Bouman's Blog

Leven en werken in Roemenië

Archief voor de tag “platteland”

Maneschijn

Als de pruimen van de bomen komen denderen, weet de Roemeen dat het tijd is om de stookketel aan te vuren. Afgelopen weekend heb ik voor het eerst zelf een potje țuică gedestilleerd, onder leiding van Paul.

stookketel MaguraNou gebruiken wij alle soorten fruit in de stokerij, want als het gist dan kan je er alcohol van maken. De meeste fruitsoorten geven de drank ook nog een bouquet van jewelste. Graan of aardappels verstoken past niet in de Roemeense traditie. Dat doen ze maar in Rusland en Polen.

Op de foto bij dit stukje ziet u het hoekje in de oude koeiestal, waar mijn schoonfamilie al eeuwen aan het stoken is. Tijdens het communisme was dat klandestien, want foei alles is van de staat, dus moest Ana’s opa de lokale autoriteiten omkopen – met drank. Om de productie niet in het oog te laten lopen, had hij een ondergrondse afvoer gemaakt voor de fruitprut (borhot) die overblijft na het stoken.

Links op de foto ziet u de koperen stookketel. Hij is ingebouwd in een oven en wat u erboven ziet is een soort afneembaar expansievat. Het deurtje onderaan staat open voor de foto, om te laten zien dat er echt wat gebeurt. De ketel wordt geladen met fruit dat eerst is voorbewerkt: Goed pletten, dan wat water en eventueel suiker erbij, dan een paar weken wachten. Het fruit wordt er dus in geschept (er gaat zo’n 90 liter in). Dan wordt het expansievat erop gezet, de naden gedicht en het geheel met een stalen buis aangesloten op het koelvat (rechts op de foto). Het koelvat is gevuld met water. De buis spiraalt door het vat naar een kraantje beneden, waar je de verdampte en vervolgens afgekoelde drank opvangt.

Door zelf mengen en op eikenhout bewaren kan je de meest fantastische țuică (tswieka) maken. Maar dan moet ik eerst nog een tijdje in de leer.

 

 

Ardeal

Transsylvanië wordt hier vaak Ardeal genoemd (‘deal’ betekent heuvel). Daar wist mijn vader – opa in de wandelgangen – al veel van. Twee jaar geleden hebben we een tocht gemaakt in de noordelijke streek Bucovina, langs de beroemde oude kloosters daar. Maar de Saksische weerkerken stonden nog op de lijst en afgelopen week kwam het ervan. Het relatief welvarende Transsylvanië werd in de middeleeuwen voortdurend bestookt door strooptochtende Tataren en door Turken op veroveringstocht. Dus die Saksen, ook niet lui, bouwden om hun kerk heen een dikke vette muur. In die muur schietgaten, gietgaten voor kokende olie, voorraden, levende have, woningen en zelfs een schooltje. Dook de vijand op, renden alle dorpelingen naar hun kerkburcht en dan konden ze het wel een tijdje uitzingen.

De eerste die we bekeken staat in het dorp Prejmer, in de buurt van de mooie stad Brașov. Er waren nergens toeristen te zien en het plaatsje was enorm ingeslapen. Drie bouwvakkers stonden wat te bouwvakken. De burcht stond daar lekker in het zonnetje. Maar wat een muren, wat een muren. En op de binnenplaats van de burcht een kerkje.

Prejmer - In de muur van de burcht

Prejmer – In de muur van de burcht

Het was ook prachtig gerestaureerd door een of andere Duitse stichting. Vervolgens ging de toch naar het dorpje Viscri, waar de Engelse prins Charles een huis heeft. Die Charles is trouwens familie van de Roemeense koninklijke familie, vandaar. Hoe dan ook, dat dorp lag aan het eind van een weg met meer kuilen en gaten dan asfalt, zodat mijn arme schokdempers nu nog steeds nachtmerries hebben. Het dorp zelf was een soor modderpoel, maar de oude Saksische huisjes waren in ieder geval mooi opgeverfd. Hippe, alternatieve toeristen kunnen hier in middeleeuwse pensions overnachten en daar thuis over opscheppen.

Maar onze tocht ging verder. Overigens heeft Viscri ook een kleine burchtkerk (zie foto) op een heuvel, die iedere maker van romantische griezelfilms zou doen

Burcht van Viscri

Burcht van Viscri

watertanden. Toen we bij een armetierig zigeunerdorpje weer de nationale weg opdraaiden was ik blij dat Sighișoara niet ver meer was.

Ook in Sighișoara kan je filmdecortechnisch meteen aan de slag, want er is een middeleeuwse sprookjesburcht die nog echt in gebruik is, en op de burcht (dat wil zeggen, in feite is het een ommuurd stadscentrum op een heuvel) is nog een burcht. Daarop staan een kerk, een school en wat torentjes. Een enorm toeristisch potentieel, alleen nergens een toerist te zien.

