwe. En hij werkte hard. En hij werkte aan zichzelf. Hij wilde graag een goede coach zijn (of worden) en dat probeerde hij op mij uit. Zo’n manager heb ik in Roemenië nog nooit gezien. Hij was moeilijk te pakken te krijgen voor feedback, maar als je hem in kleine kring sprak dan bleek hij heel goed te kunnen luisteren. Of in ieder geval dat oprecht te willen. Zijn enthousiasme was bovendien onverslaanbaar met argumenten en zeer aanstekelijk. Zo heeft hij mij meerdere keren nieuwe moed ingepraat als ik een bepaald project niet zag zitten. Dan zette onvermoeibaar Roemenië op de kaart binnen de multinational waar we werkten. Hij hield als een jongleur allerlei zijprojecten, maatschappelijk relevante initiatieven en innovatie-ideeën in de lucht. Vanaf zijn ziekbed regelde hij lopende zaken en tussen twee behandelfasen in lanceerde hij nieuwe projecten of ging naar internationale bijeenkomsten. Twee weken voor zijn overlijden verlengde hij nog mijn contract. Een aantal collega’s wist dat hij ziek was, maar zijn optimisme hield ons (bijna) allemaal voor de gek. Zonder hem werd het bedrijf weer een gewoon bedrijf.

Ik zag nu dat zijn LinkedIn-profiel nog bestaat. Dat is eigenlijk ook wel aardig – een minimonument voor wat hij allemaal heeft gedaan. Een topvent, zo nu weten jullie het ook.

Zigeuners heuvelop

IMG_0121Wat te doen eind juli? Naar een vuilnisbelt met zigeuners! Op uitnodiging van een groep doortastende Hollandse families reed ik door de bergen naar Cluj in noordwest Roemenië.

Die doortastende Hollandse families gingen daar lassen, zagen en verven aan een tweetal gigantische bouwketen. De gigantische bouwketen waren het onderkomen voor een evangeliserende Hollandse stichting. De evangeliserende Hollandse stichting had het goed voor met de zigeuners die daar naast een vuilnisbelt wonen.

Naast een vuilnisbelt wonen, ik zie u de wenkbrauwen optrekken. Lang verhaal: Werkloos en zonder opleiding, lange tijd genegeerd door de overheid, wonen daar al tientallen jaren tientallen families Roma (vroeger veel meer). Zij proberen een boterham te verdienen met recycling en het hergebruiken van gevonden spullen. En dan is het handig om net naast de bron te wonen. In krotjes.

Ik hoorde dat deze families aan de ene kant geen ander bestaan kennen en last hebben van gelatenheid. Aan de andere kant: Welk mens wil er nou geen beter leven?

Om daar een handje bij te helpen, zitten er naast ‘de wijk’ twee Nederlandse stichtingen: de ene bouwt betere huisjes, de andere doet aan evangelie – voor het hiernamaals – en aan jongerenbegeleiding – voor het hiernumaals.

Maar dat gaat allemaal niet vanzelf.

Dus deze man had van een bouwbedrijf twee afgeschreven keten gekregen, voor activiteiten. Daar moest heel wat aan vertimmerd worden. En daar kon hij wel wat hulp bij gebruiken. Bovengenoemde doortastende families waren daar heel goed in, en lasten en zaagden en verfden dat het een lieve lust was. En dan hielpen ze ook nog met kleurplaatwedstrijden voor veertig gillende kinderen, barbecues voor dertig gillende tieners en morele steun voor het goede werk ter plaatse. In hun eigen vakantietijd. In een vreselijke vuilnisbeltlucht. Omringd door blaffende honden. Met een glimlach.

Ik kon ook twee daagjes meehelpen, als verfhulp en als tolk. Het was een intensieve ervaring in het Andere Roemenië. De verschillen tussen arm en rijk zijn hier enorm, en daar werd ik weer eens met de neus op gedrukt.

