Tagarchief: appartement

Water

Toen Roemenië in 1990 ineens wakker werd in het Kapitalisme kon dat natuurlijk niet meer, al die staatsbedrijven. Sommige werden verkocht, andere verdonkeremaand, maar veel nutsbedrijven werden omgedoopt tot Regie Autonoma (zelfstandige beheersmaatschappij). Zo hebben we de Regia Autonoma de Transport Bucuresti (RATB), die de bejaarden en scholieren door de stad bust. We hebben – mijn persoonlijke favoriet – de Regia Autonoma Administratia Patrimoniului Protocolului de Stat (RAAPPS), die zorgt voor de vele villa’s waar hoogwaardigheidsbekleders van staatswege in worden gehuisvest.

Onze verwarming en (warm) water worden geleverd door de R.A.D.E.T. Dat klinkt als de misdaadorganisatie uit een Bondfilm, en ik verdenk ze inderdaad van snode neigingen. Steeds als wij namelijk klagen over lauw water in plaats van warm, sluiten ze een paar dagen het warme water af wegens ‘reparaties’.

Sinds begin jaren ‘2000 de problemen met de leidingen steeds groter werden hebben veel mensen een CV-ketel aangeschaft (centrala termica). Als je losgekoppeld wilt worden van de stadsverwarming moet je daar wel toestemming voor vragen, van de RADET en van de buren. Die krijgen dan namelijk minder warm water omdat het verbruik daalt. Het water staat langer in de leidingen en koelt af. Tenminste, dat zegt de RADET.

Volgens ons hebben ze inmiddels zulke krakkemikkige leidingen (niemand investeert in onderhoud, want de overheid is 100% aandeelhouder en ze hebben een monopolie) dat de temperatuur wegens lekken al zover daalt, dat het gewoon veel te koud bij de hoofdkraan van de flat aankomt.

Wij hadden de laatste tijd flink last van deze toestanden. ’s Morgens voor je werk douchen, vergeet het maar. ’s avonds afwassen? Wacht maar even 20 minuten tot het water enigszins warm is. Over de milieugevolgen durf ik niet eens te denken. Dus wij klagen, gestaafd met temperatuuraflezingen aan de hoofdkraan. Ja zegt die mevrouw, we sturen een ‘interventieteam’. Volgende dag een briefje op de voordeur van de flat: Morgen en overmorgen geen warm water. Wegens werkzaamheden.

Ik kon ze bijna diabolisch horen lachen.

Oerwoud in de stad

In ons dorp Titan heeft de lente krachtig toegeslagen. Klimatologische voorspoed met precies de juiste hoeveelheden regen en zon hebben de wijk veranderd in de groene oase die inwoners van Vitan en Militari zo doet watertanden. Sommigen krijgen zelfs bultjes van afgunst.

2013-04-20 11.27.40

Wij beganegronders hebben de zorg voor het stukje tuin vlak voor onze neus. Het gras groeit nog niet overal, maar waar het groeit is het mega. Verder zijn er overal prachtige gele bloempjes (heten in het Roemeens heel mooi rostopascăverschenen, zodat we eigenlijk ook niet willen maaien. Maar we beginnen ons wel een beetje te schamen voor de buren, vooral meneer Mihai van hiernaast. Hij beheert een stuk groter stuk en dat ziet er piekfijn uit. Maar wij hebben wat hij niet heeft:

2013-04-20 11.29.09

Deze struik heet liliac en maakt prachtige paarse bloemetjes. Hieronder nog een totaalschets van onze groen-explosie, compleet met jonge fruitboompjes en waslijn. Altijd als ik mensen hier spreek over de Boekarestse flats, kan ik het niet laten om op te scheppen over ons tuintje. Er is een tuinhekje dat de loslopende honden tegenhoudt, er is een oude buurvrouw die de wacht houdt vanaf haar balkon, er is een oude buurman die altijd belooft om te gaan tuinieren maar het nooit doet – dit is ons kleine stukje leefbaarheid in Ceaușescu’s betonlandschap.

2013-04-20 11.29.34

How I learned to stop worrying and love IKEA

In iedere reisgids over willekeurig welk land kom je tegen dat het ‘een land van contrasten’ is. Zelfs Nederland, met zijn oneindige laagland, dom kijkende koeien en monotoon zeurende burgers wordt in de gids vercontrasteerd. Vrij naar Herman: De tulpen zijn blauw, de tulpen zijn groen – in Holland is altijd wat te doen. 

Enfin. In Roemenië is dat van die contrasten ook echt waar. Daar zal ik het nog wel vaker over gaan hebben. Ik zou honderden voorbeelden kunnen noemen, maar ik beperk me hier even tot de duurzame consumptiegoederen. Vanwege een recente verhuizing hebben we een hele berg meubels nodig, dus de hele stad afgestruind naar wat wij thuis ‘leuke winkeltjes’ noemen. In Utrecht vonden we soms iets in een artsy grachtenpand, dan weer in een stoffige kelder, bij de kringloopwinkel of op de meubelboulevard – genoeg aanbod in de categorie ‘geen eenheidsworst, maar wel betaalbaar’. Ik liep dan ook met een grote boog om de Ikea heen, want die zaak is er verantwoordelijk voor dat je in iedere Europese huiskamer tegen een Billy aanloopt. De McDonaldization of interiors, om George Ritzer te parafraseren. 

