Bouman's Blog

Leven en werken in Roemenië

Archief voor de tag “cultuur”

Altijd dat geklaag

Vanochtend was op de radio dat de levensverwachting in Roemenië de afgelopen 25 jaar met 10 jaar is gestegen. Een prima ontwikkeling zou ik zeggen – geeft de communismenostalgen mooi het nakijken. Bovendien weten u, ik en de andere goed geïnformeerde burgers dat een hogere levensverwachting in hoofdzaak te danken is aan twee dingen: beter eten en betere zorg. Allemaal goed nieuws. Maar de headline van het nieuwsbericht was dat Roemenië het op twee na kortst leeft in de EU.

Vorige week had ik het met collega’s over parkeren. Parkeren is een probleem en daar klagen veel mensen terecht over. Maar een beetje perspectief is nooit weg. In 1990 waren er in Boekarest 10 keer zo weinig auto’s, en geen parkeergarages. Nu zijn er talloze parkeervoorzieningen en in het centrum hebben ze zelfs een stuk of vijf, zes parkeergarages gegraven. Er is geen enkele overheid die een vertienvoudiging van het aantal auto’s in 25 jaar kan oplossen. Maar als je ziet hoeveel viaducten en wegverbredingen er de afgelopen 10 jaar zijn aangelegd, zie je wel dat de gemeente zijn best doet.

En dan corruptie. Laatst was ik op een Ubertocht met als chauffeur een politieman (van de jandarmerie). Door zijn wisselende diensten had hij tijd over om bij te beunen. We hadden het over de toestand in het land en uiteraard gaf hij aan dat ‘ik helaas niet de kans heb gegrepen om te emigreren, er is niets veranderd hier en er gaat ook niets veranderen’. En toen ik zei dat er toch de laatste jaren stoute politici met bosjes achter de tralies worden gezet, kon hij melden dat de echte bazen nog steeds vrij rondliepen. Op zich kan dat best, maar als je bedenkt dat Roemenië 25 jaar geleden werd geregeerd door een communistische dictator, dat vervolgens ondanks een volksopstand de communistische elite gewoon aan de macht is gebleven met hun corruptie en nepotisme, dan zijn de resultaten gewoon heel goed. In 25 jaar hebben de Roemenen (met hulp van de EU) een volledig verrot rechtssysteem omgeturnd tot een werkend systeem met een aantal rotte plekken.

Zou het zo zijn dat de Roemenen naast hun latijnse bloed een shot Slavische – of sterker nog, Hongaarse – mistroostigheid hebben meegekregen? Ik vermoed van wel.

En dan nog dit: U merkt dat het aantal stukjes flink afneemt – dat komt omdat ik nou 2 kinderen heb, 2 banen heb, in 2 talen stukjes schrijf en me inlees in een 2e rechtssysteem.

 

Nederlander in communistisch Roemenië

De grootste Nederlandse kenner van Roemeense literatuur heet volgens mij Jan Willem Bos. Hij vertaalt Roemeense literatuur en poëzie en houdt ook een website bij van wat er zoal over Roemenië verschijnt in Nederland. En alsof dat nog niet genoeg is, houdt hij zich ook onledig met het samenstellen van Nederlands-Roemeense (en vice versa) woordenboeken – een algemeen én een juridisch woordenboek.

Deze besnorde held – in het dagelijks leven tolk voor Roemeense boeven in het Nederlandse justitie-apparaat – heeft begin jaren tachtig een tijdje in Roemenië gewoond. Prompt legde Ceaușescu’s Securitate een dossier over hem aan. Daar stond eigenlijk niets in, zo bleek toen Bos het na de revolutie kon inzien, maar hij heeft er toch een boekje over geschreven.

Dat boek is nu in het Roemeens vertaald (uitgeverij Trei) en die vertaling werd een paar weken geleden gepresenteerd in boekhandel Bastilia, aan Piața Romană. Ik erheen, hoewel ik eigenlijk de boekhouding moest doen.

Presentatie vertaling Bosboek

Van links naar rechts: een vriendelijke mevrouw van de uitgeverij, ambassadeur Van Bonzel, de man zelve, de heer Tănase en mevrouw Blandiana.

