Tagarchief: boekarest

Huize Titan

Het is zover: het huis is door de kerk! Vorige week vrijdag mochten wij het slot van deze spannende thriller schrijven door ondertekening van het koopcontract ten burele van de notaris.

Ondanks het feit dat het contract bijna alleen standaardclausules bevatte en ondanks (of misschien vanwege) het toeziend oog van mevrouw de notaris zelve presteerde de type-afdeling – u leest het goed – het om drie keer fouten in de tekst te laten zitten. Bij wijze van nageboorte werden we, net thuisgekomen van de ondertekening (onze eerste koopwoning samen) gebeld of we nog even langs wilden komen voor nog wat handtekeningen. Er was een rekenfoutje gemaakt…gelukkig niet in ons nadeel.

Zodoende zitten wij vanaf februari (de vorige eigenaar moet zijn nieuwe huis nog even van verwarming enzo voorzien) in de buurt van maar liefst twéé parken. Nog steeds in Titan uiteraard. En een eigen parkeerplek, vlak dat niet uit.

Dus voorlopig niet meer op huizenjacht. Maar we hoeven ons niet te vervelen. Met dit einde is ook een nieuw begin gekomen: een nieuwe gang door de instituties is vandaag officieel gestart. Het eerste bezoek was aan de afdeling Lokale Belastingen van het sectorbestuur. De notaris had mij verteld dat ik hierheen moest, maar ik kon helaas haar aantekeningen niet meer lezen. Wat ik precies moest doen hier was mij dus een mysterie. 

Ik boog mij na de ingang door een openstaand loketluikje, waar twee vriendelijke dames zaten te dollen. Zij verwezen me door naar ‘kamer 101 of kamer 102 , eerste verdieping’. Kamer 101 was op slot. Kamer 102 was in gebruik door vier dames op leeftijd, de een nog norser dan de ander. Toen ik bedeesd maar toch een beetje trots vertelde dat we net een appartement hadden gekocht en dat de notaris me gestuurd had, vroeg de meest assertieve welke straat het was. Toen ik het zei, bromde de opper-azijnmevrouw dat ik in kamer 103 moest wezen. Het leek wel of ze een borsj-infuus had (borsj – het ingrediënt voor zure soep).

Voor kamer 103 stond een rij. Daar stonden we dan op de gang. Ik had zo mooi de gelegenheid de borden te bestuderen waarop stond voor welke straat je in welke kamer moest wezen. Onze straat stond bij kamer 102. Ik verdacht het borsj-infuus ervan mij expres het bos in te hebben gestuurd. Na enig geduld stapte ik kamer 103 binnen.

Hier zaten twee dames, waarvan de een niets te doen had. Deze zei bij wijze van begroeting, maar zonder het hoofd van de monitor af te wenden: ‘Documenten!’ Dus ik vriendelijk uitleggen dat ik niet precies wist wat ik kwam doen, maar we hadden net een appartement gekocht etc. Het bleek dat ik me moest inschrijven in de ‘Rol der belastingen’ – het klonk me erg oud-Egyptisch in de oren – en daarvoor hoefde ik slechts twee kopietjes te maken. In kamer 117.

In kamer 117 stonden twee ambtenaren gezellig te kletsen temidden van een jungle aan kamerplanten. Toen ik vertelde wat ik kwam doen en wie mij had gestuurd, wilde de ene mijn kopietjes wel maken. Ze zei wel achterdochtig: ‘ik dacht dat kamer 102 dienst had vandaag!’ Ik zei ja die hebben me naar 103 gestuurd. Toen keek ze heel begrijpend. Ambtenaren zijn ook mensen, weet u.

Terug in kamer 103 met mijn kopietjes was de mevrouw verdwenen. De andere mevrouw zei desgevraagd: komt zo terug. Na enig wachten kwam de vrouw inderdaad terug, met natte handen (toilet?), ging achter haar bureau zitten en zei met een grafstem: ik kan u helaas niet meer helpen vandaag. Het is half vijf geweest en de directrice is naar huis. Zonder haar handtekening en stempel kan ik niets doen.

Ik keek op mijn horloge. Drie over half vijf. Het geluid van vallende potloden had ik waarschijnlijk even gemist. Ik zei tegen de vrouw: ik was hier drie minuten geleden, ik moest van u twee kopietjes maken. Was niks aan te doen. Morgenochtend terugkomen. Ze zei nog: ‘Ik heb mijn plicht gedaan, door u te vertellen welke documenten u nodig heeft.’ Geen speld tussen te krijgen.

Druk

Vandaag weer een pareltje.

Zoals iedere gezonde Hollandse jongen heb ik af en toe nieuwe visitekaartjes nodig. Na enig online speurwerk vond ik een site van een bedrijf die er voor de verandering niet uitzag alsof het gister was gestart en morgen failliet zou gaan. Dus komaan.

De copyshop was vlakbij Piata Romana aan de Dacia-boulevard, een buurt waar sierlijke oude vervallen gebouwen worden afgewisseld door spiegelglazen monsters zoals het Howard J. hotel.  Ik opende de voordeur naar een soort halletje, een kleurrijk kartonbord wijst naar de deur die ik moest hebben. Binnen gekomen was ik getuige van een partij verbaal molest waar iedereen behalve de meest geharde Boekarester bij zou verbleken. Drie puisterige vroegtwintigers hadden het met elkaar aan de stok over de gebruiksaanwijzing van een printer. Dat er een klant binnen was interesseerde ze niet in het minst. Tot zover geen verrassingen…

Toen de baliemedewerker (zijn kaartje vermeldde ‘marketing manager’) mij eindelijk vroeg wat ik wilde, legde ik uit dat ik ’s morgens een e-mailtje had gestuurd met een design voor een visitekaartje, en dat ik graag zelf even wilde kijken welk papier het moest wezen, en dat men mij had gezegd dat ik de hele dag langs kon komen. Zonder ook maar enige moeite te doen om in de mail te kijken zei hij dat ik maar opnieuw een mailtje moest sturen.

