Bouman's Blog

Leven en werken in Roemenië

Archief voor de tag “boekarest”

Parkwelvaart

Source: Hotnews.ro

In januari waren er enorme protesten in het land. Honderdduizenden mensen op de been. Deze protesten hebben ervoor gezorgd, dat de regering een noodverordening moest intrekken, die juist zo gunstig was voor de corrupte types die in Roemenië de touwtjes vast hebben. Een duidelijk doelpunt voor de burgers.

Burgers, middenklasse, het is een begrip dat hier te lande onder een dikke laag stof vandaan gehaald moest worden. Grofweg tussen 1920 en 1940 was er in Boekarest en in andere steden een middenklasse opgekomen, voor hun welvaart afhankelijk van een betrouwbare en voorspelbare overheid en volop profiterend van nieuwe voorzieningen op het gebied van onderwijs en infrastructuur. Toen in 1947 de communisten aan de macht kwamen was het uiteraard afgelopen met deze ‘kapitalistische bourgeois’ want vijanden van het volk. Burger werd een scheldwoord in de monden van apparatsjiks. In de communistische staat bestond geen middenklasse, alleen het volk en zijn leiders.

Na de revolutie, in 1989, werd een belangrijk deel van de arbeidersklasse omgezet in uitkerings- en pensioentrekkers. De megafabrieken met tienduizenden werknemers sloten en de regering was genereus met vroegpensioenen. Gevolg: Miljoenen burgers die voor hun levensonderhoud afhankelijk zijn van het sabbelen aan de staatstiet en daarna vaak nog wat bijklussen. In bepaalde gebieden is de verhouding 3 uitkerings-/pensioentrekkers op 1 werkende.

Dan was er nog de voormalige partijleiding, laten we zeggen zo’n 20.000 partijbonzen, -kaders en securitate-officieren. Die vormen sinds de revolutie de sociaaleconomische elites, vaak in clans die door huwelijken en peetouderschap (allemaal godfathers) met elkaar zijn verbonden. Deze mensen zaten aan de knoppen toen de revolutie uitbarstte, en hebben zichzelf de baantjes en de eigendommen van de staat toebedeeld.

Voor de revolutie was er dus het volk en de partijleiding, na de revolutie de staatstepelaars en de zakspekkers. Een feodale configuratie.

Nu ontstond er begin jaren 2000 langzaam en voorzichtig een middenklasse in een aantal Roemeense steden. Na zo’n vijftien jaar economische groei (minus een implosietje in 2009-2010) is die middenklasse aardig gegroeid. In Boekarest zijn salarissen van 1500 euro netto al niet meer bijzonder en een manager bij een IT-bedrijf verdient al gauw het dubbele. Ter vergelijking: Het modaal inkomen in NL is ongeveer 2000 euro netto.

Deze middenklasse heeft er zelf voor gewerkt, en is niet afhankelijk van de staat. Zij hebben behoefte aan een voorspelbare, betrouwbare overheid – die er nu niet is. Dit in tegenstelling tot de hele grote onderklasse die door gebrek aan opleiding, perspectief en door de armoedeval vooral behoefte heeft aan uitkeringen. Daardoor is deze groep voor behoud van de status quo, waarin ze in ruil voor trouw stemgedrag kunnen rekenen op uitkeringen en pensioenen. Dat geldt ook voor de elites, die de staat nodig hebben om af te romen en om de functies die ze kunnen bemachtigen of bij wijze van gunst uitdelen.

De middenklasse heeft dus last van corruptie en baat bij transparantie, efficiëntie en integriteit. Dit zijn de mensen die Roemenië gaan redden: Ze hebben een sociale positie te verdedigen, een legitiem belang, ze hebben het geld en de energie om iets te doen. Dus als ze in het park de baby en mij zowat van de sokken rijden met hun kekke fietsjes, skates, hoverboards en autopetten, heb ik ze al snel weer vergeven.