Dat het om een evenement van gewicht ging, bewees het aanwezige volk. Ik telde in het propvolle zaaltje minstens twee bekende journalistenhoofden, ’s lands bekendste dissidentdichteres Ana Blandiana hield een warm verhaal, de publicist en tv-persoonlijkheid Stelian Tănase gaf duiding en de Nederlandse ambassadeur roemde Bos als cultuurdrager. En zo is het. Dissidenttechnisch moge het dossier dan weinig opmerkelijks bevatten (volgens Bos zelf), hoe hij het beschrijft en de destijdse sfeer in Boekarest neerzet is de eigenlijke kracht van het boek (volgens de andere sprekers). Ik heb het werkje zelf niet gelezen maar zo’n beetje wel alle andere Bosboekjes, dus ik begrijp wat die sprekers bedoelden. Zonder westers pedant of juist overdreven inlevend te doen, kan Jan Willem Bos in een paar zinnen een situatie beschrijven, op een manier zodat niet-ingewijden zeggen: Aha, zo zit het! en kenners zeggen: Inderdaad, zo zit het precies!

Nou wil het toeval, dat ook oud-ambassadeur Coen Stork z’n Securitatedossier is verboekt in Roemenië (uitgeverij Humanitas), eerder dit jaar. Stork was eind jaren tachtig ambassadeur in Boekarest. Hij werd een bijkans mythische persoonlijkheid door op zijn fietsje dissidenten te bezoeken. Uiteraard heeft de geheime dienst een pil van een dossier over de man aangelegd. Ook dit boek heb ik niet gelezen (druk, druk!) maar ik stel me een soort ‘Das Leben der Anderen’ in boekvorm voor.

Overigens schijnt Stork ergens familie te zijn van een andere boekmaker over Roemenië: Jaap Scholten, die in zijn Kameraad Baron vertelt over de zielige Transsylvaanse Hongaarse adel die met de komst van de communisten uit hun kastelen werden geschopt.

Zo…u heeft deze zomer weer wat te doen op het strand!

Gaudeamus

De nationale boekenbeurs van Roemenië is een van de grootste culturele evenementen van het jaar. Het festijn, dat Gaudeamus is gedoopt (bij ons in huis al gauw geëvolueerd tot Gouwe Anus), grijpt zich aan in het Romexpo-gebouw, een communistisch ufo-vormig betonfeest.

Vandaag (zondag) was de laatste dag. Vriend Vlad, die vrijdag bij de presentatie van het nieuwe boek van zijn oom was (die oom is 98 jaar), vertelde dat hij allerlei tv-persoonlijkheden tegenkwam die je nooit op een boekenbeurs zou verwachten, zoals ene Simona Sensual of de beruchte Bahmuțeanca.

Vandaag wat minder mediageweld. Ik zag een presentator van de televee en Ana-Maria heeft een ex-minister van Cultuur gespot. Het publiek bestaat vooral uit koopjesjagers en mensen die naar bevriende boekpresentaties komen kijken, heb ik me laten vertellen.

Het personeel van de uitgeverijen die de stands bevolken (er zijn ook muziekwinkels, verkopers van etherische oliën en Roemeniësoevenirs aanwezig op de beurs), zag er na drie dagen beurs erg mat uit. Beursgebeursd. Er waren drie soorten verkopers: louche figuren met teveel gezichtshaar die ongeïnteresseerd op stoeltjes hingen, oudere dames in bloemetjesjurken die erg boos leken te worden als je wat wilde kopen, en jonge dingen die enthousiast hun werkgever aanprezen (1 exemplaar). Oh ja, en de  aan levensmoeheid lijdende Moldavische (Roemeenssprekende republiek aan de andere kant van de rivier de Prut) exposanten die géén boek over de geschiedenis van Moldavië hadden, maar wél over sterilisatietechnieken van melk.

Overigens heb ik wel degelijk gevonden wat ik zocht, want aanbod was er genoeg. Roemenië is traditioneel een leesland (men zegt vanwege geen tv onder het communisme) en hoewel dat afneemt zijn er veel uitgeverijen die hun best doen. De universiteitsuitgeverijen en die van verschillende musea waren aanwezig, de uitgeverij van het leger, Greenpeace met wat brochures, uitgeverijen van educatief materiaal, van geestverruimende literatuur, van buitenlandse bestsellers en Roemeense grootheden. Je struikelt over de boekpresentaties, ik heb er in een uurtje rondwandelen een stuk of vijf gezien. De audio van de ene presentatie concurreert met de volgende, en met de muziek van de muziekwinkels en de trekking van verlotingen. Een gezellige bedoening.

