Opinie

Nou zat ik zogezegd vet te chillen zo rond etenstijd afgelopen dinsdag. U kent dat. Wordt er op de deur gebonsd.

Dat is een zeldzaamheid, aangezien zowel de buitendeur van de flat als de deur van de gang op slot horen te zijn. Maar als iemand de moeite heeft genomen om beide sloten te omzeilen, doe ik ook niet kinderachtig. Twee jongemannen kijken mij schuchter grijnzend aan vanachter een klembord.

De dapperste vist een vettig vodje uit zijn broekzak, waaruit de respectabelheid moet blijken van hun werkgever. Ik heb nog nooit van dit bureau gehoord, maar hij verzekert mij ‘landelijk bekend’, ‘morgen op TV’. Verder ‘de verkiezingen komen eraan, of u zo goed wilt zijn…’

U moet weten, zelfs telefonische enquêtes sta ik met de grootste hartelijkheid te woord. Ik vind het gewoon fijn als mensen mij zomaar bellen om te vragen of ik al een een begrafenisverzekering heb. Maar dat terzijde: in dit geval gaat het om een Politieke Opiniepeiling. Voor mij de eerste keer, dus ik heb geen vaderlands vergelijkingsmateriaal. Maar bij iedere vraag gaan mijn wenkbrauwen een eindje verder omhoog:

  • Denkt u dat Monica Iacob Ridzi [ex-minister, pleite door onverklaarbare uitgaven voor kinderfeestje] ontslag heeft genomen vanwege a) verzoek van Băsescu [president], b) druk vanuit de partij c) aangetoonde schuld?

Bijbehorende krantenkop (ongeacht uitslag enquête):

‘Duizenden Boekaresters beschuldigen president – Băsescu achter ontslag populaire minister?’

  • Vindt u dat Băsescu of zijn broer zich bezig mogen houden met wapenhandel? [broer president was aandeelhouder wapenhandel met contract aan Roemeens leger]

Bijbehorende krantenkop (ongeacht uitslag enquête):

‘Bevolking verwerpt massaal betrokkenheid Băsescu bij wapenhandel’

Ik zal u de rest besparen, een blogstukje (blukje?) mag nooit te lang worden. Jammer, want er zaten een paar smeuïge bij over de burgemeestersverkiezing. Hoe dan ook, ik -aluhoedje op- vermoed steeds sterker dat de baas van de opiniehandel een van de mediatycoons is die maar al te graag de president [’s lands enige vertrouwenwekkende politicus] in zijn pak zou prakken.

De bank houdt op

Je kan het zo gek niet bedenken, of in het echt gebeurt het nog veel gekker. Kent u die zin? Wij zitten er middenin.

Dit in het kader van ‘Appartementje kopen – poging 2’. Drie weken geleden een prijs afgesproken met de eigenaar en hop, naar de bank (waar ik al geweest was om onze hypotheekmogelijkheden uit de computer te laten rollen). Met het dossier van het appartement: eigendomspapieren, kadastertekening enzomeer.

De vriendelijke bankmeneer vertelde dat de eerste stap de juridische afdeling was, die zou onderzoeken of het appartement niet per ongeluk elders was verhypotheekt en of onze verkoper wel de enige rechtmatige eigenaar was. Het zou een kleine week duren.

Drie weken later was  ik ettelijke keren voor nop langsgeweest, bijna dagelijks gebeld, ruzie met de eigenaar die wilde weten waarom dat zo lang duurde, maar geen vonnis van de jurist. De vriendelijke bankmeneer wist niet meer wat hij nu weer moest verzinnen. Eerst was het verhaal dat hij in de vakantieperiode de enige jurist was voor de hele regio (toen ik zei dat er in de zomer ook minder gehypotheekt werd glimlachte hij slechts), en daarna had de jurist het druk met rechtszaken (toen ik zei dat ik heus wel wist dat de rechtbanken in staking waren glimlachte hij slechts).

Afgelopen maandag vroeg ik – op advies van Paul – de directeur te spreken. Dat was een aardige mevrouw die, hoewel ze eigenlijk met griep in bed had moeten liggen, de telefoon greep en met de jurist regelde dat het de volgende dag bekend zou zijn of er problemen waren.

De volgende dag ik weer naar de bank. De directrice was ziek geworden, en de aardige bankmeneer… werkte er niet meer! En hij had ons zelfs niet de kleinste hint gegeven. De baliejuffrouw vertelde mij doodleuk dat hij niet meer bij die bank werkte en dat het beleid was van de bank om dit niet aan klanten te verklappen. Gelukkig kon ze nog wel de mail van de jurist uit een inbox opgraven.

