Auteursarchief: Johan Bouman

Schoon

Als Roemenen zeggen ‘We gaan van het weekend naar het platteland’ (la țară) dan bedoelen ze dat niet in het algemeen. Hoewel veel Roemenen stadsbewoners zijn (Boekarest herbergt een kleine 20% van de ingezetenen) heeft bijna iedereen wortels op het platteland. In communistische tijden heeft er een hevige, vaak onvrijwillige urbanisatie plaatsgevonden. Veel mensen verhuisden naar de steden, of naar verstedelijkte voormalige dorpen, en behielden hun plattelandsconnecties. Roemeense familiebanden zijn ook sterker bij ons, dus het feit dat er een oma, tante, nichtje of oude vriend nog op het dorp woont is van een groter belang dan dat het in Nederland zou zijn.

Zo zijn wij regelmatig in het weekend te vinden in het dorpje Măgura bij Buzău, waar Ana-Maria’s oma woont. Oma is heel oud en invalide, zij wordt door de week verzorgd door de buren en in het weekend door Paul en Mari. Bejaardentehuizen zijn in Roemenië oorden die je je ergste vijand nog niet als oudedagvoorziening zou toewensen (tenzij je de centen hebt om een privé-tehuis te betalen), en bovendien is oma zó met haar erf vergroeid dat het ondenkbaar is ergens anders haar bejaardheid te beleven.

Schoonmaken is er dus ook niet meer bij, de enige taak die ze nog kan doen na een leven hard werken is het voeren van de kippen. Dus afgelopen weekend togen we met de familie erop uit en aan de schoonmaak. Op het erf staan meerdere huizen, waarvan eentje alleen in de zomer bewoond is. Daar moest flink de bezem door. Ook het huisje van oma en dat van tante Steluța moest flink worden geschrobd. En dat terwijl onze Yana pas aan het begin staat van een carrière gekneusde knieën en modderbroeken. Dus waar wij boenden, banjerde zij. Een groot feest.

En zo brengen heel veel Roemeense families hun weekenden door. In zekere zin zijn dus heel veel mensen gezegend met een vorm van datsja. Een weekendhuis. En hoewel Roemenen doorgaans dol zijn op nieuw, modern en westers, koesteren ze toch ook openlijk hun ‘roots’, het platteland met zijn frisse lucht en ruimte. Je zult niet veel verklaarde plattelandshaters/stadsjunkies treffen, ook al zijn ze nog zo hip. Tegelijkertijd worden net als overal plattelanders gezien als wat dommig en achterlijk. Dat dan weer wel. Het verschil met een land als Nederland is, denk ik, dat minder of meer onbewust Roemenen toch een soort heimwee hebben naar hun précommunistische rurale samenleving. Gezien de sporen van voornoemd communisme in het landschap en in de hoofden van de mensen, kan ik daar goed inkomen.

Communisme = Kapitalisme?

Van kapitalisme schijnt een uniformiserende werking uit te gaan. Dit fenomeen is krachtig samengevat in de door George Ritzer gemunte term ‘McDonaldization’. In een heleboel markten zijn er wereldwijd een handjevol bedrijven die, groot en machtig, onderling de koek verdelen. Bedrijven die alles overal ter wereld op dezelfde manier doen – net als het schoolvoorbeeld McDonalds dus – varen er wél bij. Een ander bekend voorbeeld is Ikea. Door deze meubelmoloch is het gemiddelde Europese interieur in hoge mate gelijkgeschakeld. Ook in Boekarest hebben we Ikea, maar dat terzijde.

Ik ben geen econoom of socioloog, dus wat mijn beweringen aan wetenschappelijke waarde hebben zal gering zijn. Maar al die dingen die overal hetzelfde zijn geven mensen een veilig gevoel denk ik, terwijl het aan de andere kant de menselijke behoefte aan Nieuw en Anders frustreert. Het is heel fijn dat je als Limburger in Harlingen precies weet hoe je aan benzine voor je auto moet komen, aangezien alles op dezelfde manier werkt als in het zuiden. Maar het feit dat de benzinepompbroodjes overal dezelfde plasticsmaak hebben moet menig vertegenwoordiger hebben doen verlangen naar de Friet-van-Pieten van weleer. Het is prachtig dat je op de luchthaven van Warschau ook gewoon eerst kunt inchecken en daarna boarden, en niet andersom, en het zal veel toeristen een vertrouwd gevoel geven. Maar het buitenland wordt er wel minder buitenlands door. En als er een nieuw format televisieprogramma is willen wij kijkers méér daarvan, terwijl aan de andere kant het verzadigingspunt voor na-aperij toch gauw bereikt is.