Altijd dat geklaag

Vanochtend was op de radio dat de levensverwachting in Roemenië de afgelopen 25 jaar met 10 jaar is gestegen. Een prima ontwikkeling zou ik zeggen – geeft de communismenostalgen mooi het nakijken. Bovendien weten u, ik en de andere goed geïnformeerde burgers dat een hogere levensverwachting in hoofdzaak te danken is aan twee dingen: beter eten en betere zorg. Allemaal goed nieuws. Maar de headline van het nieuwsbericht was dat Roemenië het op twee na kortst leeft in de EU.

Vorige week had ik het met collega’s over parkeren. Parkeren is een probleem en daar klagen veel mensen terecht over. Maar een beetje perspectief is nooit weg. In 1990 waren er in Boekarest 10 keer zo weinig auto’s, en geen parkeergarages. Nu zijn er talloze parkeervoorzieningen en in het centrum hebben ze zelfs een stuk of vijf, zes parkeergarages gegraven. Er is geen enkele overheid die een vertienvoudiging van het aantal auto’s in 25 jaar kan oplossen. Maar als je ziet hoeveel viaducten en wegverbredingen er de afgelopen 10 jaar zijn aangelegd, zie je wel dat de gemeente zijn best doet.

En dan corruptie. Laatst was ik op een Ubertocht met als chauffeur een politieman (van de jandarmerie). Door zijn wisselende diensten had hij tijd over om bij te beunen. We hadden het over de toestand in het land en uiteraard gaf hij aan dat ‘ik helaas niet de kans heb gegrepen om te emigreren, er is niets veranderd hier en er gaat ook niets veranderen’. En toen ik zei dat er toch de laatste jaren stoute politici met bosjes achter de tralies worden gezet, kon hij melden dat de echte bazen nog steeds vrij rondliepen. Op zich kan dat best, maar als je bedenkt dat Roemenië 25 jaar geleden werd geregeerd door een communistische dictator, dat vervolgens ondanks een volksopstand de communistische elite gewoon aan de macht is gebleven met hun corruptie en nepotisme, dan zijn de resultaten gewoon heel goed. In 25 jaar hebben de Roemenen (met hulp van de EU) een volledig verrot rechtssysteem omgeturnd tot een werkend systeem met een aantal rotte plekken.

Zou het zo zijn dat de Roemenen naast hun latijnse bloed een shot Slavische – of sterker nog, Hongaarse – mistroostigheid hebben meegekregen? Ik vermoed van wel.

En dan nog dit: U merkt dat het aantal stukjes flink afneemt – dat komt omdat ik nou 2 kinderen heb, 2 banen heb, in 2 talen stukjes schrijf en me inlees in een 2e rechtssysteem.

 

Alles is mega

De Mega Image op Bd. Regina Maria (www.managerexpress.ro)

De Mega Image op Bd. Regina Maria (www.managerexpress.ro)

Wij doen onze dagelijkse schapjes bij een keten met de naam Mega Image, vijf minuten lopen. Die naam heb ik altijd mal gevonden. Hij doet niet denken aan voedsel, appeleert niet aan traditie, familie of prijsstrategie. Mega Image klinkt als een tweederangs reclamebureau. Gelukkig is de waar beter dan de naam doet vermoeden. De winkels zijn tien jaar geleden overgenomen door de Belgische gigant Delhaize en dat merk je in het aanbod. Calvé pindakaas, crackers van Van der Meulen en Leffe tripel. Helaas geen goeie jong belegen, maar je kunt niet alles hebben.