Toch denk ik niet dat ik volgend jaar weer ga. Spannend, sprankelend of origineel was het geenszins en er zijn ook andere dingen te doen op zondagmiddag. Boekje lezen bijvoorbeeld.

Een middagje ruimtelijk ordenen

In Boekarest zijn heel wat Nederlanders actief. Een van hen is Joep de Roo met zijn firma Eurodite, die doet aan stedelijke projecten met (voornamelijk) Europees geld. En dat het niet eenvoudig is om daarvoor de Roemeense overheid warm te krijgen, bleek wel op dit miniseminar.

Het netwerk dat het kader vormde van dit middagje keuvelen onder gelijkgestemden, heet DISC. De middag werd mede georganiseerd door de altijd actieve Nederlands-Roemeense Kamer van Koophandel. In het panel hadden vertegenwoordigers van Philips (heeft o.a. productiefaciliteiten in Roemenië), Eureko (verzekeraar) en een ministerie plaatsgenomen. Ook de Stadsarchitect van Boekarest (een van de hoogste stedelijke functies op het gebied van ruimtelijke ordening) nam deel aan het panel.

Ik weet geen biet van ruimtelijke ordening, maar dat samenwerken met overheden (publiek-private samenwerking is hard nodig als je het hebt over de ontwikkeling van stedelijke gebieden) moeilijk is wist ik al uit Nederland. In Roemenië is een belangrijk deel van de ambtenaren volstrekt niet met het algemeen belang bezig (maar met het vullen van hun eigen zakken) en de cultuur is meestal erg hiërarchisch, gesloten, en bang voor nieuwerwetse fratsen.

Boks daar maar eens tegenop – ik heb grote bewondering voor geslaagde projecten in deze context. Overigens ging de discussie ook grotendeels over het gebrek aan samenwerking tussen overheid en private partijen, waarbij de ambtenaren in het panel verwezen naar 1) de politiek en 2) gebrekkige wetgeving als boosdoeners.

De chefarchitekt sprak helaas niet zo goed Engels – jammer want dat sluit hem af voor buitenlandse inspiratie. En hij bestond het om doodleuk tijdens het forum te gaan bellen. Maar het meest verontrustend was dat de ambtenaren rustig anderen de schuld gaven zonder ook maar een moment zelf het begin van een aandrang tot initiatief te laten zien.

Gewoon blijven proberen, denk ik. En goed voorbeeld doet goed volgen.

 

Dodenzaterdag

Vandaag is het in Roemenië (en wellicht in de hele orthodoxe wereld, ik heb het even niet gegoogled) Allerheiligen, in het Roemeens sâmbăta morților. Letterlijk betekent dat de zaterdag van/voor de doden. Een andere naam is moșii de iarnă (winter-voorgeslacht) in tegenstelling tot moșii de primavară in de lente, want dan is er nog een dodenzaterdag.

Roemeense doden worden flink herdacht. Na een overlijden organiseren de nabestaanden traditioneel een aantal herdenkingsgelegenheden (parastas) in intervallen van een week tot een paar maanden tot eens per jaar, afhankelijk van hoe lang het overlijden geleden is.

En twee keer per jaar is er dus gelegenheid om alle doden nog eens te herdenken. Dat gebeurt met een speciale kerkdienst. Wij als christenen met gewillige geest en zwak vlees kwamen vanochtend aankakken toen de dienst nèt was afgelopen, maar het belangrijkste hebben we kunnen toch kunnen doen. Het gaat er namelijk om dat je, voor het zieleheil of in naam van de doden in je familie, aalmoezen uitdeelt.

Deze aalmoezen zijn vaak in natura in de vorm van een speciaal soort koude havermout met poedersuiker, colivă, die je formeel hoort uit te delen aan behoeftigen maar in de praktijk komt iedere medekerkganger in aanmerking. Het kerkplein op de foto hieronder is op deze zaterdag vol met mensen, de pomana (aalmoes) wordt op tafels gezet en uitgedeeld aan wachtende armen of medekerkgangers. Er is ook een flink aantal zigeunervrouwen met kinderen, en slonzige burgers voor wie dit soort gelegenheden een buitenkansje is.