Uiteraard wilde de jurist een serie obscure documenten van generaties terug (o.a. de originele rechterlijke uitspraak omtrent de boedelverdeling van de scheiding van twee eigenaren terug).  Daarover meer in het vervolg van ons feuilleton.

Huisje kopen?

De eerste letters van deze post typend zie ik uit mijn ooghoek een vuilniszak naar beneden pleuren uit de 8e verdieping van de overbuurflat. Stelletje aso’s. Goed dat ik het weet, gaan we daar niet wonen.

We zijn op zoek naar een appartementje, en ik vrees dat we aan het begin staan van een saga waarbij vergeleken het rijbewijs-avontuur tot een doktersromannetje wordt gedegradeerd.

Onze wensen zijn bescheiden. Alstublieft in de buurt van park Titan! Titan, zo’n beetje de enige betaalbare wijk met veel groen én voorzieningen.

Park Titan Boekarest, zomer '09

Park Titan Boekarest, zomer '09

De prelude: het bleek (crisis? what crisis?) dat ineens de huizenprijzen waren duikgevlogen dus wij besloten een appartementje te kopen in plaats van te huren. Wij hadden een juweeltje op het oog (door de schoonmoeder van de eigenaar knipogend aangeprezen met “Hier woonden vroeger Securitate-medewerkers!”) waarvan na twee maanden wachten op papieren bleek dat meneer het dossier niet rond kon krijgen wegens te hoge schulden. Met andere woorden: de bank waar hij een hypotheek had bleek hem geen toestemming te geven het ding te verkopen.

Hij had vermoedelijk zelf op een andere uitkomst gehoopt, want hij bleef creatief met het verzinnen van vertragingsredenen. Vervolgens – zo hoorden wij van de makelaar – kon hij een ander appartement verkopen voor cash waardoor hij het appartement waarover hij met ons al een prijs had afgesproken ineens niet meer wilde verkopen. Zijn moeder moest toch ergens wonen? Een glibberige vent, brrr. Mocht u ooit in het landelijke Alexandria om bouwmateriaal verlegen zitten, koopt dan geen waar bij deze meneer! (Naam en adres bij de redactie bekend.)

Vrij veilig

In gidsjes staat vaak vermeld dat het in Boekarest zo veilig is. De redenering gaat dan: het mag hier dan wel een frauduleus boevennest zijn, maar die engerds blijven in de onderwereld. Gewone mensen en toeristen worden echt wel met rust gelaten. En zo is het. Je kunt hier veilig over straat, dat wil zeggen minstens net zo veilig als in Amsterdam.

Toch heeft iedere zichzelf respecterende winkelketen een beveiligingsbedrijf in de arm genomen. In het park kruist dagelijks een mannetje van de ‘BGS’ mijn weg. BGS is een van de grootste beveiligingsfirma’s, met een uitgekiende dienstenportefeuille: ze hebben namelijk ook een ‘medische divisie’. ‘Wij vatten uw overvallers in de kraag, stampen ze in elkaar en voeren ze ook nog voor u af naar het ziekenhuis.’ Totaaldienstverlening heet dat.

De uitrusting en attitude van de verschillende beveiligingsfirma’s kunnen erg uiteen lopen. Zo staan er langs de weg naar het vliegveld Amerikaanse legerjeeps (Hummers – maar dan niet van die softe PC Hoofstraatdingen) van een beveiligingsfirma heel stoer te staan. Maar ook langs een onaanzienlijke uitvalsweg in het zuidoosten van de stad staan deze monsters opgesteld. Andere bedrijven laten hun ‘interventieteams’ echter gewoon in een Dacia rondrijden.

Persoonlijke bewapening kan variëren van pepperspray, wapenstok (zoals in Amerikaanse films), gummiknuppel (zoals in Amerikaanse films, maar dan uit de jaren ’30) en walkie-talkie tot helemaal niets. Sommige beveiligers lopen rond in futuristische leren pakjes inclusief beenkappen en elleboogbeschermers, andere hebben niets dan een badge om zich mee staande te houden. De beveiligster bij ons in de apotheek is een vrouw van in de 50 en met waarschijnlijk ook dat getal in gewicht. Die in de supermarkt daarentegen heeft aan gewicht zo’n overdaad dat die de dief waarschijnlijk alleen door pletten kan tegenhouden. Kansloos bij een achtervolging.