Omgekeerd komt het vaker voor, namelijk dat een household name in West-Europa in Roemenië juist onderdoet voor het lokale alternatief.  Als je je auto wilt laten repareren dan kan dat bij de merkdealer of bij de lokale garage om de hoek (met ‘mannetjes’). De officiële garage is zeker 30% duurder en dubbel zo duur als je de prijzen vergelijkt met plattelandsgarages. En ze zijn niet betrouwbaarder. Want bij de dealer werkt een salesfiguur die zijn targets moet halen, zodat men probeert om je zoveel mogelijk extra kosten in de maag te splitsen. Daar komt bij dat de dealer voornamelijk bedrijven als klant heeft (lease-auto’s), dus de klanten die voor reparatie komen hoeven deze niet zelf te betalen. En met andermans geld is het makkelijker om gul te zijn. Bij het mannetje om de hoek zijn ze heel erg gewend aan klanten die vanwege een smalle beurs op alles af moeten dingen, dus komen ze vaak zelf al met kostentechnisch voordelige oplossingen. Dat kan natuurlijk ook gevaarlijk ver gaan, er zijn genoeg dertigjarige Dacia’s die met ijzerdraadjes bij elkaar worden gehouden.

Er zijn hier in Roemenië veel merken waar je ook in Nederland mee wordt doodgegooid. De Boekarestse warenhuizen (er wordt ieder jaar wel een nieuwe mall geopend) lijken precies op hun equivalenten in Frankrijk of Italië. Maar ze betekenen niet allemaal hetzelfde. In de jaren negentig was McDonald’s in Roemenië een soort exclusief restaurant – het nieuwe leven in eetbare vorm. Gelukkig heeft men snel ontdekt dat dat niet erg klopt. Maar de Ikea bijvoorbeeld, dat in Nederland starterswoningen en die van prijsbewustelingen van meubilair voorziet, is in Boekarest eigenlijk de enige middenoplossing. De alternatieven zijn namelijk enerzijds goedkope, lelijke meuk uit Turkije en anderzijds veel te dure designmeubels uit Italië. De grootste lokale keten, de Mobexpert, heeft naar onze opvatting van arme snobs net iets teveel tijgermotiefjes en oriëntaalse opleukerijtjes.

Waar je als Nederlander wel even van opkijkt, is de Peek & Cloppenburg. We hebben ook C&A, met ongeveer hetzelfde profiel als in het thuisland. Maar de P&C is in Nederland als merk bijna verdwenen en had bij leven een hardnekkig ouderedamesimago. Zo niet in Boekarest. Wie de winkels binnenstapt wordt begroet door trendy dansmuziek, terwijl trendy jongeren hun trendy kleren staan uit te zoeken. Zelfde eigenaar, zelfde logo, totaal ander imago.

Het allermooiste blijven de jaarlijks terugkerende aanplakbiljetten voor BZN-concerten. Echt, ieder jaar komen Jan Keizer en Anny Schilder onder de naam BZN hun oeuvre ten beste geven. In NL al jaren dood en begraven, maar in Roemenië blijft het een ijzersterk merk.

Contrasten, aflevering 3854

borrowed from simplybucharest.ro

borrowed from simplybucharest.ro

from rezistenta.net

Brokkelig huis op Calea Dudesti. Courtesy rezistenta.net

Hoewel ieder land uiteraard een land van contrasten is, heeft Roemenië lekker de meeste. Op weg naar mijn nieuwe werk (voor 3 dagen in de week ben ik senior consultant in productontwikkeling bij Wolters Kluwer) kom ik eerst door een communistisch flatlandschap, vervolgens langs een verpauperde zigeunerbuurt waar de kapitale villa’s al sinds 1948 geen verfje meer hebben gehad, langs een winkelcentrum waar je Calvin Klein-spijkerbroeken van 150 euro kan kopen (minimumloon: 200 euro), over de rivier, weer een vooroorlogse wijk maar dan wat beter opgeknapt, dan achterlangs bij het paleis van de Metropoliet, voorbij het industriële erfgoed (instortingsgevaar!) en dan ben ik er:

Aan een brede, nieuw aangelegde weg met 2 rijstroken heen en 2 terug liggen links wat brokkelige panden en morsige bedrijfsterreinen, en rechts is braakland zover het oog strekt. Helemaal braakland? Nee, er is één kantoorkolos die de strijd met de elementen voert, een groenglazen ode aan het kapitalisme. Deze kantoorflat luistert naar de naam Green Gate. Een paar kilometer verderop staan er tientallen, maar in deze buurt vlak ten zuiden van het paleis van Ceausescu is het de enige in zijn soort. Wij bezetten de zesde etage met een prachtig uitzicht over de stad.