Je kunt wijwater tappen uit een enorm vat wat gezegend is door een (hoge) geestelijke. Wij hebben in het gebouwtje naast de kerk een paar kaarsjes aangestoken (mijn favoriete traditie) voor de doden, maar ook voor de levenden.

Zo gaat dat in Roemenië. Het was hartstikke druk en ook wij mochten huiswaarts keren met wat colivă. Beste lezer, ik wens je een lang en gelukkig leven toe. Maar weet dat er na dat leven in Roemenië aan je wordt gedacht!

Buurtkerk Nicolae Grigorescu-boulevard (www.crestinortodox.ro)

Wij in de wijk

Iedere stadswijk heeft zijn lokale afbakeningen, waardoor een stad een dorp kan worden. Het wordt vaak van Amsterdam gezegd, dat het zo dorps is. Boekarest lijkt niet echt op Amsterdam (ongeveer drie keer zoveel inwoners, bruto stedelijk product een fractie) maar het kan hier ook echt dorps zijn.

Na een week regen en meer regen in de voorspelling hebben we even een zonrespijt in Roemenië. Het wordt dan meteen tegen de dertig graden, om alle vocht flink weg te stomen voor het weer gaat hozen. Want regenperiodes gaan in Roemenië altijd gepaard met overstromingen van rivieren en riolen.

De zon lokt de burgers uit hun appartementjes. De gekke hollander groet zijn buren, prijst de hoveniersinspanningen van meneer Mihai, sympathiseert met de opgezwollen knie van de overbuurvrouw en gaat boodschapjes plegen bij de buurtsuper (een Belgische keten nota bene).

We hebben hier een echte dorpsgek – een oudere man die, omhangen met moderne elektronica en afwisselend in kostuum of trainingspak – de hele dag over straat loop en in zichzelf praat. We hebben een dorpspomp – tanti Luci kan ons informeren over de meest minutieuze details van het leven aller flatbewoners, hoewel ze bijna de deur niet uitkomt.

Veel buren in onze flat wonen er al sinds het ding is gebouwd midden jaren zestig. Dat komt: onze wijk is aangelegd als arbeidersparadijs. De arbeiders die hem moesten bevolken waren groepsgewijs uit hun huizen gezet bij het gereedkomen van een nieuwe flat, waarna de huizen konden worden platgemaakt en er weer een nieuwe flat kon verrijzen. Veel buren kennen elkaar dus nog van vóór de bouw van de flat, toen ze nog ieder hun eigen huis hadden.

Tot slot hebben we ook de dorpsrust. Af en toe blaft een hond of klinkt de roep van de oud-ijzerkoopman, maar autoverkeer of andere moderne dingen horen we hier nauwelijks. Zodoende kreeg ik een aangenaam urbaan gevoel, toen gisterochtend om 8 uur iemand besloot tot leven in de brouwerij met behulp van een autostereo en Highway to hell van AC/DC.

Banzai

overgenomen van www.condenaststore.comAls ik de afgelopen maanden wat minder blogstukjes heb kunnen produceren, is dat in de eerste plaats te wijten aan schrijverij in het Roemeens. Ik ben afgelopen week begonnen met een tweewekelijks stukje op de website van satirisch weekblad Kamikaze, en schrijven in het Roemeens kost mij veel tijd en zweetdruppeltjes. En dan nog wordt het pas een grammaticale tekst na snoeihard ingrijpen van Ana-Maria.

Roemenië heeft al sinds vlak na de revolutie een satirische pers (voor het communisme was die er trouwens ook al wel, heb ik gelezen). Het begon met het blad Academia Cațavencu in 1991.

Dat blad bestaat nog steeds en heeft twee afsplitsingen ondergaan: twee jaar geleden begonnen de jongens van Kamikaze voor zichzelf, omdat ze niet het brood van een mediatycoon wilden eten en diens woord spreken. Vorig jaar scheidde Cațavencii zich af, ik geloof vanwege iets met geldjes en politiek. De spoeling is dus behoorlijk dun en alledrie de blaadjes leiden een moeilijk bestaan. De hele Roemeense dagbladpers trouwens – serieuze journalistiek verschuift steeds meer naar het internet. Alle drie de satirische blaadjes doen trouwens erg hun best om in navolging van het Franse Le Canard Enchaîné een combinatie te bieden van geëngageerde onderzoeksjournalistiek en flauwe grappen.