Op de tweede dag reden we via de kerkburcht en voormalige bisschopszetel Biertan (spreek uit: biejertán) naar de gemeente Sibiu. Sibiu is een voormalige Europese culturele hoofdstad en mag er wezen, maar vlak onder de stad liggen nog twee weerkerken in de dorpen Cisnădie en Cisnădioara. Die van de eerste viel eigenlijk tegen, want: niet eens op een heuvel! Het was ook even zoeken voor we erin konden, want deze weerkerk was natuurlijk wel ommuurd, en in de muur was natuurlijk wel een deurtje, maar dat je voor de sleutel ergens in het poortgebouw een trappetje op moest stond er even niet bij. Toch werd ons geduld beloond want tegen een luttel bedrag mochten wij als eerste toeristen die week (het was donderdag) de kerk bekijken – zoals altijd weer een wonder van restauratie-ijver. Bovendien bleek deze kerk ook nog regelmatig te worden gebruikt.

Uitzicht vanaf kerkburcht Biertan

Uitzicht vanaf kerkburcht Biertan

Cisnădioara beloofde het letterlijke hoogtepunt te worden, want het was een donker bos op een heuvel waar je van verre een toren op zag. Dichterbij gekomen was er een glibberig mospaadje dat in de duisternis verdween, afgesloten door een hek, met in de buurt slechts wilde honden en een herberg zonder gasten… je reinste scenario. Maarrr…de enige dame in het dorp die de sleutel had was niet thuis. Of deed niet open, hoe dan ook ik heb gebeld, geroepen, een dansje gedaan met de wilde honden, to no avail.

Kerk en uitkijktoren Targoviste

Kerk en uitkijktoren Targoviste

Op de terugweg gingen we nog even langs de stad Târgoviste na het doorsteken van de Zuidelijke Karpaten door het rivierdal van de Olt. Târgoviste is 200 jaar lang hoofdstad van Zuid-Roemenië geweest, maar de hertogelijke burcht met kerk en uitkijktoren waren kinderspeelgoed vergeleken bij wat de Saksische dorpers in Transsylvanië in diezelfde periode hadden neergezet.

Volgende keer naar de Donaudelta! Roemenië is een toeristloos toeristenparadijs (als je het skigebied en de badplaatsen niet meerekent). Profiteert ervan nu het nog kan zou ik zeggen. Over 10 jaar stikt het hier van de verantwoorde rugzaktoeristen en sportieve oudere echtparen die eens wat anders willen.

Herfst

Het is nog heerlijk weer buiten overdag, maar ’s avonds wordt het fris. En als de warmte vluchtig wordt dan weet je als Roemeen: Straks wordt het herfst. Roemenen klagen graag, dus je hoort ze vanaf half augustus al verzuchten dat de zomer straks is afgelopen. Nu worden we hier vaak verwend met lange nazomers, waarbij je overdag in t-shirt kunt buiten zitten. En meestal valt dan begin december pas de eerste sneeuw – maar zover zijn we nog niet.

Mijn schoonouders zijn op vakantie, dus wij zitten in Măgura zonder de ‘oorspronkelijke bewoners’. Dan bekijk je een plek ineens met andere ogen, als een foto die je goed kent, maar waaruit ineens een paar personages zijn verdwenen. Vanmorgen werd ik begroet door de oude hond, stram en met rimmetiek – deze hond heeft al een aantal bewoners van dit huis zien overlijden.  De huizen zelf en de spullen, hoewel er steeds wordt aangeschaft en geconstrueerd, hebben een soort deklaag van eeuwigheid, van onveranderlijkheid.

Zo is het tot nu toe ook gegaan met het Roemeense dorp. Voor Roemenen is het een bekend literair thema, dat het platteland een soort bestendige configuratie heeft die onder de radar van de verwoestende tijd blijft. Net als in ons Friesland de oudste terpen ouder zijn dan de nederzetting Amsterdam, zo zijn ook in Roemenië de dorpen precies als toen de huidige miljoenenstad Boekarest ook zo’n dorp was.

Sinds de val van het communisme is het afgelopen met de eeuwigheid. In Transsylvanië hebben veel etnische Duitsers hun boeltje gepakt en zijn naar Duitsland vertrokken. Hele dorpen staan leeg en worden naar men zegt nu bevolkt door zigeuners. Rondom Boekarest, in de provincie Ilfov, zijn overal in de dorpen nieuwbouwwijken verschenen van forenzen. Hier en daar staat een kapitale villa van een nieuwe rijke.