Geeft niet, wasstraat om de hoek

Geeft niet, wasstraat om de hoek

De lokatie is alleen wat ver van de metro (zeker 20 min. lopen) en er zijn geen parkeerplaatsen. Er zijn zeg maar 20 parkeerplaatsen achter het pand, en een parkeergarage onder het pand. Die parkeergarage schijnt zo aan de prijs te zijn qua huur, dat bedrijven alleen voor hun management parkeerplekken hebben geregeld. Om het pand heen is een flinke lap grond, waar men een grasveldje heeft aangelegd en een soort kiezelstrand. Maar geen parkeerplaatsen. En aangezien er iedere dag honderden werknemers hun auto kwijt moeten, staan die op de stoep. Bovenop de fietsstrook. En als je na half negen komt, moet je uitwijken naar elders in de wijk of een soort baggerveldje naast de flat.

Dat baggerveldje verandert bij regen in een modderbad en ziet er dan uit zoals op de foto onder. Je begint dan een beetje te begrijpen waar het parkeerprobleem vandaan komt. Dat er een probleem is in de oude stad, die gebouwd is toen er nog geen auto’s waren, soit. Dat er een probleem is in de communistische wijken, voor een tijd dat je jaren op de wachtlijst stond voor een auto, okee. Maar dat er in fakking 2015 niet fatsoenlijk bij je werk geparkeerd kan worden is gewoon flut.

En dan zit je daar dus in het kraakheldere pand met klimaatregeling, kantoortuin en graties koffie (het restaurant op de begane grond bezorgt pizza aan je bureau). En dan kijk je uit het raam: een gezellig rommeltje van ouwe huisjes, net aan de sloophamer van Ceausescu ontsnapt, en wat ouwe fabriekjes waarvan sommige zijn omgeturnd tot kantoren of zalencentra. Ik moest vanmorgen een heel eind lopen van de auto naar kantoor (ons Fordje is niet blubberproof). Onderweg zag ik óf snelle jongelui met een oortje en hippe kleren, óf mismoedig voortschuifelende oudjes op weg naar de markt.

 

Burgemeester heeft schijt aan rechter

Ook Roemenië is geen paradijs moet u weten. Er is bijvoorbeeld al heel de winter geen sneeuw gevallen. Daarnaast de gebruikelijke probleempjes, zoals een zeer krakkemikkig functionerende overheid. Op het eerste gezicht lijkt de overheid in dit land wel te werken. Er zijn wegen, er is openbaar vervoer, er zijn ziekenhuizen, politie, en zelfs een ombudsman. Maar helaas merk je regelmatig dat de trias politica hier nog geen vijfentwintig jaar geleden is ingevoerd.

Zo had de gemeente Boekarest, onder aanvoering van de aan onderkaak lijdende burgemeester Oprescu, in 2006 besloten tot het aanleggen van een nieuwe noord-zuidas door de binnenstad. Deze Bulevardul Uranus (genoemd naar de onder Ceaușescu vrijwel geheel verdwenen pittoreske stadswijk) moet het verkeer door het centrum ontlasten en met name de centrale Victoria-boulevard wat leefbaarder maken. Dat is op zich een mooi idee, en het zou helemaal mooi zijn om een extra voetgangerszone te krijgen voor het Boekarestse flaneren.

