Tagarchief: ceausescu

Nederlander in communistisch Roemenië

De grootste Nederlandse kenner van Roemeense literatuur heet volgens mij Jan Willem Bos. Hij vertaalt Roemeense literatuur en poëzie en houdt ook een website bij van wat er zoal over Roemenië verschijnt in Nederland. En alsof dat nog niet genoeg is, houdt hij zich ook onledig met het samenstellen van Nederlands-Roemeense (en vice versa) woordenboeken – een algemeen én een juridisch woordenboek.

Deze besnorde held – in het dagelijks leven tolk voor Roemeense boeven in het Nederlandse justitie-apparaat – heeft begin jaren tachtig een tijdje in Roemenië gewoond. Prompt legde Ceaușescu’s Securitate een dossier over hem aan. Daar stond eigenlijk niets in, zo bleek toen Bos het na de revolutie kon inzien, maar hij heeft er toch een boekje over geschreven.

Dat boek is nu in het Roemeens vertaald (uitgeverij Trei) en die vertaling werd een paar weken geleden gepresenteerd in boekhandel Bastilia, aan Piața Romană. Ik erheen, hoewel ik eigenlijk de boekhouding moest doen.

Presentatie vertaling Bosboek

Van links naar rechts: een vriendelijke mevrouw van de uitgeverij, ambassadeur Van Bonzel, de man zelve, de heer Tănase en mevrouw Blandiana.

Dat het om een evenement van gewicht ging, bewees het aanwezige volk. Ik telde in het propvolle zaaltje minstens twee bekende journalistenhoofden, ’s lands bekendste dissidentdichteres Ana Blandiana hield een warm verhaal, de publicist en tv-persoonlijkheid Stelian Tănase gaf duiding en de Nederlandse ambassadeur roemde Bos als cultuurdrager. En zo is het. Dissidenttechnisch moge het dossier dan weinig opmerkelijks bevatten (volgens Bos zelf), hoe hij het beschrijft en de destijdse sfeer in Boekarest neerzet is de eigenlijke kracht van het boek (volgens de andere sprekers). Ik heb het werkje zelf niet gelezen maar zo’n beetje wel alle andere Bosboekjes, dus ik begrijp wat die sprekers bedoelden. Zonder westers pedant of juist overdreven inlevend te doen, kan Jan Willem Bos in een paar zinnen een situatie beschrijven, op een manier zodat niet-ingewijden zeggen: Aha, zo zit het! en kenners zeggen: Inderdaad, zo zit het precies!

Nou wil het toeval, dat ook oud-ambassadeur Coen Stork z’n Securitatedossier is verboekt in Roemenië (uitgeverij Humanitas), eerder dit jaar. Stork was eind jaren tachtig ambassadeur in Boekarest. Hij werd een bijkans mythische persoonlijkheid door op zijn fietsje dissidenten te bezoeken. Uiteraard heeft de geheime dienst een pil van een dossier over de man aangelegd. Ook dit boek heb ik niet gelezen (druk, druk!) maar ik stel me een soort ‘Das Leben der Anderen’ in boekvorm voor.

Overigens schijnt Stork ergens familie te zijn van een andere boekmaker over Roemenië: Jaap Scholten, die in zijn Kameraad Baron vertelt over de zielige Transsylvaanse Hongaarse adel die met de komst van de communisten uit hun kastelen werden geschopt.

Zo…u heeft deze zomer weer wat te doen op het strand!

Dictatoriaal dobberen

Laatst was de door iedereen uitgekotste Europariamentariër Adrian Severin (smeergeld) weer eens in het nieuws. Voortgang in zijn rechtszaak? Bekentenis? Eindelijk uit het EP gestapt? Think again! Hij was in het nieuws omdat hij bij een symposium een praatje hield over… corruptie in Roemenië. Nou zult u denken, dat is de juiste man want zo’n ervaringsdeskundige kan als geen ander vertellen over zijn malafide praktijken. Zo niet vertegenwoordigers van anticorruptieclub România Curată, die eerst Severin tijdens zijn praatje begonnen te jennen over aftreden en vervolgens heilig verontwaardigd waren dat ze door zijn supporters de zaal werden uitgebonjourd.

Maar dat terzijde: Ik ging lekker zwemmen dus die Severin kan de pot op.

Ons wijkzwembad heeft bij de ingang een hoge trap en om bij het eigenlijke bad te komen moet je weer een steile trap naar beneden. Dus al had ik doktersadvies om te zwemmen, ik moest uitwijken met mijn krukken.

Nicolae Ceausescu

Op aanraden van een kennis heb ik me geabonneerd bij Club Floreasca. Dit is een prachtig aan een meer gelegen fitness-/zwemclub met restaurant, in de rijke stinkerdsbuurt Dorobanți-Beller.