Het gekke is dat je van beveiligers geen veiliger gevoel krijgt. Aan de andere kant kan het ook geen kwaad. Misschien is het gewoon één groot werkgelegenheidsproject…

bewaking wél nodig bij het foebelen

bewaking wél nodig bij het foebelen

Combinaties

Een bijzonder geïnspireerde ambtenaar moet ooit bedacht hebben dat Roemeense nummerborden drie letters hebben. Na de eerste twee letters, waar je de provincie aan kan herkennen (alleen Boekarest heeft slechts één letter) zijn er twee cijfers en dan drie letters. Wie in zijn jeugd gescrabbled heeft moet weten, dat daar de leukste combinaties mee te leggen zijn, ook in het Roemeens. Zie hieronder de oogst van zomaar een wandeling in zomaar een stukje Boekarest.
Roemeense auto met Italiaans nummerbord
Roemeense auto met Italiaans nummerbord

 Deze is even om erin te komen: aangezien veel Roemenen aan het gastarbeiden zijn (geweest) in den vreemde, lijkt het wel of Boekarest heel toeristisch is. Overal Italiaanse en Spaanse nummerborden. Maar die zijn dus gewoon van mensen die te lui zijn om hun auto in Roemenië in te schrijven.

Heimwee?

Hier hebben we een heel populaire: net als het Nederlandse ‘gezelligheid’ denken Roemenen namelijk van hun woord ‘dor’ dat het in geen enkele andere taal is uit te drukken. Massa’s auto’s rijden rond met ‘dor’. Het betekent iets als ‘tragisch verlangen’.

… deze mocht niet ontbreken. Grote hilariteit bij bezoekende Nederlanders. Combinaties met ‘lul’ komen trouwens vaak voor in het Roemeens: ‘vehiculul’ is  ‘het voertuig’ bijvoorbeeld.

 

zonder titel zonder titel

… en het dessert. Dit zien we ook vaak hier in de stad. Om de zoveel tijd houdt de politie ‘wrakkendag’ maar er is geen beginnen aan, lijkt het wel.

Groei

Wie weleens een boek over de Middeleeuwen openslaat, weet dat in vroeger tijden de mensen niet zo gepolijst rondlopen als nu. Zaken als acnepleisters, lipvergrotingen, borstinspuitingen, haarinplantaten of just de totale verwijdering van haar, men had er allemaal nog nooit van gehoord.

Ook liep men met de meest wanstaltige puisten en uitgroeisels rond, gewoon omdat het kon omdat er niet veel anders opzat. (Even terzijde: u moet het mij vergeven als er af en toe een blogisme tussendoor glipt, ik moet mij via Sargasso, Geenstijl, Retecool en hun collega’s op de hoogte houden.)

Die laatste gewoonte heeft men in Roemenië met enthousiasme gehandhaafd. Het is hier een land vol mooie mensen en persoonlijke verzorging staat op hoog niveau, maar de aangezichtsgroeisels laat men zich niet afpakken. Iedere dag kom ik wel iemand tegen met een, meerdere of zelfs een hele verzameling zachtroze uitstulpingen van woekerend vlees, onbekommerd de wereld tegemoet ziend.

Hebben mensen bij ons dat minder? (Per slot van rekening zaten we verder van Tsjernobyl.) Of laten we onze addenda eerder wegsnijden? Nader onderzoek is nodig en zal in de loop van 2018 door een team van deskundigen worden gepresenteerd.

Heb jij wat van me aan?

Vijf decennia zuchten onder een regime waarvan de helft van de bevolking (zo schijnt) de andere helft moest afluisteren heeft Roemenen bijzonder achterdochtig gemaakt. Mensen spreken vaak niet uit wat ze denken en complottheorieën zijn hier dagelijks brood. Daarnaast heeft vijftig jaar lang dictatoriale televisie (2 uur per dag, waarvan 1 uur toespraken van de Conducator) en pers (de berichtgeving was niet erg afwisselend: Ceausescu geweldig, het westen slecht) een grondige achterdocht voor media gekweekt. Mensen moesten het echte nieuws via de tam-tam vernemen.

Tel deze twee bij elkaar op en je krijgt een samenleving waarin mensen aan de ene kant gericht zijn op wat andere mensen ze vertellen om aan nieuws te komen, in plaats van op de media. En waar diezelfde mensen elkaar dus niet geloven vanwege de complottheorieneiging. Zo komt het dat communicatie niet altijd even eenvoudig is in dit land. Een aanrdig contrast daarbij is dat pogingen tot verfluweling en verdoezeling van zaken door de oudere generatie (want je woorden zouden eens verkeerd begrepen kunnen worden door de Securitate) plaats heeft gemaakt voor een soms zelfs voor Nederlanders opmerkelijke botheid in gesprekken. Als in Nederland een medewerker over een collega zegt dat hij ‘niet begrijpt wat die hier doet’ dan is er sprake van een ernstig conflict. In Roemenië kan men dit zeggen en met hetzelfde gemak daarna weer overgaan tot de orde van de dag.