Maar Oprescu had voor het gemak bedacht dat de historische panden op de route zouden worden gesloopt. Een aantal mensen en met name de stichting Red Boekarest (Salvați Bucureștiul) maakte hier fel bezwaar tegen en spande onder andere een aantal rechtszaken aan. Voor ieder project in de stedelijke ontwikkeling zijn namelijk alternatieven te bedenken. Boekarest beschikt over een klein en dalend aantal historische panden, dus die zijn kostbaar.

De rechter gaf de stichting deels gelijk en vernietigde de besluiten van de gemeenteraad waarop het hele project was gebaseerd. Maar, en nu komt het, daar trok de gemeente zich helegaar niets van aan. Uiteindelijk zijn er – met of zonder toestemming van de rechter – bijna honderd (monumentale) panden gesloopt en rond de 1000 mensen onteigend. En die boulevard dus aangelegd. De burgemeester kan enige plangrandeur niet ontzegd worden, want het tracé gaat verder met een tunnel onder het Parlement en doorsnijdt straks het gehele centrum. Maar goed, dit is dan ook de burgemeester van de ‘viaductsnelweg‘, een volledige snelweg op poten die hij boven de stad wil laten bouwen.

Het deel van het centrum waar de Uranusboulevard doorheen gaat is vervallen en vele stadgenoten zal het juist goed uitkomen dat er een extra hoofdweg door het centrum gaat. Maar het principe dat de uitvoerende macht de besluiten van de rechterlijke macht moet respecteren wordt met voeten getreden en dat is nog veel erger dan het afbreken van historische panden. Op deze manier worden we nooit een fatsoenlijke democratie hier.

Treurig stemmend was ook het nieuws dat het eerste op de rijbaan aangelegde fietspad van de stad (in plaats van met plakstroken op de stoep), onderdeel van de Uranusboulevard, meteen is ingenomen door foutparkeerders (onder). Ik geloof niet dat er ergens zo uitbundig en algeheel wordt foutgeparkeerd als in Boekarest.

Advocaten, artsen, voetballers en zangers

Met vrijwilliger (en goede kennis) Alex Vărzaru en landgenote Lies Kombrink ben ik vorige week bij het journalistiekklasje van Ferentari geweest. Ferentari is een wijk in het zuiden van Boekarest. Het gaat om een buitenschoolse activiteit, georganiseerd door het Policy Center for Roma and minorities (dat mede wordt gefinancierd door de Nederlandse ambassade). De protagonist van dit centrum heet Valeriu Nicolae. Ik kwam hem voor het eerst tegen in het blad Kamikaze. Hij had een indrukwekkend verhaal, en ik was nieuwsgierig geworden. Het was moeilijk om me in zijn wereld te verplaatsen. Ik ken geen Roma, ik was nog nooit in Ferentari geweest en ik had groot gebrek aan een context voor de verhalen die ik hoor over ‘de andere wereld’ in Boekarest. Het is ook eigenlijk absurd dat je van een bepaalde sociaaleconomische groep, die heel groot is in de stad, niemand kent, maar wel heel veel van een extreem kleine groep, namelijk de expats. Daar is natuurlijk een verklaring voor. Maar ik wil niet alleen buitenlander zijn, ik wil ook een beetje Boekarestenaar zijn.

In Ferentari wonen veel Roma (politiek correct) of zigeuners („țigani” de in Roemenië gebruikelijke, maar politiek incorrecte benaming). Ferentari is een armere wijk in Boekarest, bekend om zijn flats met kleine en slecht onderhouden appartementjes, om de drugs en om de slechte voorzieningen (asfalt, riool, verlichting, vuilnisophaal), zelfs voor Boekarestse begrippen. Als je Ferentari googelt zie je als eerste foto’s bergen met afval. Van sommigen hoorde ik dat het gevaarlijk was voor je portemonnee en je gezondheid om je in die wijk te wagen.

