Tagarchief: botheid

Hé buurman! Joehoe!

Onder het motto ‘Goed nieuws is ook nieuws’ (quote van de te vroeg overleden Fons de Poel) wilde ik u het volgende niet onthouden:

Vanochtend spoedde ik mijn eigen met dochterlief in de armen geklemd naar de crèche. Er hing regen in de lucht, en hoewel het op loopafstand is weet je het nooit met die exotische hoosbuien hier. Er passeerde mij een autootje, dat even verderop stopte. Ik zag uit mijn ooghoek de bestuurder uitstappen en met zijn ochtendgymnastiek beginnen. Of, wat deedie eigenlijk? Het leek bij nadere beschouwing meer op wenken. Maar naar wie gebaarde die man? Ik keek achter me. Niemand te zien. Ik keek nog eens naar die man: wacht eens, was dat niet…

Wat bleek: het was een buurman van twee flats verderop die ik twee keer in m’n leven gezien had. Hij wilde ons graag een lift aanbieden en had al die tijd staan wenken. Ik verontschuldigde me uitgebreid (Ik had je niet herkend van die afstand!) en zei dat we alleen nog maar de hoofdweg over hoefden en we waren al op de bestemming. Hij liet zich met enige moeite overtuigen en stapte weer in het autootje.

Zo hufterig als onbekenden kunnen doen hier – zodra je de grens van totale anonimiteit bent overgestoken naar ongeacht welke vorm van kennismaking zijn mensen altijd zeer hulpvaardig. Hulpvaardigheid, ja dat is toch echt wel wijdverbreide eigenschap hier.

Overig nieuws: afgelopen weekend ben ik zowel naar Metallica als naar Rammstein geweest (plus Megadeth, Slayer en Alice in Chains, in het kader van een metalfestival te stede). Organisatie: zeer goed. Bands: zeer goed. Versprekingen Boekarest/Boedapest door bands op podium: slechts 2. Mede-festivalgangers beschouwden het als compliment toen ik gedachtenloos opmerkte: ‘Je hebt niet eens door dat je in Roemenië bent!’

Belastingtijd

De j zit weer in de maand, dus is het tijd om mij zorgen te gaan maken over de belastingen. Ik had vlak voor de kerst nog een telefoontje gehad van mijn boekhoudster, maar gezien de vakantiestemming had ik daar maar half naar geluisterd. Tot mijn grote verdriet, zo bleek vandaag.

Vanochtend had ik de boekhoudster (contabilă) aan de telefoon, en die zei dat ik voor 25 januari een of andere verklaring had moeten inleveren. In de paniek vanwege de verstrekenheid van die termijn luisterde ik wederom maar half – tot mijn grote verdriet.

‘Gelukkig’ zei ik tegen me eigen, ‘is de belastingdienst vlakbij. Ik loop gewoon even aan.’ Ik weet inmiddels hun lunchpauze (van half twee tot half vier), dus ik kwam niet voor een dichte deur te staan. De mevrouw bij Inlichtingen begroette me allerhartelijkst – die kende me nog van vorig jaar. Ze vroeg hoe het met de vrouw ging en of ik niet weer eens terugging naar mijn eigen land – en keek vergenoegd toen ik zei dat ik Roemenië nog veel te mooi vind. Met mijn vraag over ‘een of ander formulier met een BTW-verklaring als je intracommunautaire diensten levert’ kon ze niet veel, maar ze verwees me vriendelijk door naar kamer 5.

In kamer 5 bleek dat niet al het personeel van de belastingdienst van sector 3 even aardig is. In de kamer waren vier dames aanwezig. Ik had een naam gekregen maar kon niet vermoeden wie van de vier mensen daarbij hoorde. Dus ik zei vriendelijk, maar beslist: ‘Mevrouw Y alstublieft?’. Geen reactie. Ik dacht : die mensen zijn zó verdiept in hun belangrijke werk…’ ik stapte verder de kamer in en vroeg aan de eerste de beste vrouw, of zij de bewuste Y was. De aangesproken vrouw vertrok geen spier hoewel ik bijna op haar bureau stond, terwijl een andere snerpte dat zij het was. Met zo’n hoofd alsof ze mij de complete belastingwetgeving tien keer wilde laten overschrijven.

Ik legde uit  dat ik door Inlichtingen was gestuurd, wat het probleem was en of ze een formulier hadden voor dit soort verklaringen. De mevrouw zei dat ze dat wel hadden maar ik kreeg het niet. Ik moest met mijn boekhouder via een computerprogramma het formulier invullen. ‘Kunt u me dan tenminste vertellen wat voor gegevens ik moet verzamelen?’ ‘Meneer, wij doen hier niet aan fiscaal advies!’ Ja maar, dit is de belastingdienst. Ik kom hier om te vragen wat de regels zijn’. ‘Wij doen niet aan fiscaal advie-hies!’ ‘Okee nouja tot ziens hoor’.