Deze directheid heeft ook een visuele uiting. Vooral jonge Roemenen zullen een buitenlander ongegeneerd aanstaren alsof diegene hun kleren aanheeft (in plaats van andersom: je komt vooral op het platteland regelmatig mensen tegen met tweedehands Nederlandse t-shirts). Terwijl men, vooral hier in Boekarest, toch echt wel wat gewend is. Bovendien heeft iedereen toch televisie tegenwoordig.

Een kleine aanvaring

In veel miljoenensteden op deez’ aard is het verkeer om over naar huis te schrijven. Het aardige is dat in steden waarvan anderen zeggen dat het er een chaos is, mensen toch van A naar B gaan iedere dag. Die mensen hebben trouwens zelf ook weer verwijzingen naar steden waar het nóg erger is. Boedapesters verwijzen naar Boekarest, Boekaresters naar Istanbul.

Overigens vind ik het zelf wel meevallen in vergelijking met de verhalen, alleen linksaf slaan op een serieus kruispunt blijft een hachelijke onderneming. Vooral wanneer – en op ‘ons kruispunt’ gebeurt dat vaak – de stoplichten het voor gezien houden.

Parkeren heeft ook zo wat voeten in de aarde, en hoewel Titan van alle wijken binnen de stad zo’n beetje de meeste parkeergelegenheid heeft, is het ook voor onze flat regelmatig dringen. De gemeente heeft ook gemeend een gedeelte van de straat voor de flat met paaltjes te moeten afzetten, zodat het inparkeren nu alleen nog voor waaghalzen is weggelegd.

paaltjesstoep

o wee als uw draaicirkel wat groter is

Wij waren laatst de servicekosten aan het betalen bij de mevrouw die iedere donderdag haar tafeltje uitklapt in de hal, en bekloegen ons over het feit dat iemand onze ruitenwissers had omgebogen. Dat is een gangbare praktijk in Boekarest als iemand je erop wil wijzen dat je op zijn plek hebt geparkeerd. Wij hadden echter geparkeerd op de ons daartoe door de Administrator van de flat aangewezen plaats (haar man d’r auto was al een half jaar kapot). En tóch de ruitenwissers omgebogen (niet dat ze kapot gaan hoor, je buigt ze zo weer terug).

Onze buurman, de heer Toma die alles weet, vermoedde dat het kwam omdat we schuin geparkeerd hadden, dat wil zeggen diagonaal over het vak. Dat was ook zo, maar dat had ik alleen gedaan omdat de buurman het ook deed. TIjdens dit gesprek kwam er een Hyundai aan (zo’n auto waardoor je denkt: tegenwoordig lijken alle auto’s op elkaar), parkeerde naast die van ons en zo diagonaal dat hij anderhalf vak in beslag nam.

De bestuurder kwam even later de flat in en het gesprek bij de ingang viel stil. De mevrouw die de servicekosten in ontvangst neemt zei enigszins bedeesd dat hij weleens wat rechter mocht parkeren. Ik begreep door de mij toegeworpen blikken dat dit nu de man was die weleens mijn ruitenwissers omgebogen had kunnen hebben.

Ik besloot dit na te gaan, en vroeg aan de man, of dat zijn auto was die daar stond geparkeerd. En wat dan nog? Nou, hebt u dan mijn ruitenwissers omgebogen gisteren? Als dat zo is, wat dan nog? Goeie vraag. Maar voordat ik het gesprek voort kon zetten besloot de man blijkbaar dat het geen zin had en liep zonder boe of bah naar de lift. Ondertussen werd ik gemaand het er bij te laten, onder de vermelding dat het hier om een ‘nesimțit’ ging.  Het was eigenlijk voor mij een eerste aanvaring, of eerder afvaring, met een dergelijk figuur. Het schijnt een voor Boekarest kenmerkende karaktereigenschap te zijn, ‘nesimțire’, en betekent zoveel als: ‘brute onverschilligheid’. Precies: een aso.

Wij gingen maar naar de supermarkt.

Doop

Vanmiddag was ik bij een doopplechtigheid in een mini-kathedraaltje in oud Boekarest. Fresco’s, altaargoud, kaarsen, wierook, gewaden, zigeuner bij de deur, alle elementen die de kerkgang in Roemenië tot een belevenis maken.