Dat is denk ik overdreven. Ik ben niet beroofd, aangevallen of aangestaard. Misschien zijn er stukken waar het voor buitenstaanders niet veilig is ’s avonds en ’s nachts, maar die heb je in iedere grote stad. In feite zag alles er heel erg normaal uit. Normale kinderen, die les krijgen in een normale school, met normale dromen. Dat vindt ik hoopgevend voor de toekomst van de wijk Ferentari binnen Boekarest.

klasje journalistiek in FerentariHet journalistiekklasje wordt gehouden in een school aan Prelungirea Ferentari. De meeste kinderen in het project gaan naar de Roemeense vijfde klas (en zijn dus een jaar of 11). Op de middag dat wij er waren, schoven er 4 meisjes en 2 jongens aan, tussen de 10 en 13 jaar. Ze maken lawaai, maar zijn verder erg lief. Net als op iedere school zijn juist de meisjes serieuzer over de toekomst (en willen advocaat of arts worden) en willen de jongens of voetballer of zanger worden. Het klasje wordt gehouden tussen de computers en de multimedia-apparatuur, in een smetteloos gebouw op een smetteloos terrein.

Mijn eerste indruk is dat het universum van deze kinderen van vandaag zo groot is, maar tegelijk ook zo klein. Ze hebben het heel gewoontjes over Dubai of Las Vegas, waar ik waarschijnlijk van m’n leven niet zal komen. Aan de andere kant begrijpen ze maar niet hoe er in een rijk land als Nederland ook veel dieven en drugsverslaafden kunnen zijn. Ze kunnen er heel moeilijk bij dat er mensen zijn die fundamenteel andere opvattingen hebben dan zij, bijvoorbeeld atheïst zijn, maar er toch heel normaal uitzien. Lies heeft veel succes met haar vertaling van de zin “Ik hou van jou” in het Roemeens – weer zo’n perfect normaal ding dat alle prepubers wel interessant vinden. Voor ons vertrek wordt er nog een a cappellaconcert gegeven in de muziekstijl “manele” (traditionele zigeunermuziek met Turkse invloeden, gecombineerd met elektronica en een discobeat).

We moeten niet voorbijgaan aan de echte problemen waar Ferentari mee wordt geconfronteerd. Na een bezoekje kan ik daar ook niks over zeggen natuurlijk. Maar ik ben ervan overtuigd dat, als deze kinderen hun enthousiasme en geloof in de toekomst kunnen behouden, ze zeker een kans hebben om het ver te schoppen. En wij, de buitenstaanders, moeten ook niet altijd wijzen op wat er niet goed gaat. Door te zien hoe normaal deze kinderen eigenlijk zijn kunnen we misschien een handje helpen bij hun sociale insluiting.

Een middagje ruimtelijk ordenen

In Boekarest zijn heel wat Nederlanders actief. Een van hen is Joep de Roo met zijn firma Eurodite, die doet aan stedelijke projecten met (voornamelijk) Europees geld. En dat het niet eenvoudig is om daarvoor de Roemeense overheid warm te krijgen, bleek wel op dit miniseminar.

Het netwerk dat het kader vormde van dit middagje keuvelen onder gelijkgestemden, heet DISC. De middag werd mede georganiseerd door de altijd actieve Nederlands-Roemeense Kamer van Koophandel. In het panel hadden vertegenwoordigers van Philips (heeft o.a. productiefaciliteiten in Roemenië), Eureko (verzekeraar) en een ministerie plaatsgenomen. Ook de Stadsarchitect van Boekarest (een van de hoogste stedelijke functies op het gebied van ruimtelijke ordening) nam deel aan het panel.

Ik weet geen biet van ruimtelijke ordening, maar dat samenwerken met overheden (publiek-private samenwerking is hard nodig als je het hebt over de ontwikkeling van stedelijke gebieden) moeilijk is wist ik al uit Nederland. In Roemenië is een belangrijk deel van de ambtenaren volstrekt niet met het algemeen belang bezig (maar met het vullen van hun eigen zakken) en de cultuur is meestal erg hiërarchisch, gesloten, en bang voor nieuwerwetse fratsen.