Ik ben natuurlijk geen professioneel journalist. De Kamikaze-redactie heb ik toevallig leren kennen toen ze een tafeltenniswedstrijd ten kantore organiseerden en ik daar acte de présence heb gegeven, afgelopen zomer. Mijn rubriekje bij Kamikaze heeft een wat onduidelijke status voorlopig, en valt onder het kopje Opinie. Ik word geacht om observaties ten beste te geven over Roemenië met het oog van een buitenlander. Dus ongeveer hetzelfde als op dit blog – maar dan in het Roemeens. Ik ben er stiekem best trots op en ik hoop natuurlijk dat de Roemeense lezers mijn stukjes kunnen pruimen.

Stage

Het Roemeense onderwijs staat bekend als niet praktijkgericht, zodat ik blij was met de tweewekelijkse snuffelstage in de zomer die bij de Rechtenfaculteit ieder studiejaar verplicht is. De meeste studiegenoten deden wat smalend over deze ministage, in de zin van: “Welke gek gaat die stage werkelijk doen? Ik ‘regel’ gewoon een papiertje bij een kennis.” Diezelfde studiegenoten  houden uiteraard niet op met klagen over het niveau van het onderwijs, onserieuze werkgevers, slecht betaalde banen en de kwalen van de maatschappij als geheel. Het fenomeen dat de papierboel er mooi uitziet maar toch de werkelijkheid niet weerspiegelt, is wijdverbreid. Mijn Duitse buurman heeft het altijd over een Roemeens gezegde (Fură frate, dar fă forma legală) dat ik eerlijk gezegd nog nooit van een Roemeen heb gehoord maar dat iets betekent als: Steel gerust de boel bij elkaar, als je de administratie maar op orde hebt. Met stempels natuurlijk.

Zelfs als je werkelijk een stage gaat doen, is dat vaak niet erg zinvol. Mijn schoonvader, die in zijn dertig jaar onderwijs geven vele leerlingen op stageplaatsen heeft geplaatst, vreesde dat ook mijn stage zich zou beperken tot het zetten van koffie en het kopiëren van stukken.

Die vrees bleek geheel ongegrond. Vanaf het eerste moment werd ik broederlijk in het team opgenomen (het litigation team van de firma David&Baias, gelieerd aan de lokale vestiging van PwC) waar ik op voorspraak van Peter de Ruiter mijn ministage mocht doen. Ik kreeg zware zaken voor mijn kiezen en zat van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat gebogen over de traktaten, wetboeken en vaktijdschriften. Correct juridisch Roemeens schrijven is voor mij sowieso al een hele uitdaging, maar de stagebegeleidster had bedacht dat ik qua inhoud wel wat cassatiezaken kon uitwerken, een materie die pas in het vierde jaar wordt gegeven. Erg leuk dus 🙂 en ik was blij om te zien dat er in Roemenië wel degelijk bedrijven zijn op hoog professioneel niveau.

Op 1 oktober begint het tweede jaar. Nog wat jaartjes doorbijten en dan ben ik waarschijnlijk de enige Nederlander met een rechtenstudie aan de universiteit van Boekarest 🙂 Laten we hopen dat gebrek aan vraag naar deze specifieke expertise niet de reden is voor die zeldzaamheid…

Oranje paleisjes

De heer Anghel is een bekende Roemeense onderwereldfiguur. Iedereen kent hem als Bercea Mondial en wij dus ook. Bercea is gewoon een naam en mondial betekent (maar dat had u al bedacht): wereldwijd. Zijn zonen hebben ook bijnamen, die worden bijvoorbeeld Mercedes of Ambassadeur genoemd.

Een bijnaam die hijzelf vindt passen, want het staat met grote letters op zijn zigeunerpaleisje (zie hoofdverblijf van meneer onder dit bericht. Op de torentjes vooraan kunt u de woorden zien staan). En dit is niet het enige onderkomen: Volgens het onvolprezen boulevardblad Click! heeft meneer wel vijftig panden onder zijn hoede, al of niet op naam van een familielid. Op zich is dat allemaal natuurlijk niet verboden, hoewel Roemenen van goede smaak moord en brand schreeuwen om de barokke torentjes van blik en de oogkankerkleuren.