In de categorie ‘leuke winkeltjes’ heb ik in Boekarest echter 0 resultaten gevonden. Genoeg winkelketens waar in de showroom de planken al uit de kast donderen, met van die in authentieke Mexicaanse motieven opgeverfde plastic siervoorwerpen. Genoeg boetieks ‘de fițe’ waar alles belachelijk duur is want ontworpen door Zorro Zamboni, plus ze hebben nooit wat op voorraad. Maar de middenmoot is er niet. Geen normale winkels met normale prijzen waar je toch nog wel eens iets leuks aantreft. Ook met kleren is dat trouwens zo: je kunt nepwollen truien uit China krijgen voor 5 euro, je kunt een Gaultier krijgen voor 500 euro, maar iets van een Hema kan je vergeten in deze contreien. 

Dus als iemand mij vraagt waarom wij het toch in ons hoofd halen om de hele binnenboel uit de Ikea te slepen en ook nog zelf in elkaar te schroeven: daarom dus. En inmiddels vind ik het ook wel best. Vrolijke kleuren, ballenbak om me uit te leven, Zweedse balletjes aan het buffet. En nu ga ik de planken in mijn Billy monteren.

Huize Titan

Het is zover: het huis is door de kerk! Vorige week vrijdag mochten wij het slot van deze spannende thriller schrijven door ondertekening van het koopcontract ten burele van de notaris.

Ondanks het feit dat het contract bijna alleen standaardclausules bevatte en ondanks (of misschien vanwege) het toeziend oog van mevrouw de notaris zelve presteerde de type-afdeling – u leest het goed – het om drie keer fouten in de tekst te laten zitten. Bij wijze van nageboorte werden we, net thuisgekomen van de ondertekening (onze eerste koopwoning samen) gebeld of we nog even langs wilden komen voor nog wat handtekeningen. Er was een rekenfoutje gemaakt…gelukkig niet in ons nadeel.

Zodoende zitten wij vanaf februari (de vorige eigenaar moet zijn nieuwe huis nog even van verwarming enzo voorzien) in de buurt van maar liefst twéé parken. Nog steeds in Titan uiteraard. En een eigen parkeerplek, vlak dat niet uit.

Dus voorlopig niet meer op huizenjacht. Maar we hoeven ons niet te vervelen. Met dit einde is ook een nieuw begin gekomen: een nieuwe gang door de instituties is vandaag officieel gestart. Het eerste bezoek was aan de afdeling Lokale Belastingen van het sectorbestuur. De notaris had mij verteld dat ik hierheen moest, maar ik kon helaas haar aantekeningen niet meer lezen. Wat ik precies moest doen hier was mij dus een mysterie. 

Ik boog mij na de ingang door een openstaand loketluikje, waar twee vriendelijke dames zaten te dollen. Zij verwezen me door naar ‘kamer 101 of kamer 102 , eerste verdieping’. Kamer 101 was op slot. Kamer 102 was in gebruik door vier dames op leeftijd, de een nog norser dan de ander. Toen ik bedeesd maar toch een beetje trots vertelde dat we net een appartement hadden gekocht en dat de notaris me gestuurd had, vroeg de meest assertieve welke straat het was. Toen ik het zei, bromde de opper-azijnmevrouw dat ik in kamer 103 moest wezen. Het leek wel of ze een borsj-infuus had (borsj – het ingrediënt voor zure soep).

Voor kamer 103 stond een rij. Daar stonden we dan op de gang. Ik had zo mooi de gelegenheid de borden te bestuderen waarop stond voor welke straat je in welke kamer moest wezen. Onze straat stond bij kamer 102. Ik verdacht het borsj-infuus ervan mij expres het bos in te hebben gestuurd. Na enig geduld stapte ik kamer 103 binnen.

Hier zaten twee dames, waarvan de een niets te doen had. Deze zei bij wijze van begroeting, maar zonder het hoofd van de monitor af te wenden: ‘Documenten!’ Dus ik vriendelijk uitleggen dat ik niet precies wist wat ik kwam doen, maar we hadden net een appartement gekocht etc. Het bleek dat ik me moest inschrijven in de ‘Rol der belastingen’ – het klonk me erg oud-Egyptisch in de oren – en daarvoor hoefde ik slechts twee kopietjes te maken. In kamer 117.

In kamer 117 stonden twee ambtenaren gezellig te kletsen temidden van een jungle aan kamerplanten. Toen ik vertelde wat ik kwam doen en wie mij had gestuurd, wilde de ene mijn kopietjes wel maken. Ze zei wel achterdochtig: ‘ik dacht dat kamer 102 dienst had vandaag!’ Ik zei ja die hebben me naar 103 gestuurd. Toen keek ze heel begrijpend. Ambtenaren zijn ook mensen, weet u.

Terug in kamer 103 met mijn kopietjes was de mevrouw verdwenen. De andere mevrouw zei desgevraagd: komt zo terug. Na enig wachten kwam de vrouw inderdaad terug, met natte handen (toilet?), ging achter haar bureau zitten en zei met een grafstem: ik kan u helaas niet meer helpen vandaag. Het is half vijf geweest en de directrice is naar huis. Zonder haar handtekening en stempel kan ik niets doen.

Ik keek op mijn horloge. Drie over half vijf. Het geluid van vallende potloden had ik waarschijnlijk even gemist. Ik zei tegen de vrouw: ik was hier drie minuten geleden, ik moest van u twee kopietjes maken. Was niks aan te doen. Morgenochtend terugkomen. Ze zei nog: ‘Ik heb mijn plicht gedaan, door u te vertellen welke documenten u nodig heeft.’ Geen speld tussen te krijgen.