Zo’n beetje iedereen in Roemenië wordt gedoopt en een belangrijke rol daarbij is weggelegd v0or de peetouders. Sterker nog: de ouders staan er een beetje als figurant bij. Terzijde moet ik even melden dat de gelukkige dopeling van vandaag een prachtkind was en zó relaxed, dat het de hele dienst geen kik gaf.

Dit in tegenstelling tot de priester, die bij ontstentenis van een geluidsinstallatie zijn geoefende stembanden door de ruimte deed weerklinken. Dat wil zeggen: het geluid dat er af kwam, niet de banden zelf. Hij werd bijgestaan door een koor, dat, bestaande uit twee morsige mannen op leeftijd, zo geroutineerd was dat de leden tijdens het zingen hun haar stonden te kammen of een dame in het décolleté stonden te kijken.

Priesters in Roemenië zijn als het weer: je kunt het treffen. Aan de andere kant bestaat ook de mogelijkheid, dat je het niet treft. Deze was op tijd, dat heb ik ook al anders meegemaakt. Tijdens het reciteren van de vaste teksten presteerde hij het echter om de dopeling met de verkeerde naam te benoemen. In plaats van de mooie klassieke Roemeense naam die zij draagt had hij – naar achteraf bleek – die van de vorige plechtigheid onthouden. Door het gegniffel zijn vergissing bemerkend gaf hij er een mooie draai aan. Het kind mocht dan wel niet werkelijk Christina heten, maar door de doop werd ze dan toch wel een christen (in het Roemeens: creștină).

Zo zie je maar weer: voor improvisatiekunst moet je in Roemenië wezen…

Waar woon ik?

Roemenen hebben vaak een minder concrete verhouding met hun topografie: ze weten niet waar ze zijn, en ook niet waar ze heen moeten.

Daarachter komen wordt de alhier ingezetenen dan ook niet makkelijk gemaakt. Straatnaambordjes zijn er uitbundig veel, alleen niet waar je ze zou verwachten. Richtingaanwijsborden zijn schaars. Huisnummers? Niet vanaf de straat te ontcijferen. Een huisnummer bestaat in Roemenië vaak uit een Bloc-nummer (flatgebouw) in een letter-cijfercombinatie. Bloc X13, bijvoorbeeld. Veel ‘blokken’ zijn erg groot en hebben dus meerdere ingangen. Zo’n ingang heet een ‘Scara’ (trappenhuis). Dan heeft ieder appartement een nummer en bovendien een etage-aanduiding. In de flat staat namelijk nooit zo’n handig bordje met ‘nrs. X t/m Y, die-en-die etage. Onze vriend de heer M. Cozma woont bijvoorbeeld op : Strada Baba Novac nr. 15, Bloc N8, Scara 3, Etaj 7, Apartament 67. Sector 3, Boekarest.

Kom je dus per auto in een vreemd stadsdeel, dan zal je moeten gokken waar welk bloc is en welke scara, want het bordje dat dat aangeeft is alleen van heel dichtbij te zien. Als je de straat al kan vinden. Roemenen zijn heel behulpzaam bij het wijzen van de weg. Het is me regelmatig overkomen dat iemand helemaal meeliep naar waar ik moest zijn, terwijl hij zelf de andere kant uit moest. Alleen dan moeten ze dus zelf wel weten waar ze zijn.

Vraag 10 willekeurige Boekarestenaars in een willekeurige straat in Boekarest hoe die straat heet, en ongeveer de helft zal het weten. Vraag naar een willekeurig niet al te achteraf straatje in een straal van, 200 meter en het aantal respondenten slinkt tot 2. Overigens is dat in Amsterdam ook zo, maar daar heb je meer toeristen. 

Had u gezien dat in het adres hierboven geen postcode staat? Die zijn er wel, maar niemand weet zijn postcode. Postcodes zoeken is dan ook geen eenvoudig karwei. Dan moet je eerst de straat weten en op de Roemeense versie van postcode.nl (www.cod-postal.ro) heeft de straat vaak een andere schrijfwijze dan op de bordjes. De straat waar wij wonen heeft 2 verschillende bordjes-versies plus nog een andere op die site. Datzelfde geldt voor de straat waar mijn kantoor is gevestigd. En toch is het hier al in de seventies ingevoerd.

Soms denk ik weleens dat men het expres ingewikkeld heeft gemaakt om goed excuus te creëren om te laat te komen. Over te laat komen een andere keer meer.