Maar de grootste verandering is de enorme uittocht van jonge mensen. Tijdens het communisme heeft er al een soort gedwongen urbanisatie plaatsgevonden, omdat er voor de fabrieken arbeiders nodig waren. Maar sinds de jaren negentig zijn er miljoenen jonge Roemenen naar het buitenland vertrokken, en anders naar Boekarest, op zoek naar werk. Er zijn overal in Roemenië dorpen en stadjes die alleen ’s zomers tot leven komen, wanneer alle emigranten op vakantie zijn in hun oude woonplaats.

Als je de schaalgrootte van de geschiedenis iets terugschroeft, zijn de dorpen natuurlijk niet eeuwig. In feite is het nog maar een paar eeuwen geleden sinds de Magyaren Transsylvanië binnenstroomden, of sinds de Daciërs werden verslagen door keizer Traianus.

En daar zit ik dan, met herfstgedachten, als een echte Roemeen. Maar kijk: in deze traditionele huisjes op ons stuk land, waar traditioneel ecogeboerd wordt met traditionele middelen, hebben we wèl breedbandinternet, modern sanitair en twee grote steden op twee uur rijden. Dus uiteindelijk moet het best mogelijk zijn om het goede van het platteland te behouden en toch de moderne tijd te omarmen.

Winter wast witter dan wit

Het ‘huis van oma’ staat er ook ’s winters bijzonder mooi bij, zie de foto op Ana’s site:

en daarom leek het ons een leuk idee om dit jaar met Kerst naar het platteland te tijgen, alwaar wij bij de houtkachel slempen aan de țuică, ons rond eten aan de tobă en van de heuvels glijden met de sania. Beter kan de kerst min of meer niet worden. Alles is authentieker en intenser op het Roemeense platteland, ook al is het voor de permanente bewoners vaak afzien. Van de kerkdienst in het pas opnieuw befrescode kerkje tot hte bezoek aan vrienden in een mistige sneeuwvlakte aan de rand van het dorp.

Roemenië glijdt ondertussen zachtkens richting 2013, moe van het politieke tumult van het afgelopen jaar, toe aan wat economische groei en met de vrees van de wilde winter van 2012 nog fris in het geheugen. Het wordt vast een interessant jaar, want in Roemenië gebeurt er iedere dag wel iets geks. Ik hoop – ook zachtkens – dat we in 2013 nou eindelijk eens een regering hebben die goeie plannen kan laten uitvoeren. Je terugtrekken naar het platteland, waar de tijd lijkt stil te staan – om er een reisgidscliché bij te pakken – is uiteindelijk toch vergeefs als modern Roemenië weer de verkeerde kant op zwalkt.

Aan de andere kant moeten we ook niet teveel aandacht geven aan de politiek. Als je ze even wegdenkt is Roemenië een soort Narnia. Dat is toch heel wat waard.

Lekker in de tuin spelen

Op de zeg maar datsja van mijn schoonouders is het tijd voor de herfstwerkzaamheden. Er moeten appels, peren, pruimen, abrikozen, walnoten en nog wat dingen worden geplukt, nu het tomaten- en paprikaseizoen een beetje op zijn einde loopt. Vandaag was het de beurt aan de druiven, want Paul maakt natuurlijk zijn eigen wijn.

Dus wij na het optrekken van de dauw lekker met de laarzen aan het wijngaardje in. Heerlijk tussen het groen en plukken maar en sjouwen en persen met de pers… ik voelde me net een of andere hele erge reclame voor gezonde producten. De pluk was naar de zondag verplaatst vanwege het weer. Vandaag was het gelukkig een stralende dag, na de regen van de vorige dagen was de grond erg zompig geworden. De buren kwamen helpen, schoonmama heeft voor iedereen gekookt en het was meer dan gezellig. De wijn moet nog een tijdje in het vat en dan maar hopen dat ik van de DokTor alweer mag drinken.

Natuurlijk wel weer het fototoestel vergeten, dat moet ik nog een keer goedmaken.

We zijn ook vage plannen aan het maken om de kerst/oud&nieuw daar door te brengen, als er zoveel sneeuw ligt als vorig jaar wordt dat vast romantisch.

De rest van de dag heb ik kozijnen geschilderd – eigenlijk moet ik dit soort dingen niet verklappen want zeg maar dag tegen het zorgvuldig opgebouwde urbaan intellectuele imageau!

Berenhap op de oude grens

Reis je per auto van Buzău naar Brașov (en dan niet via Ploiești), dan kom je door de bergen via het koudste punt van Roemenië, in de provincie Covasna. Tot aan het bergstadje Nehoiu gaat er trouwens ook een trein, maar dan moet je geen haast hebben want die haalt hooguit 40. Uitzicht is overigens goud waard vanuit de trein vooral het stuk langs de rivier.