Dus nou daar liep ik dan. Zonder info’s. Ik ga volgende week maar es bij de boekhoudster langs…

Druk

Vandaag weer een pareltje.

Zoals iedere gezonde Hollandse jongen heb ik af en toe nieuwe visitekaartjes nodig. Na enig online speurwerk vond ik een site van een bedrijf die er voor de verandering niet uitzag alsof het gister was gestart en morgen failliet zou gaan. Dus komaan.

De copyshop was vlakbij Piata Romana aan de Dacia-boulevard, een buurt waar sierlijke oude vervallen gebouwen worden afgewisseld door spiegelglazen monsters zoals het Howard J. hotel.  Ik opende de voordeur naar een soort halletje, een kleurrijk kartonbord wijst naar de deur die ik moest hebben. Binnen gekomen was ik getuige van een partij verbaal molest waar iedereen behalve de meest geharde Boekarester bij zou verbleken. Drie puisterige vroegtwintigers hadden het met elkaar aan de stok over de gebruiksaanwijzing van een printer. Dat er een klant binnen was interesseerde ze niet in het minst. Tot zover geen verrassingen…

Toen de baliemedewerker (zijn kaartje vermeldde ‘marketing manager’) mij eindelijk vroeg wat ik wilde, legde ik uit dat ik ’s morgens een e-mailtje had gestuurd met een design voor een visitekaartje, en dat ik graag zelf even wilde kijken welk papier het moest wezen, en dat men mij had gezegd dat ik de hele dag langs kon komen. Zonder ook maar enige moeite te doen om in de mail te kijken zei hij dat ik maar opnieuw een mailtje moest sturen.

Ik zei jullie hebben het design al, ik heb het vanmorgen gemaild aan ene Manzotti. Hij gaf geen krimp, hoewel later bleek dat hijzelf Manzotti was en mij diezelfde ochtend de ontvangst van mijn mail had bevestigd, en herhaalde dat ik nogmaals een mail moest sturen, ondertussen zijn vriendin manend haar telefoongesprek elders voort te zetten.

Ik zei wie is hier nu de klant, u of ik? Onbegrip droop van des mans gezicht. Ik zei ik heb die mail van je eigen website verstuurd, en ook antwoord gehad. Vanochtend. Geen reactie, totdat hij zei: Je krijgt ze sowieso toch niet vandaag mee…

Dankbaar voor zoveel gratis inspiratie verliet ik de winkel…

Heb jij wat van me aan?

Vijf decennia zuchten onder een regime waarvan de helft van de bevolking (zo schijnt) de andere helft moest afluisteren heeft Roemenen bijzonder achterdochtig gemaakt. Mensen spreken vaak niet uit wat ze denken en complottheorieën zijn hier dagelijks brood. Daarnaast heeft vijftig jaar lang dictatoriale televisie (2 uur per dag, waarvan 1 uur toespraken van de Conducator) en pers (de berichtgeving was niet erg afwisselend: Ceausescu geweldig, het westen slecht) een grondige achterdocht voor media gekweekt. Mensen moesten het echte nieuws via de tam-tam vernemen.

Tel deze twee bij elkaar op en je krijgt een samenleving waarin mensen aan de ene kant gericht zijn op wat andere mensen ze vertellen om aan nieuws te komen, in plaats van op de media. En waar diezelfde mensen elkaar dus niet geloven vanwege de complottheorieneiging. Zo komt het dat communicatie niet altijd even eenvoudig is in dit land. Een aanrdig contrast daarbij is dat pogingen tot verfluweling en verdoezeling van zaken door de oudere generatie (want je woorden zouden eens verkeerd begrepen kunnen worden door de Securitate) plaats heeft gemaakt voor een soms zelfs voor Nederlanders opmerkelijke botheid in gesprekken. Als in Nederland een medewerker over een collega zegt dat hij ‘niet begrijpt wat die hier doet’ dan is er sprake van een ernstig conflict. In Roemenië kan men dit zeggen en met hetzelfde gemak daarna weer overgaan tot de orde van de dag.

Deze directheid heeft ook een visuele uiting. Vooral jonge Roemenen zullen een buitenlander ongegeneerd aanstaren alsof diegene hun kleren aanheeft (in plaats van andersom: je komt vooral op het platteland regelmatig mensen tegen met tweedehands Nederlandse t-shirts). Terwijl men, vooral hier in Boekarest, toch echt wel wat gewend is. Bovendien heeft iedereen toch televisie tegenwoordig.