Meneer Mondial – een eerlijk zakenman zoals Bul Super zou zeggen – was laatst in het nieuws omdat hij een neefje van hem zou hebben neergestoken onder onduidelijke omstandigheden. Zoals verwacht beweerde de hele familie, inclusief het slachtoffer, eerst bij hoog en bij laag het ene, en vervolgens bij datzelfde hoog en laag het compleet tegenovergestelde. “Ik heb dat wel gezegd, maar ik was niet helemaal helder. Nee, de minderjarige zoon heeft gestoken!” De officier van justitie moet wel een beetje huilen van dit soort gevallen, want het is lastig ooggetuigen vinden op zo’n manier.

Tegen de familie Mondial lopen 120 strafdossiers, maar hij is nog nooit ergens voor veroordeeld. De verhouding met de Roemeense overheid is sowieso interessant: Mondial heeft de broer van president Băsescu overgehaald zijn zoon te dopen en dus godfather te worden, verscheidene andere politici en rechters zijn naar verluid met hem geaffilieerd en hij schijnt de rijkste man in de provincie Olt te zijn.

De tientallen paleisjes en winkels die meneer Mondial heeft laten neerzetten respecteren geen van alle de bepalingen van de bouwvergunning. De vele boetes en rechtszaken waar de gemeente Slatina mee strijdt zijn echter wegens vormfouten zonder resultaat gebleven. Vormfouten heb je in Roemenië (onduidelijke wetgeving + incompetetente overheid) onder iedere tegel.

Het allermooiste: Tijdens de steekpartijrechtszitting bleek dat meneer Mondial niet kan lezen of schrijven. Snelle journalisten zochten vervolgens uit dat hij wel degelijk een rijbewijs heeft. Rara! Moet je daarvoor dan geen theorie-examen afleggen? Zeker. Moet je daarvoor de vragen dan niet kunnen lezen? Jawel. Het is dus onmogelijk dat hij op legale wijze een rijbewijs heeft kunnen krijgen. Misdrijf verjaard natuurlijk, want rijbewijs sinds 1992. Maar kan hem dat rijbewijs niet afgenomen worden? Misschien wel, maar iedere relevante overheidsorganisatie vindt dat een ander dat moet gaan regelen. Wie bindt de kat de bel aan, zullen we maar zeggen.

Uitsmijter van Bercea: “Ik weet nog wel dat ik iemand heb omgekocht voor dat rijbewijs. Ik ben alleen vergeten wie!”

http://www.pressalert.ro/wp-content/uploads/2011/02/casa-Bercea-Mondial-2-p.jpg

Vroeg of laat wordt het weer vroeger

Het begin van het jaar is voor mij een mooi moment om kindse genoegens te herbeleven. Uit een berg LP’s die mijn ouders weg wilden doen heb ik in de kerstvakantie eentje van Alfred J. Kwak (de voorstelling van Herman van Veen met het Residentiekwintet) gevist. Na thuiskomst moest onze driejarige schurk daar natuurlijk meteen aan geloven. Dus wij met een kopje thee geluisterd naar alle liedjes en Hermans grapjes, tot mijn grote vreugde. Dochterlief ging zelf maar thee zetten met haar servies.

Een andere activiteit uit mijn kindertijd is het lezen van teksten op levensmiddelenverpakkingen. Wij mochten vroeger nooit lezen aan tafel, maar de leesverslaving die ik toen al had dwong me tot het mechanisch lezen van het cornflakespak tot ik de tekst uit mijn hoofd wist.

Dankzij deze verslaving heb ik vandaag een stukje Roemeense poëzie ontdekt, dat ik u niet wil onthouden. De vertaling is van uw dienaar. Het gaat om zonnebloemolie van het merk Unisol, van de Hongaarse firma Bunge.

‘UNISOL VAN OLIE UIT EERSTE PERSING

gecreëerd uit liefde voor de natuur

De natuur is perfect.

Uit liefde voor de natuur en voor een zo dicht mogelijke

benadering van perfectie hebben wij de enige olie gecreëerd

uit eerste persing, waar Unisol van gemaakt is. Iedere druppel

Unisol respecteert de natuurlijke smaak van de ingrediënten,

zodat jij samen met je familie kunt genieten

van al het beste van de natuur!’

 

…Voordat u begint te schamperen en te smalen: ik geef het u te doen om voor zonnebloemolie een clichéloze aanprijzer te schrijven!

 

Berichtnavigatie