Ik las ergens dat het complex nog steeds eigendom is van de RAAPPS, een soort van Rijksgebouwendienst van Roemenië. Vast staat in ieder geval dat tot eind ’89 de belangrijkste klandizie werd gevormd door de Eik van de Karpaten en aanhang. Het restaurant schijnt erg treurig te zijn en de bediening van het puur communistische soort, maar Ceaușescu schijnt hier zijn laatste Oud&Nieuw te hebben gevierd, volgens deze Moldavische krant.

Het zwembad, waar ik mij nu drie keer per week op therapeutische basis in wentel, is geheel in oude stijl bewaard gebleven met de typische elementen die de periode zo karakteristiek maken: somber hout, beton en twee of drie geometrische basisvormen.

Vanuit het zwembad kijk je uit op een dennenbosje en het Floreasca-meer. De zwemmers zijn voornamelijk rustige, oudere mensen die hun dictator hebben overleefd.

En omdat alles zo authentiek bewaard is gebleven (lees: geen flikker aan onderhoud uitgevoerd in 20 jaar) denk ik bij ieder haakje waar ik iets ophang, bij iedere tegel en bij iedere ligstoel: zou ‘oompje Nicu’ ook dit haakje, deze tegel of die ligstoel hebben gebruikt? Zou de Eerste Zoon des Vaderlands hier op zijn spillebeentjes en in badslippers wat executies hebben bevolen? Zouden hier Marx en Engels galmend zijn geciteerd?

Ik voelde me ook een soort ramptoerist, die zich komt vergapen aan het leed dat een land is aangedaan. Maar toen ik geen Roemeen zag protesteren heb ik gewoon lekker gezwommen in de geschiedenis.

Steaua-Utrecht: 3-1

Aangezien FC Utrecht op bezoek kwam in ons Boekarestse stadje B. had vriend Marius het idee gekregen om de wedstrijd eens te gaan bekijken. Hij wist dat ik historische banden heb met Utrecht en dat ik nog nooit in het Ghencea-stadion was geweest.

Marius zelf is fan van Dinamo, de aartsvijand van Steaua, maar hij had zich over zijn afkeer heengezet en uit zelfbescherming zijn eigen clubkleuren thuisgelaten. Want Steauafans kunnen daar niet om lachen. We namen de metro tot aan Crângași, vanuit ons deel van de stad al een heel end, en toen ging het nog een tijd met de sneltram door de wijken Militari en Drumul Taberei naar Prelungirea Ghencea, aan de uiterste westkant van de stad. Drumul Taberei betekent Weg naar het kamp, een verwijzing naar de Roemeense opstand tegen de Turken in de 1820’er jaren onder Tudor Vladimirescu, die opstandelingen hadden daar hun kamp opgeslagen.

Het stadion van Steaua is het grootste van de stad (tot het Nationaal Stadion wordt heropend in 2011) en wordt door de club gehuurd van het Ministerie van Defensie. Vroeger was Steaua de voetbalclub van het leger, maar sinds een tijd is controversieel zakenman en Europarlementariër Gheorghe (‘Gigi’) Becali patroon van de club.

Het stadion is buiten het zicht van de camera’s op het veld een afbrokkelende betonhoop, met doorkijkjes naar sinistere ondergrondse ruimtes, verroest hekwerk en verveloze metalen objecten. Het hielp niet dat de wedstrijd om 10 uur ’s avonds pas begon.

De wedstrijd had een visueel aantrekkelijk begin, toen de harde kern van Steaua liet zien wat je allemaal ongezien aan vuurwerk het stadion in kunt brengen. De wedstrijd kon een minuut of vijf niet doorgaan, maar iedereen leek het pyrotechnische optreden normaal te vinden. Ik ga nooit naar het foebelen, dus ik ben niks gewend.

Utrecht was in de eerste helft beter maar verzuimde voldoende te scoren. In de tweede helft was de concentratie weg en scoorde Steaua prompt twee keer, waarna Utrecht het niet meer op kon brengen om structuurvoetbal te spelen. Ik zat midden tussen de Steauafans en zag aan de overkant van het veld een honderdtal Utrechters stilletjes voor zich uit staren. Dat was toch wel een beetje zielig. Maar om niet levend gekookt te worden onthield ik mij van verbaal of gesticulant commentaar, dus mijn sympathiemoment is waarschijnlijk niet gezien en onopgemerkt gebleven.

A man holds a leaflet with a picture of late communist dictator Nicolae Ceausescu as media and members of the public gather around his freshly dug up grave in the background at the Ghencea cemetery in Bucharest, Romania, Wednesday, July 21, 2010.

Totally unrelated: De bekendste bewoner van begraafplaats Ghencea, in de buurt van het stadion