Ook uit de auto is er veel schoons te beschouwen, als je tenminste niet hoeft te sturen. Want de weg is, hoewel relatief zeer goed onderhouden, erg bochtig en er kan af en toe een rotsblok op liggen. Er kan ook een op je auto vallen maar dat schijnt zeldzaam te zijn. Bovendien: sturen helpt daar weinig tegen.

Na het passeren van een enorm en diepblauw stuwmeer kom je in een zeer dunbevolkt berggebied, waar tot 1918 de grens liep tussen Oostenrijk-Hongarije en de Verenigde Vorstendommen van Moldavië en Walachije. Even buiten het dorpje Siriu ligt de grenspost, tegenwoordig in gebruik door een van de onderwijsvakbonden voor schoolkampen.

Naast de oude grenspost stroomt een riviertje en aan de andere oever heeft mijn schoonvader van ze zuurverdiende centen een huisje gebouwd, een cabanăCabana Hartagu

Het huisje ligt in de kom van de weg, dus je kunt niet bekeken worden. Sowieso komen er maar weinig auto’s langs. Toch is de weg wel prettig, anders zou de verlatenheid wel heel groot zijn.

Het uitzicht is vooral irivier hartzagun de herfst heel mooi, als de bossen op de berghellingen een kleurentapijt vormen – wat zeg ik, een quilt! De hele dag hoor je het ruisen van het bergriviertje, Als je gaat pootjebaden heb je de hele rivier voor je alleen. Ik heb bij de rivier nog nooit iemand anders gezien.

Er vertrekken van deze plek allerlei bergwandelroutes, en ook het bergmeer Lacul Vulturilor (Adelaarsmeer) ligt vlakbij. Alles ruig en wild: je kunt zelf je visjes vangen maar de kans bestaat dat je die dan weer moet afstaan aan een passerende beer of langswippende roofvogel.

Een beetje avontuurlijk moet je wel wezen: geen telefoon, geen internet, geen stromend water, geen elektriciteit en geen riolering. Het water haal je uit een bergbron even verderop, de wc is een hokje in de tuin en als je stroom wilt is er een generator. Heerlijk, tenminste voor een paar dagen is het fantastisch.

U wilde nog wat weten over het uitzicht?

uitzicht hartzagu

Volgend tv-seizoen komt Bear Grylls hier zijn eigen broek opeten. Inlichtingen bij de receptie.

Spuug

De commotie vlak na de verkiezingen over de geheimzinnige Paarse Paranormalisant, die president Băsescu aan zijn herverkiezing zou hebben geholpen door het betoveren van zijn tegenstander, kwam mij als buitenstaander zeer vreemd voor. Het kan toch niet zo zijn dat mensen dit echt geloven?

Dat kan wel. Het kan zelfs nog gekker.

Ik maakte laatst een praatje met een buurvrouw van oma, die woont in de regio Buzău in een idyllisch dorpje in de heuvels. Wij komen daar geregeld, vooral in de zomer. Zij prees ons wonderschone dochtertje en voegde daar met een angstige blik aan toe, dat zij hoopte dat haar niet het Boze Oog zou treffen. Ze spuugde drie keer voor zich uit, en voegde daar de formule aan toe dat het Boze Oog moest worden afgewend (Să nu fie de deochi).

Het Boze Oog komt vast wel in meer culturen voor, maar typisch Roemeens is misschien wel dat zelfs als je met de beste bedoelingen een compliment maakt en de persoon in kwestie daarbij aankijkt, hij of zij getroffen kan worden.

Wordt dus uw kind op het platteland driemaal bespuugt, bedenk dan dat het voor diens eigen bestwil is. Overkomt u dit in de stad, dan heeft u waarschijnlijk op iemands plekje geparkeerd.

Voedselhulp

Bij oma op het dorp hebben de meesten het niet breed. Veel ouderen moeten rondkomen van een pensioen van 100 Euro per maand, en ook in Roemenië koop je daar niet veel voor. Vandaar dat oma en tante Stelutza (een inwonende oudtante) in praktische en financiële zin moeten worden bijgestaan.

Een onverwachte weldoener hierin is de Roemeense regering. Het kan zijn dat het met de verkiezingstijd te maken heeft – zou het? – maar van hogerhand was blijkbaar tot Voedselhulp besloten.

Hoe weet ik dat? Tante Stelutza zat ineens met vijftien kilo meel Regeringsmeelopgescheept en wij kregen ook een pak.

Er staat onder andere op te lezen: Gemeenschaps-voedselhulp, niet voor de verkoop. En daaronder: Hulp van de Europese Unie.

Nou zijn ze in het dorp wel arm, maar hongersnood heerst er niet.  Zeker nu niet meer…

Mocht u zich afvragen waar uw belastingcentjes blijven: daar gaan wij morgen cake van bakken!

Berichtnavigatie