De bevolking neemt snel af in dit land. In 1990 waren er 23 miljoen Roemenen, nu 19 miljoen, in 2050 14 miljoen. Pensioenen kunnen allang niet meer uit de pensioenpot worden betaald, en drukken op de begroting. Er is een groot tekort aan geschoolde arbeid. De overheid bedrijft symboolpolitiek voor zigeuners, positieve discriminatiemaatregelen zonder samenhang en zonder handhaving. Als alle zigeunerjongeren minstens MBO-niveau zouden hebben, zou dat een impuls geven aan de economie en het sociaal evenwicht.

Maar, eeuwen van segregatie zet je niet even aan de kant. Zigeuners zijn een potentiële goudmijn, maar dan moet je wel hard en diep graven.

Ondertussen wordt er in Cluj doorgewerkt aan een betere toekomst. Hulde voor deze mensen. En het was nog gezellig ook 🙂

 

Arm journaille

tumblr_mh1p7vJbgQ1remlv3o1_500.jpg

Van journalismtheoryandpractice.tumblr.com

Na de enorme demonstraties begin dit jaar, van beslissende invloed bij het tegenhouden van plannen om bepaalde politici de dans te doen ontspringen, blijft het publiek waakzaam. Op straat is de rust weergekeerd, tegenover het regeringsgebouw op het Overwinningsplein staat dagelijks nog een klein groepje met een enorme Roemeense vlag. Maar op internet wemelt het van de groepen en groepjes die elkaar scherp houden met nieuws dat bij veel mediakanalen nauwelijks aandacht krijgt.

Een oplettende lezer (hoi pa!) vroeg zich af hoe het in Roemenië zit met onderzoeksjournalistiek. Nou, slecht. In de jaren negentig was er een explosie aan kranten en bladen, omdat je eindelijk mocht schrijven wat je wilde. Op de kwaliteit was nog wel het een en ander aan te merken, maar die werd gecompenseerd door een grote diversiteit.

Het huidige slop ligt aan twee dingen: Geldgebrek en misdadige moguls. Financiële problemen in de media is een wereldwijd fenomeen. De financiële narigheid van grofweg 2009-2012 zorgde al voor een enorme daling aan reclame-inkomsten voor alle Roemeense media, volgens schattingen met wel 80%. Daar komt de opkomst van Google en Facebook als afsnoepers van reclame-inkomsten nog bovenop. Bij alle media, zowel gedrukt als online, is het armoe troef.

Buitenkansje voor gemene mannen die de publieke opinie willen beïnvloeden. Enter Dan Voiculescu, een steenrijke voormalig Securitate-officier die vanuit de gevangenis een televisie- en nieuwsimperium bestiert. Nieuwszender Antena 3 en krant Jurnalul Național zijn altijd druk met lastercampagnes tegen politieke tegenstanders. Maar Voiculescu is niet de enige. In een recent commentaar op nieuwssite Hotnews.ro worden ze opgesomd. Dan Andronic, de baas van schandaalblad Evenimentul Zilei,  heeft een strafzaak aan zijn broek wegens corruptie. Sebastian Ghiță, baas van nieuwszender România TV, was ontsnapt aan voorarrest en is nu weer vastgezet. Dan Adamescu, begin dit jaar overleden, was een steenrijke zakenman, eigenaar van krant România Liberă en zat in de gevangenis wegens…corruptie. En zo kunnen we doorgaan.

Als zo’n beetje de gehele pers betaald wordt door een paar steenrijke mannen met grote belangen, dan beïnvloedt dat ook het nieuws. In een ander artikel op Hotnews.ro (niet in handen van een mogul) ging het erover dat op de dagelijkse nieuwsshows alleen gesproken wordt over een oud geheim archief dat mogelijk veel achterklap over rechters bevat. Hoe zwakker de rechters, hoe sterker degenen die berecht worden. Er viel op tv geen woord over ondeugdelijke scholen, gebrek aan vaccins, en andere actuele onderwerpen.

Het meest pijnlijke voorbeeld van de zwakke positie van de pers is misschien wel Hotnews zelf. Het is een van de meest onafhankelijke nieuwsbronnen, maar zonder sugardaddy is het moeilijk overleven, zelfs met maar een handjevol journalisten. Daarom staat de site vol met als artikelen vermomde reclame, zogenaamde advertorials. Een van de stiekeme adverteerders is de deelgemeente waar wij wonen. Die zitten van ons belastinggeld mooi weer te spelen over hun investeringen in nóg meer nutteloze bankjes en siertegels op de stoep. Ook van ons geld.