Boks daar maar eens tegenop – ik heb grote bewondering voor geslaagde projecten in deze context. Overigens ging de discussie ook grotendeels over het gebrek aan samenwerking tussen overheid en private partijen, waarbij de ambtenaren in het panel verwezen naar 1) de politiek en 2) gebrekkige wetgeving als boosdoeners.

De chefarchitekt sprak helaas niet zo goed Engels – jammer want dat sluit hem af voor buitenlandse inspiratie. En hij bestond het om doodleuk tijdens het forum te gaan bellen. Maar het meest verontrustend was dat de ambtenaren rustig anderen de schuld gaven zonder ook maar een moment zelf het begin van een aandrang tot initiatief te laten zien.

Gewoon blijven proberen, denk ik. En goed voorbeeld doet goed volgen.

 

Grote huizen, kleine straatjes

Het advocatenkantoor waar ik inmiddels een soort van paralegal ben ligt in het noorden van de stad, in een wijk die ten tijde van de revolutie bijna af was. En dat is te zien. In Aviatiei (luchtvaart), door Ceaușescu bedoeld voor het personeel van de dichtbijgelegen luchthavens Băneasa en Otopeni, staan nog een paar betongeraamten voor reusachtige flats, die wegens het uitbreken van het kapitalisme nooit zijn afgebouwd.

De Nicolae Caramfil-straat, waar ons kantoor is, ziet er uit als op de foto rechts. Vanuit het metrostation Aurel Vlaicu loop je onder het gloednieuwe viaduct door, langs het oude wijkje (zie foto onder) en je komt in een wild-westwalhalla van stadsontwikkeling. Of beter gezegd, het totale, volledige en volkomen gebrek aan stadsontwikkeling. 

Tussen de kantoorflats aan de straatkant liggen smalle straatjes waar geen twee auto’s elkaar kunnen passeren. Aan die straatjes liggen kasten van huizen, genre Bentley en Porsche voor de deur, maar fatsoenlijke verlichting of asfaltering hebben ze niet.

Nog veel erger is het in de naastgelegen wijk Pipera, waar de vastgoedboem van 2003-2008 tot een jubelende uitbarsting van antiplanning heeft geleid. Een kennis die in die wijk woont, kan in de winter zijn kolos van een woning niet uit omdat de sneeuwploeg niet in zijn straatje past. En toen zijn buurman rook rook en 112 belde, bleek dat ook de brandweer de straat niet in kon.

Pipera (video van een typische blubberstraat  hier) ligt in buurgemeente Voluntari. De burgemeester daar, ene Pandele, heeft een uitstekende reputatie als het gaat om ‘laissez-faire, als ik mijn smeergeld maar krijg’. En zo krijg je een zeer liberale ruimtelijke ordening. De bewoners van Pipera hebben geen waterleiding (iedereen heeft dus een put met een hydrofoorpomp). Er is ook nergens afwatering te bekennen (onhandig bij regen), trottoirs heb je nauwelijks. Kortom, de huizen staan er wel maar de publieke voorzieningen niet. Iedereen redt zich er maar mee. Het kan trouwens nog erger: Bij ons in sector 3 zijn aan de rand van de stad ook overal wijkjes met vrijstaande huizen verrezen. Ik ken iemand daar, die zei: De elektriciteit heb ik zelf maar moeten aanleggen, want de gemeente vertikte het. Hij heeft zelf palen en draden geregeld, met het elektriciteitsbedrijf gedeald en de hele wijk heeft van hem infrastructuur afgenomen.

De wijk Aviatiei in 1984 (www.comunismulinromania.ro)

Fat old silly peppers

De Peppers, die sinds het uitbrengen van hun legendarische album BloodSugarSexMagik ergens begin jaren negentig het grote publiek voor zich hebben gewonnen met alsmaar toegankelijker deuntjes, speelden bij hun eerste concert in Roemenië gelukkig ook wat ouder werk.