Ik zei jullie hebben het design al, ik heb het vanmorgen gemaild aan ene Manzotti. Hij gaf geen krimp, hoewel later bleek dat hijzelf Manzotti was en mij diezelfde ochtend de ontvangst van mijn mail had bevestigd, en herhaalde dat ik nogmaals een mail moest sturen, ondertussen zijn vriendin manend haar telefoongesprek elders voort te zetten.

Ik zei wie is hier nu de klant, u of ik? Onbegrip droop van des mans gezicht. Ik zei ik heb die mail van je eigen website verstuurd, en ook antwoord gehad. Vanochtend. Geen reactie, totdat hij zei: Je krijgt ze sowieso toch niet vandaag mee…

Dankbaar voor zoveel gratis inspiratie verliet ik de winkel…

Theater

Vorige week was het Experimentele Dansweek in Boekarest, en wij – experimentele dansfans van het eerste uur- togen naar het Nationale Theater alwaar in een bovenbijzaaltje een van de voorstellingen plaatsvond.

Dat wil zeggen: hij zou plaatsvinden, maar wegens het feit dat de organisatie de zaal niet tijdig had weten aan te passen werd er een film vertoond met daarop de voorstelling. Maar goed dat ze die bij zich hadden, denk je dan.

nationaal theater boekarest Het Nationaal Theater is een betonblok met boogramen. Meer kan ik er niet van maken. Het is zonder meer een indrukwekkend gebouw, middenin Boekarest dus iedere toerist komt erlangs. Maar als dit gebouw een theatergevoel moet uitdrukken is de Euromast een cirkel. Als u me vat.

Van binnen is het een stuk aardiger dan van buiten. Op het dak bevindt zich een terras (helaas heb je door de manshoge borstwering geen enkel uitzicht) en ergens achterbovenin is een bar die luistert naar de naam ‘Melkhandel Ennéus’. Dus dan weet je het wel. Maar het mooist is het trappenhuis links achteraan zeg maar bij de buren (het Operettetheater). Als een soort invers afdalen in de onderwereld is iedere verdieping met steeds duisterder grafitti gesierd – tot je op een gegeven moment op een bewoonde afdeling komt waar net een laminaatje is gelegd. En daar was dan ook net de zaal waar wij  – experimentele dansfans van het eerste uur- togen naar het Nationale Theater alwaar in een bovenbijzaaltje etc.

Waar woon ik?

Roemenen hebben vaak een minder concrete verhouding met hun topografie: ze weten niet waar ze zijn, en ook niet waar ze heen moeten.

Daarachter komen wordt de alhier ingezetenen dan ook niet makkelijk gemaakt. Straatnaambordjes zijn er uitbundig veel, alleen niet waar je ze zou verwachten. Richtingaanwijsborden zijn schaars. Huisnummers? Niet vanaf de straat te ontcijferen. Een huisnummer bestaat in Roemenië vaak uit een Bloc-nummer (flatgebouw) in een letter-cijfercombinatie. Bloc X13, bijvoorbeeld. Veel ‘blokken’ zijn erg groot en hebben dus meerdere ingangen. Zo’n ingang heet een ‘Scara’ (trappenhuis). Dan heeft ieder appartement een nummer en bovendien een etage-aanduiding. In de flat staat namelijk nooit zo’n handig bordje met ‘nrs. X t/m Y, die-en-die etage. Onze vriend de heer M. Cozma woont bijvoorbeeld op : Strada Baba Novac nr. 15, Bloc N8, Scara 3, Etaj 7, Apartament 67. Sector 3, Boekarest.

Kom je dus per auto in een vreemd stadsdeel, dan zal je moeten gokken waar welk bloc is en welke scara, want het bordje dat dat aangeeft is alleen van heel dichtbij te zien. Als je de straat al kan vinden. Roemenen zijn heel behulpzaam bij het wijzen van de weg. Het is me regelmatig overkomen dat iemand helemaal meeliep naar waar ik moest zijn, terwijl hij zelf de andere kant uit moest. Alleen dan moeten ze dus zelf wel weten waar ze zijn.

Vraag 10 willekeurige Boekarestenaars in een willekeurige straat in Boekarest hoe die straat heet, en ongeveer de helft zal het weten. Vraag naar een willekeurig niet al te achteraf straatje in een straal van, 200 meter en het aantal respondenten slinkt tot 2. Overigens is dat in Amsterdam ook zo, maar daar heb je meer toeristen. 

Had u gezien dat in het adres hierboven geen postcode staat? Die zijn er wel, maar niemand weet zijn postcode. Postcodes zoeken is dan ook geen eenvoudig karwei. Dan moet je eerst de straat weten en op de Roemeense versie van postcode.nl (www.cod-postal.ro) heeft de straat vaak een andere schrijfwijze dan op de bordjes. De straat waar wij wonen heeft 2 verschillende bordjes-versies plus nog een andere op die site. Datzelfde geldt voor de straat waar mijn kantoor is gevestigd. En toch is het hier al in de seventies ingevoerd.

Soms denk ik weleens dat men het expres ingewikkeld heeft gemaakt om goed excuus te creëren om te laat te komen. Over te laat komen een andere keer meer.