Dictatoriaal dobberen

Laatst was de door iedereen uitgekotste Europariamentariër Adrian Severin (smeergeld) weer eens in het nieuws. Voortgang in zijn rechtszaak? Bekentenis? Eindelijk uit het EP gestapt? Think again! Hij was in het nieuws omdat hij bij een symposium een praatje hield over… corruptie in Roemenië. Nou zult u denken, dat is de juiste man want zo’n ervaringsdeskundige kan als geen ander vertellen over zijn malafide praktijken. Zo niet vertegenwoordigers van anticorruptieclub România Curată, die eerst Severin tijdens zijn praatje begonnen te jennen over aftreden en vervolgens heilig verontwaardigd waren dat ze door zijn supporters de zaal werden uitgebonjourd.

Maar dat terzijde: Ik ging lekker zwemmen dus die Severin kan de pot op.

Ons wijkzwembad heeft bij de ingang een hoge trap en om bij het eigenlijke bad te komen moet je weer een steile trap naar beneden. Dus al had ik doktersadvies om te zwemmen, ik moest uitwijken met mijn krukken.

Nicolae Ceausescu

Op aanraden van een kennis heb ik me geabonneerd bij Club Floreasca. Dit is een prachtig aan een meer gelegen fitness-/zwemclub met restaurant, in de rijke stinkerdsbuurt Dorobanți-Beller.

Ik las ergens dat het complex nog steeds eigendom is van de RAAPPS, een soort van Rijksgebouwendienst van Roemenië. Vast staat in ieder geval dat tot eind ’89 de belangrijkste klandizie werd gevormd door de Eik van de Karpaten en aanhang. Het restaurant schijnt erg treurig te zijn en de bediening van het puur communistische soort, maar Ceaușescu schijnt hier zijn laatste Oud&Nieuw te hebben gevierd, volgens deze Moldavische krant.

Het zwembad, waar ik mij nu drie keer per week op therapeutische basis in wentel, is geheel in oude stijl bewaard gebleven met de typische elementen die de periode zo karakteristiek maken: somber hout, beton en twee of drie geometrische basisvormen.

Vanuit het zwembad kijk je uit op een dennenbosje en het Floreasca-meer. De zwemmers zijn voornamelijk rustige, oudere mensen die hun dictator hebben overleefd.

En omdat alles zo authentiek bewaard is gebleven (lees: geen flikker aan onderhoud uitgevoerd in 20 jaar) denk ik bij ieder haakje waar ik iets ophang, bij iedere tegel en bij iedere ligstoel: zou ‘oompje Nicu’ ook dit haakje, deze tegel of die ligstoel hebben gebruikt? Zou de Eerste Zoon des Vaderlands hier op zijn spillebeentjes en in badslippers wat executies hebben bevolen? Zouden hier Marx en Engels galmend zijn geciteerd?

Ik voelde me ook een soort ramptoerist, die zich komt vergapen aan het leed dat een land is aangedaan. Maar toen ik geen Roemeen zag protesteren heb ik gewoon lekker gezwommen in de geschiedenis.

Uitgeperst

Afgelopen zomer heb ik via-via een redacteur van een krant leren kennen. Die krant was toen net overgestapt van een papieren bestaan naar een uitsluitend online uitgave. Het leek hem wel leuk om eens een Nederlander in de krant te hebben, en hij stuurde een journaliste op me af. Aan haar heb ik verteld waarom ik in Roemenië woon, wat er leuk aan is en wat niet, kortom: the works. Vervolgens hoorde ik er niets meer van, wat mij niet bevreemdde want zo gaan die dingen nu eenmaal.

Tot ik twee weken geleden werd gebeld door die journaliste. De redactie van de krant, met de mooie naam De Gedachte (Gândul), had besloten een serie te starten over buitenlanders in Roemenië met de titel ‘Waarom ik van Roemenië houd’. Men had zich mijn interview herinnerd, dat opgegraven, en er moest nu alleen nog een filmpje bij voor het multimedia-effect. Internetkrant, nietwaar?

Dus daar zat ik in de huiskamer met mijn gestreelde ijdelheid, keurig voor de camera te herhalen wat ik met de mevrouw besproken had. Net als van de zomer toen ik op de staatstelevee mocht. Ik hoefde gelukkig niet weer te lopen, dat ziet er op krukken altijd zo zielig uit. Enfin, twee dagen later zag ik mijn eigen moeilijk kijkende hoofd als hoofdartikel (no pun intended) op de site van Gândul. Voor de liefhebber: hiero. Ik zag aan de teller dat het een kleine 20.000 keer is bekeken (zoveel views haal ik met dit blog in geen honderd jaar). En wat vonden de mensen er nou van?

Niet veel goeds, aan de reacties onder het artikel te zien. Sommigen vermoedden dat ik werd betaald door het ministerie van Toerisme om iets leuks over Roemenië te zeggen. Anderen dachten dat mijn vrouw wel een sloerie zou zijn die een argeloze buitenlander naar hier had gelokt. En weer anderen hielden het erop dat ik in Nederland een mislukkeling was geweest en daarom maar in Roemenië mijn geluk was gaan beproeven.