Meer van hetzelfde, dat is kapitalisme. Omdat productie in serie en volgens nauwkeurige standaarden goedkoper is. En als er één doorslaand argument is…enfin. Het aardige is, deze kapitalistische werkelijkheid komt heel dicht in de buurt van wat een communistische droom genoemd mag worden: eenheidsworst. In communistische regimes werd de werkelijkheid geboetseerd met vijfjarenplannen en productiequota. Was iedereen arbeider, at iedereen hetzelfde voedsel, had iedereen dezelfde meubels, auto’s, carrières, kortom het was één groot Ikea. In Roemenië heeft lang een dictator geheerst die voor uniformiteit een bijzonder fijne neus had. En onder zijn leiding is Boekarest herschapen tot een monument van gelijke vormen. Er is een fototentoonstelling aan de gang van Boekarest rond zestig jaar geleden, en daar kan je heel duidelijk http://www.orasul.ro/expozitii/2009expo/trecut-au_anii/galerie/ zien hoe zich dit ideaal heeft verwezenlijkt. Zelfs op deze propagandafoto’s is alles zó strak, zó fabrieksmatig, zó eenvormig dat je onwillekeurig een soort watermerk van communistische planningsperfectie begint te zien.

Wacht eens…geperfectioneerde planning? Klinkt dat niet heel erg naar McDonalds, Toyota en Dell? Ik begin jandorie te geloven dat het allemaal dezelfde kant op gaat qua visueel resultaat, kapitalisme en communisme zijn uitwisselbaar op dit gebied.

Groen (openbaar)

Boekarest is verdeeld in zes sectoren. Een soort deelgemeenten. Iedere sector heeft zijn gemeenteraad, burgemeester, ambtelijk apparaat, zelfs een eigen belastingdienst. Er kwamen bij ons op kantoor eens twee inspecteurs langs van deze wijkbelastingdienst, of wij onze bijdrage maar snel wilden betalen want hun geld was op. Zo gaat dat.

Wij wonen in sector 3. Sector 3 is heel groot en staat bekend vanwege de netheid en het vele groen. Nou win je daar makkelijk mee van de andere sectoren, want over het algemeen is het groen in Boekarest niet om over naar huis te schrijven. Dat wil zeggen: er zijn een aantal reusachtige parken, maar daarbuiten zijn grote delen van de stad heel stoffig en stenig.

Logisch dus dat bewoners groen belangrijk vinden. En dat het een politiek issue wordt, zodanig zelfs dat burgemeesters van sectoren zich ermee profileren. Sector 1 noemt zichzelf  ‘De Groene Sector’, blijkbaar in een soort hoop op een self fulfilling prophecy. In onze sector staat bij iedere groenstrook een metalen bord met onder een boetebepaling (sloop de boel en je gaat voor 50 RON op de bon) heel trots de naam van de burgemeester. Veel effect heeft het niet want ik ben prompt zijn naam vergeten.

Sector 2 heeft de bordjes van sector 3 overgenomen en het idee uitgebreid naar iedere graspol van enig formaat. Zodoende kan de burgemeester (ook zijn naam wil me niet te binnen schieten) trots wijzen op het sterk gegroeide aantal groene zones in zijn sector. Als je de groene zones waar zonder moeite overheen te spugen valt ervan aftrekt, blijft er ongeveer een handvol over. Maar dat terzijde. Ze worden onderhouden alsof het om ’s lands kroonjuwelen gaat. Regelmatig zie je een handvol werknemers van een of ander groenbedrijf in zo’n groenstrookje onkruid wieden, bloempjes planten, rommel opruimen en wat dies meer zij. In het Parc Titan waar ik iedere ochtend doorheen wandel op weg naar kantoor, is zelfs een dagelijkse onderhoudsploeg actief.

En overal die bordjes. Een heel aardig voorbeeld van zo’n bordje (en hier ben ik dus heel trots op) stond heel gunstig gepositioneerd vlak naast een autowrak (ook een regelmatig voorkomend fenomeen in het Boekarestse landschap), juist toen mijn moeder en ik gewapend met fototoestel langskwamen.