Het festijn ontvouwde zich in het nieuwe nationale stadion van Roemenië, voor een stadion erg mooi. Het is een spiksplinternieuwe betonkolos met dicht- en ook openschuifbaar dak.

Bij het stadion is (sic!) voldoende parkeergelegenheid, op de parkeergarage zijn ook nog eens sportvelden aangelegd. Heel hip. Wij wonen dichtbij genoeg om met een korte pitstop per te voet te kunnen gaan. Gelukkig ver genoeg om het lawaai niet te horen – de Peppers is dan nog ok maar binnenkort komt ook Julio Iglesias heb ik gehoord. Dan wil je dus niet in de buurt wezen.

De organisatie liep op rolletjes, het voorprogramma was prima (de Roemeense band Grimus), de verkoop van drank- en eetwaren draaide soepel, de bewaking was vriendelijk, de brandweer paraat, nergens was iets kapot of weg of niet goed, en ik kreeg een heel unheimisch gevoel.

Is dit Roemenië nog wel?

Dus toen na het overigens prima concert -enthousiast publiek, en de Peppers hadden er ook zin an- er een enorme opstopping ontstond toen bleek dat er maar een uitgang beschikbaar was voor iedereen die op het gazon het concert had bijgewoond, toen, beste mensen, slaakte ik een zucht van verlichting. Als álles goed gaat is het niet leuk meer, dan kan ik ook wel in Duitsland gaan wonen.

Wij in de wijk

Iedere stadswijk heeft zijn lokale afbakeningen, waardoor een stad een dorp kan worden. Het wordt vaak van Amsterdam gezegd, dat het zo dorps is. Boekarest lijkt niet echt op Amsterdam (ongeveer drie keer zoveel inwoners, bruto stedelijk product een fractie) maar het kan hier ook echt dorps zijn.

Na een week regen en meer regen in de voorspelling hebben we even een zonrespijt in Roemenië. Het wordt dan meteen tegen de dertig graden, om alle vocht flink weg te stomen voor het weer gaat hozen. Want regenperiodes gaan in Roemenië altijd gepaard met overstromingen van rivieren en riolen.

De zon lokt de burgers uit hun appartementjes. De gekke hollander groet zijn buren, prijst de hoveniersinspanningen van meneer Mihai, sympathiseert met de opgezwollen knie van de overbuurvrouw en gaat boodschapjes plegen bij de buurtsuper (een Belgische keten nota bene).

We hebben hier een echte dorpsgek – een oudere man die, omhangen met moderne elektronica en afwisselend in kostuum of trainingspak – de hele dag over straat loop en in zichzelf praat. We hebben een dorpspomp – tanti Luci kan ons informeren over de meest minutieuze details van het leven aller flatbewoners, hoewel ze bijna de deur niet uitkomt.

Veel buren in onze flat wonen er al sinds het ding is gebouwd midden jaren zestig. Dat komt: onze wijk is aangelegd als arbeidersparadijs. De arbeiders die hem moesten bevolken waren groepsgewijs uit hun huizen gezet bij het gereedkomen van een nieuwe flat, waarna de huizen konden worden platgemaakt en er weer een nieuwe flat kon verrijzen. Veel buren kennen elkaar dus nog van vóór de bouw van de flat, toen ze nog ieder hun eigen huis hadden.

Tot slot hebben we ook de dorpsrust. Af en toe blaft een hond of klinkt de roep van de oud-ijzerkoopman, maar autoverkeer of andere moderne dingen horen we hier nauwelijks. Zodoende kreeg ik een aangenaam urbaan gevoel, toen gisterochtend om 8 uur iemand besloot tot leven in de brouwerij met behulp van een autostereo en Highway to hell van AC/DC.

Berichtnavigatie