 

Parkwelvaart

Source: Hotnews.ro

In januari waren er enorme protesten in het land. Honderdduizenden mensen op de been. Deze protesten hebben ervoor gezorgd, dat de regering een noodverordening moest intrekken, die juist zo gunstig was voor de corrupte types die in Roemenië de touwtjes vast hebben. Een duidelijk doelpunt voor de burgers.

Burgers, middenklasse, het is een begrip dat hier te lande onder een dikke laag stof vandaan gehaald moest worden. Grofweg tussen 1920 en 1940 was er in Boekarest en in andere steden een middenklasse opgekomen, voor hun welvaart afhankelijk van een betrouwbare en voorspelbare overheid en volop profiterend van nieuwe voorzieningen op het gebied van onderwijs en infrastructuur. Toen in 1947 de communisten aan de macht kwamen was het uiteraard afgelopen met deze ‘kapitalistische bourgeois’ want vijanden van het volk. Burger werd een scheldwoord in de monden van apparatsjiks. In de communistische staat bestond geen middenklasse, alleen het volk en zijn leiders.

Na de revolutie, in 1989, werd een belangrijk deel van de arbeidersklasse omgezet in uitkerings- en pensioentrekkers. De megafabrieken met tienduizenden werknemers sloten en de regering was genereus met vroegpensioenen. Gevolg: Miljoenen burgers die voor hun levensonderhoud afhankelijk zijn van het sabbelen aan de staatstiet en daarna vaak nog wat bijklussen. In bepaalde gebieden is de verhouding 3 uitkerings-/pensioentrekkers op 1 werkende.

Dan was er nog de voormalige partijleiding, laten we zeggen zo’n 20.000 partijbonzen, -kaders en securitate-officieren. Die vormen sinds de revolutie de sociaaleconomische elites, vaak in clans die door huwelijken en peetouderschap (allemaal godfathers) met elkaar zijn verbonden. Deze mensen zaten aan de knoppen toen de revolutie uitbarstte, en hebben zichzelf de baantjes en de eigendommen van de staat toebedeeld.

Voor de revolutie was er dus het volk en de partijleiding, na de revolutie de staatstepelaars en de zakspekkers. Een feodale configuratie.

Nu ontstond er begin jaren 2000 langzaam en voorzichtig een middenklasse in een aantal Roemeense steden. Na zo’n vijftien jaar economische groei (minus een implosietje in 2009-2010) is die middenklasse aardig gegroeid. In Boekarest zijn salarissen van 1500 euro netto al niet meer bijzonder en een manager bij een IT-bedrijf verdient al gauw het dubbele. Ter vergelijking: Het modaal inkomen in NL is ongeveer 2000 euro netto.

Deze middenklasse heeft er zelf voor gewerkt, en is niet afhankelijk van de staat. Zij hebben behoefte aan een voorspelbare, betrouwbare overheid – die er nu niet is. Dit in tegenstelling tot de hele grote onderklasse die door gebrek aan opleiding, perspectief en door de armoedeval vooral behoefte heeft aan uitkeringen. Daardoor is deze groep voor behoud van de status quo, waarin ze in ruil voor trouw stemgedrag kunnen rekenen op uitkeringen en pensioenen. Dat geldt ook voor de elites, die de staat nodig hebben om af te romen en om de functies die ze kunnen bemachtigen of bij wijze van gunst uitdelen.

De middenklasse heeft dus last van corruptie en baat bij transparantie, efficiëntie en integriteit. Dit zijn de mensen die Roemenië gaan redden: Ze hebben een sociale positie te verdedigen, een legitiem belang, ze hebben het geld en de energie om iets te doen. Dus als ze in het park de baby en mij zowat van de sokken rijden met hun kekke fietsjes, skates, hoverboards en autopetten, heb ik ze al snel weer vergeven.