Mogelijk gemaakt door Sector 2

Mogelijk gemaakt door Sector 2

Naast dit autowrak staat zo’n trots bordje. Er staat ‘Project uitgevoerd door Sector 2, met steun van de sector-raad. Burgemeester: Neculai Onteanu’. Volgens mij is het project ooit een Citroën C4 geweest…

Aardbeving

In 1977 was hier een fikse aardbeving, en het schijnt dat iedere dertig jaar ongeveer er eentje zou moeten komen. Dus ongeveer nu is het weer tijd…

Boekarest is de seismisch meest gevoelige hoofdstad van Europa. Er is ook, zo begreep ik, iets mysterieus aan de hand rondom de aardbevingen die af en toe in Roemenië vooorkomen. Het epicentrum kan overal in het land wezen, de schokken gaan altijd richting Boekarest. Of er was iets met tectonische platen, het woord alleen al, of aardlagen. Goed ik geef toe, ik haal dingen door elkaar. Punt blijft: er komen hier dus aardbevingen voor.

Bij de laatste gelegenheid was het communistische regime nog in volle bloei. Ceaușescu (voor degenen onder u…. dat was tot ’89 de dictator ter plaatse) maakte in zijn totalitaire enthousiasme van urbane megalomanie meteen van de gelegenheid gebruik door enige wat wankel op de fundering staande stadswijken meteen maar met de grond gelijk te maken en op de ruïnes zijn Volkshuis op te richten. Inmiddels huist hier het parlement in, en zo vervangt de ene corrupte bende de andere.

Daarnaast kwamen bij die aardbeving zo’n 1500 mensen om, wat niet veel lijkt als je kijkt naar wat Roemenië jaarlijks aan verkeersdoden moet betreuren, maar het is toch een aantal vliegrampen bij elkaar. En de volgende aardbeving is vast krachtiger dan de vorige. Het schijnt ook uit te maken wáár je in Boekarest woont. In de wijk Baltă Albă (Witte Plas, naar de met ongebluste kalk bedekte vuilstortplaats die hier vroeger was), waar deze regels getikt worden, kan een beving van, zeg, kracht 8 op de schaal van Richter wel een 9 worden. En nou zéggen ze wel dat de flats erop gebouwd zijn, maar de echtheidswaarde van die bewering kan helaas alleen experimenteel worden vastgesteld.

En wat mij het meest bevreemdt aangaande deze hele aarbevinggeschiedenis: je hoort er nooit iemand over. Niet dat er iets aan te doen valt door regelmatige discussie, maar je zou toch zeggen dat het risico van aardbeving meer leeft in een gebied waar zich dat risico ook weleens verwerkelijkt. Maar nee. Blijkbaar is iets wat zich zo zelden voordoet niet iets om rekening mee te houden, ook al zijn de gevolgen nog zo groot. Dus ik hoop maar dat ik snel genoeg zodanig ben ingeburgerd, dat ook ik in staat ben om het gevaar automatisch weg te denken.

Rijbewijs (or: I fought the law, and the law won)

Sinds een aantal jaar ben ik in het bezit van een Nederlands rijbewijs. Het is geldig tot 2011 en na een verblijf van jaren in mijn portemonnee ziet het er nog aardig toonbaar uit. Maar: verblijf je langer dan drie maanden aaneengesloten in Roemenië, dan heb je een Roemeens rijbewijs nodig. Dat is in meer landen zo. Dus ik moest mijn Nederlandse rijbewijs omzetten in een Roemeens rijbewijs. Is op zich ook wel cool natuurlijk, zo’n Roemeens rijbewijs. Dus waarom niet. Hoewel mijn vrouw het mij ontried…

Ik keek op internet en na enig zoeken vond ik op de site van de Prefectuur (waar de rijbewijzen overigens niet onder schijnen te vallen, sterker nog, ik kwam bij de gemeente in gesprek met functionarissen volgens wie de Prefectuur helemaal niet bestaat. Ondanks de website. Maar dat terzijde) een lijst met documenten die ik nodig had om een Roemeens rijbewijs te mogen ontvangen. Het bestaan van de informatie maakte mij blij, de informatie zelf juist weer droevig. Het ging om de volgende documenten:

1. Een formeel verzoek tot wijziging van het rijbewijs in een Roemeens rijbewijs. Dit document was nergens te verkrijgen, totdat bleek dat je dit als volgt regelt: aan het loket gekomen pakt de dienstdoende ambtenaar een blanco velletje uit de printer, mompelt: schrijft u hier maar op ‘ik ondergetekende wil graag een Roemeens rijbewijs’ en ondertekenen. Dus dat  doe je dan.

2. het buitenlandse rijbewijs. Niet alleen in origineel (het origineel wordt ook ingenomen, met de kwitantie kan je dan een maand in Roemenië rondrijden totdat het nieuwe rijbewijs klaar is, maar totdat het klaar is, wat minstens een maand duurt, kan je dus niet met de auto het land uit), maar natuurlijk ook in kopie. En niet zomaar een kopie, nee een vertaling door een geautoriseerde vertaler voorzien van het stempel en echtheidsbewijs van een notaris.

