Tagarchief: verkeer

Ingewikkelde stadsontwikkeling

Bron: buletin.de

Als ik wijkbewoners over hondepoep hoor klagen dan weet ik: we zijn een hoogontwikkeld, welvarend stadsdeel geworden. Wie de luxe heeft om zich hierom druk te maken, heeft waarschijnlijk al een baan, een comfortabele woning, een auto, en vakantiekiekjes uit Egypte op de koelkast.

Niet voor niks ligt het bruto Boekarestproduct tegenwoordig boven het Europese gemiddelde en doen onze stadsgenoten qua koopkracht niet onder voor Berlijners of Parijzenaars. Het gemiddelde verbergt grote ongelijkheid, maar daarover een andere keer.

De hondepoepdiscussie is een bijproduct van welvaart, de verkeersdrukte is dat ook. In Boekarest is veel werk dat hurende jongeren en buitenlanders aantrekt, mensen willen niet meer met drie generaties in een flatje wonen, en gezinnen willen graag een kindvriendelijke omgeving (huis met tuin in autoluwe straat). Door deze drie factoren is de vraag naar woningen enorm gestegen en zijn stad en ommeland de laatste jaren flink uitgedijd.

Al die mensen willen zich ook graag verplaatsen om naar school, werk, huisarts of winkelcentrum te gaan, en dat geeft de gemeente ruimtelijke-ordeninghoofdbrekens. Nou kan je zeggen wat je wilt, maar de overheid doet wel wat. In tegenstelling tot in de eerste 25 jaar na de revolutie van 1989, wordt in ons stadsdeel nu werk gemaakt van de weginfrastructuur. Nieuwe flyovers zoals op de foto hierboven, verbrede wegen, een begin van busbanen en fietspaden, en er wordt nu zelfs opgetreden tegen foutparkeerders.

Het verkeer zelf is daarbij wel heel erg leidend. Er wordt nauwelijks gekeken naar de oorzaken van verkeersstromen. Zo brengen veel ouders uit nieuwbouwwijken hun kinderen met de auto naar school. Deels omdat de meest dichtbije school niet goed (genoeg) is, deels omdat er überhaupt geen school in de buurt is. Die is dan simpelweg niet ingepland. Hetzelfde mankement geldt voor doktersposten, sportterreinen, horeca, winkels en andere openbare voorzieningen. Op andere plaatsen is er een markt, zonder parkeerplaatsen, pal naast een druk kruispunt gevestigd. En je hebt bar weinig aan een zesbaansweg met gescheiden richtingen als die geblokkeerd raken door in- en uitvoegers en dubbelgeparkeerde bestelbusjes.

Het is een fase, denk ik dan als thuiswerker. Bovendien wonen wij in het oudere stuk van het stadsdeel, waar de kinderen zelf naar school kunnen wandelen en ook de supermarkt en het park op loopafstand zijn. In ons stuk van de stad hebben we dan wel weer last van de toegenomen verkeersdrukte, van al die nieuwe mensen die verderop zijn gaan wonen maar hun werk niet mee hebben verhuisd. Want ook kantoorruimte ontbreekt in de nieuwe wijken.

Het lijkt erop dat de gemeente ook niet helemaal onbevangen naar de problematiek kijkt. De burgemeester, van het type aanpakken en over de regels maken anderen zich wel druk, heeft via zijn familie enorme onroerendgoedbelangen in de nieuwbouwwijken aan onze kant van de stad. De investeringsmaatschappij waar hij formeel geen banden mee heeft – gelukkig voor hem zitten de regels vol gaten en worden ze heel formalistisch uitgelegd – zet overal kolossale complexen van flatgebouwen neer. De mensen zijn tevreden, want die kijken naar stadsdelen waar het nog veel slechter is geregeld. Maar het valt wel op dat de nieuwe voorzieningen, zoals een grote parkeergarage voor overstappers van auto in metro, of een wegverbredinkie, allemaal nou net de aantrekkelijkheid van die, heus niet zijn, nieuwbouwprojecten bevorderen.

Het is fascinerend. Veel leuker dan praten over hondepoep.

Onderhoud

Roemenen hebben een collectief minderwaardigheidscomplex lijkt het wel. Klagen doet iedere natie, maar als je de mensen hier moet geloven ben je gek als je niet emigreert. Ik heb dan ook vaak discussies over de vraag, waarom ik in ’s hemelsnaam hier ben komen wonen.

Toch kunnen Roemenen ook positieve kanten van zichzelf noemen. Desgevraagd beginnen veel mensen over het Roemeense talent om zich met improvisatietalent uit de meest bochtige situaties te wurmen. Momentoplossingen, daar zijn ze goed in.

Langzamerhand begin ik te geloven dat deze eigenschap niet alleen een oplossing is voor veel netelige situaties hier, maar ze ook veroorzaakt. Ik zal dit toelichten.

Het is momenteel in de pers ach en wee over de gaten in de weg. Het asfalt in Boekarest vertoont gaten waar je hele auto in verdwijnt als je niet uitkijkt (zie dit)  . Waarom die gaten? Het asfalt is al die jaren alleen opgelapt als er een stukje kapot was, en nooit grondig vernieuwd. Waarom niet? Op dat moment was het niet nodig.

Ander voorbeeld. Waarom worden er overal nieuwe kantoorgebouwen neergezet, terwijl er niet een gebouw in Boekarest is van meer dan vijf jaar oud, dat in een normale staat van onderhoud verkeert? Omdat bouwen leuk en momentaan is. Onderhoud is saai en periodiek.

Derde voorbeeld. Waarom heeft niemand in Roemenië een verzekering als het niet verplicht is? (Zoals de aansprakelijkheid bij auto’s.) Verzekering is voor een mogelijk iets dat in de toekomst kan gebeuren. Dus totaal buiten de horizon.

Ik durf wel toe te beweren dat Nederlanders (om maar een volkje te noemen) veel minder goed zijn dan Roemenen in het omzeilen van problemen door het vinden van spontane improvisaties. Tegelijkertijd doen wij veel meer aan onderhoud. Wetenschappelijk vastgesteld heb ik het nog niet, maar ik vrees dat we te maken hebben met elkaar uitsluitende grootheden. Dus de keus is eigenlijk: Gaten in de weg of voorspelbare saaiheid.