3. Het buitenlands paspoort en verblijfsvergunning voor Roemenië (kopie en origineel, deze hoefden niet door de notaris geverifieerd te worden, wat fijn was want dat kost iedere keer toch weer die notaris).

4. Een zogenaamd Formulier Houder Rijbewijs (fișă deținatorului de permis), een document waar heel geheimzinnig over werd gedaan. Het bleek dat tegenover het bureau van de afdeling Rijbewijzen en Nummerborden waar deze saga zich afspeelt een stel bedrijfjes zijn gevestigd in een soort omgebouwde bushokjes, waar je autoverzekeringen kon kopen en ook deze formulieren kon laten typen. Het hele punt van dit formulier is dat jouw gegevens (die ook al op je rijbewijs staan) netjes op een ander papier worden overgetypt.

5. Een Medisch Formulier. Dit papiertje in A5-formaat heeft mij het meeste tijd gekost. Om een Roemeens rijbewijs te bemachtigen moet je namelijk goedkeuring hebben van een aantal artsen, plus een bloedtest ondergaan. Gelukkig ben ik via mijn vrouw verzekerd en kan ik terecht bij een professionele kliniek. Dus de zes medici kon ik verspreid over twee middagen spreken en ik hoefde niet voor ieder afzonderlijk een afspraak te maken. Het ging om een internist, een orthopedist, een neuroloog, een psychiater (waar mijn grapje dat je in Roemenië alleen de weg op mag als je stapelgek bent, niet werd gewaardeerd), een oogarts en een KNO-arts. Oh, en een algemene arts voor het eindoordeel. Met ieder arts had ik een gesprekje, met een serieuze test alleen bij de oogarts. De bloedtest had tot doel vast te stellen of ik geen syfilis heb (het bleek dat ik het niet heb, op zich goed om te weten) en toen ik vroeg wat dat te maken heeft met autorijden zei de specialist: ‘ik heb niet het flauwste idee, maar het staat al 20 jaar in de wet’.  Ieder oordeel plus het eindoordeel moest natuurlijk voorzien worden van handtekening en stempel, plus het stempel van de kliniek. Een van mijn collega’s, blind als een mol, vond dat ik nog niet was ingeburgerd aangezien ik met wat smeergeld de zaak niet had bespoedigd…Ik moest van de politie nog een keer terug naar de kliniek met het formulier, aangezien een bepaald stempel vierkant was terwijl het rond had moeten zijn, en het registratienummer ontbrak. Met andere woorden, als het niet bij de kliniek in het archief zit, accepteert de politie het niet. Toen ik bij de politie vroeg naar het waarom van deze eis, zei men: dat staat in de voorschriften. Toen ik vroeg om de voorschriften, zei men: dat is gewoon zo. Toen ik zei, waar staat dat dan, zei men: ik weet het niet. Maar het is toch zo. Enfin.

6. Een zogenaamd ‘Cazier judiciar’: een bewijs van goed gedrag heet dat in Nederland geloof ik. Nou woon ik nog niet lang genoeg in dit mooie land om door de hermandad gespot te zijn geweest, dus daar kwam ik makkelijk vanaf. het cazier judiciar kon bij 1 bepaald politiebureau worden afgehaald, een flink eind weg, en als je extra betaalde voor het ‘urgentieregime’ kon je het na drie dagen ophalen. Kijk, dat is nou klantvriendelijk.

7. Een verklaring bij de notaris, zo eentje ‘op eigen verantwoordelijkheid’, wat betekent dat de notaris wel stempels zet en geld vangt maar er voor de rest niks mee te maken heeft, dat het buitenlandse rijbewijs authentiek is, dat ik niet nog een ander rijbewijs bezit, dat ik niet mijn rijbewijs als gestolen of vermist heb opgegeven, of dat het niet ongeldig is verklaard door de buitenlandse autoriteiten. Klinkt op zich wel alsof het ergens toe dient (want waarom zouden ze in vredesnaam zélf bij de autoriteiten van het land van herkomst gaan checken?) totdat je je realiseert dat een overtreder wel heel dom moet zijn wil hij, na een ongeldigverklaring in een ander land, de moeite en tijd spenderen om juist in Roemenië een nieuw rijbewijs aan te vragen.

8. Last but not least: de kosten van een rijbewijs, namelijk 50 RON (iets van 12 Euro). Dit is een vorm van belasting en kan alleen betaald worden bij de instelling die CEC heet. Een soort staatskassa. In communistische tijden was dit geloof ik de enige toegestane bank. Alleen: tegen de tijd dat ik alle documenten had verzameld was de belasting verhoogd en moest ik nog 18 RON bijbetalen bij een ander loket.

Op dit moment kan ik u melden dat mijn dossier compleet is, dat ik het volgende week maandag ga inleveren en dat ik over minstens een maand de gelukkige bezitter hoop te zijn van een Echt Roemeens Rijbewijs. Naïef gesproken zou je zeggen, gut als je een Nederlands rijbewijs hebt dan kan je dat toch gewoon omruilen? Het is toch allemaal EU? Of zijn de Nederlandse autoriteiten niet betrouwbaar volgens de Roemenen? Zo zit het niet. Op zich is dit gewoon de manier waarop ze ons terugpakken voor ons immigratiequotum. Ons paspoort niks waard aan jullie grens? Dan jullie rijbewijs ook niks waard bij ons. En gelijk hebben ze.

En ik moet toegeven: autorijden betekent in Roemenië iets totaal anders dan in Nederland…

***

Update na ruim een maand: ik was gisteren bij het Bureau, meldt de dienstdoende ambtenaar mij op joviale toon dat ‘het nog wel twee maanden kan duren!’ Ik vroeg waarom zijn collega’s het dan over één maand hadden. ‘Dan hebben ze gelogen!’ Ik vroeg waarom mijn tijdelijke rijvergunning dan maar één maand geldig was. ‘Zo zijn de regels!’ Ik vroeg of de tijdelijke rijvergunning verlengd kon worden. ‘Dat is niet mogelijk!’ Waarom, was onbekend. Wel wist de hermandad: ‘We zijn hier in Roemenië meneer!’ en dat met zo’n typisch armgebaar… Ook mijn Nederlandse rijbewijs kreeg ik niet terug, want dat zat in het dossier. Ik vroeg tot slot, wat ik moest doen als ik dan werd aangehouden door de politie in mijn auto, zonder rijbewijs? ‘Dan zegt u gewoon dat u het vergeten bent!’

Dus met andere woorden: nadat het Bureau zelfs een syfilistest heeft laten doen om een Roemeens rijbewijs te mogen aanvragen wordt ik nu door datzelfde bureau gedwongen als een misdadiger rond te rijden…

Asbak

Bij het passeren van een geparkeerde auto zag ik in mijn ooghoek een asbak in de hoek tussen de voorruit en het dashboard. Een grote. En ik zag een hand die een sigaret in de asbak ging aftikken. Het was zo’n moment waarbij je denkt:  ‘ hee…’  en je pas even later weet waarom je ‘ hee’ -de. Een auto heeft toch al een asbak? Waarom dan nóg een asbak…tenzij de gebruiker een veelroker is.

Maar zelfs dan: is dat niet lastig als je wegrijdt? Of een bocht omslaat? Daar gaat je as, om het zo maar eens te zeggen. Wat ik gezien had hield me bezig, op weg naar de supermarkt waarnaar ik op weg was toen ik de auto zag met de hand en de asbak. Ik dacht aan het verhaal uit Oma’s dorp. Over de man die in zijn auto woonde. Misschien woonde deze man ook wel in zijn auto, met die asbak, maar van de man uit Oma’s dorp weet ik het zeker. Anders had Paul het niet verteld.

Dat verhaal ging zo: een man (ik zal hem niet bij name noemen) werd verlaten door zijn vrouw. Waarom, al sla je me dood. Hij bleef echter wonen in het echtelijk huis en vertrok iedere morgen naar zijn werk, zoals hij gewend was. Hij kwam vaak pas ’s avonds laat terug en plofte dan neer op zijn bed. De herboren vrijgezel had trek in noch tijd voor schoonmaken en dat soort zaken. In dit ritme ging het een tijd door, totdat na jaren onverschoond beddengoed en dergelijke de beestjes het huishouden zodanig in hun greep hadden, dat de arme vrijgezel zich terug moest trekken in zijn auto.

Dit nu tot ongenoegen van zijn overburen. Zijn overburen, ook nog eens verre familie van Lică (vooruit, verklap ik toch hoe hij heet, hij spreekt toch geen Nederlands), grepen hem in al hun kordaatheid bij zijn spreekwoordelijke lurven en togen aan de schoonmaak. Inclusief verven en behangen en dat soort werk. Zodat Lică nu gewoon weer in zijn eigen huis woont als een fatsoenlijk mens. En als tegenprestatie helpt hij de overbuurman in zijn bouwbedrijf. Hij maakt cement.

Ik was diep onder de indruk toen Paul dat vertelde. En die man die deed dus gewoon wat de familie/buren hadden besloten. Geen gemaar, hupsakee schoonmaken. Sociale controle van de buitencategorie…