Het zal iedereen wel overkomen die nietsvermoedend zijn verhaal vertelt in de media. Gelukkig ken ik die commentatoren niet en vonden de mensen die ik wel ken het artikel erg leuk. Ik prees in het interview dan ook de snelle ontwikkelingen op het gebied van welvaart en openbare voorzieningen, de mooie parken in de stad en de gastvrijheid en sociale voelhorens van de meeste Roemenen. En dat meen ik ook echt.

Een ding viel me wel op aan de commentaren. Ik werd bevestigd in mijn theorie dat Roemenen in staat zijn om overal een samenzwering achter te zien. Wat voor de redacteur, journalist en betrokkene in de vorm van mijn persoontje gewoon een aardig idee leek en wat human interest voor de herfst, lijkt voor de Roemeense krantencommentator een complot waarin ik tegen betaling de kliek van minister Udrea aan reclame help.

Als ik over dit merkwaardig sterk ontwikkelde talent begin, zeggen vrienden hier altijd dat het door het communisme komt. Dat kan best. Ik zie een gat in de markt: voor een geslaagd sf-scenario hoef je niet verder meer te zoeken dan de man in de Roemeense straat. Aluhoedjes aller landen, verenigt u.

Een lekker lage staatsschuld

Sommige infographics zijn gewoon statistiekporno. Deze bijvoorbeeld http://www.nrc.nl/interactieve-kaart-economische-crisis-in-de-eu/ is een lust voor het oog en je ziet meteen dat Roemenië er heus niet het slechtst voorstaat in de EU. Afgezien van het feit dat we het armste EU-land zijn.

Af en toe lees ik in de Roemeense pers tevreden teksten als: ‘Wij werden altijd als de economische onderknuppels van Europa beschouwd, maar kijk die Grieken en Spanjaarden nou eens nat gaan terwijl wij op tijd hebben bezuinigd’. Roemenen zijn in collectief absoluut niet borstklopperig, dus een dergelijk bericht wil wat zeggen.

Toch is het aardig om de Roemeense stand van zaken eens te annoteren. Eerst die staatsschuld, want dat is in Roemenië een gewichtige kwestie. Onder dictator Ceaușescu heeft het land jaren kromgelegen omdat het regime per se autarkisch wilde zijn en geen buitenlandse verplichtingen hebben. Jarenlang werd de export kunstmatig hoog gehouden en de import heel laag, er werd honger geleden maar toen de revolutie uitbrak was de buitenlandse schuld nul. En die is dus in de 22 jaar sinds de revolutie gestegen tot 30% van het BNP, weinig in vergelijking met vele landen (voor Nederland is het percentage 62,7) maar je begrijpt dat de gemiddelde Roemeen er niet blij mee is. Die heeft jarenlang gebrek geleden en ziet nu politici al dat geld verpatsen.

De Roemeense werkloosheid lag in 2010 op 7,3 en dat is maar 0,5 procentpunt hoger dan in 2001. Vergeleken met de meer dan 20% Spanjaarden zonder werk is dit een prima prestatie. Helaas zijn de Roemeense statistieken niet een goede afspiegeling van de werkelijkheid (over de Spaanse weet ik het niet). Het overheidsapparaat (belastingdienst, arbeidsinspectie, gemeentelijke diensten en vele andere) is erg zwak in Roemenië en veel mensen werken helemaal of voor een groot deel zwart. Die komen dus niet voor in de officiële statistieken.

Tot slot het begrotingstekort. Ook dat is een Europese middenmoter maar dat is niet aan de Roemeense regering te danken. Toen het goed ging (grofweg 2004-2008) vond de regering het leuk om geheel procyclisch met geld te smijten, maar bij het aanbreken van de crisis moest snel het IMF worden gebeld om een gierend uit de klauwen lopende begroting te fatsoeneren. De vertegenwoordiger van die club, de heer Jeffrey Franks, is in Roemenië sinds 2009 bijna wekelijks in het nieuws en fungeert als boeman of redder van het vaderland, afhankelijk van de waan van de dag. Enfin, de regering moest van het IMF toen flink bezuinigen en heeft de ambtenarensalarissen met 25% gekort. De btw is verhoogd naar 24% toen het constitutioneel hof het belasten van de pensioenen verbood.

De Roemeense regering was (en is) helaas niet in staat tot het nemen van meer specifieke maatregelen. Voor fiscale finetuning, een hogere fiscale discipline of gericht stimuleringsbeleid is de overheid veel te zwak. De paardemiddelen van het IMF hebben, samen met het alom geprezen bestuur van de nationale bank, de rust in de Roemeense economie gehouden. Als in de rest van Europa straks de groei weer begint zal Roemenië daar een jaar achteraan hobbelen, maar ome Jeffrey heeft het land behoed voor Griekse toestanden.

Constanța

Zo’n gedwongen vakantie heeft ook wel wat. Nu ik voor mijn zuurstoftherapie een paar weken in Constanța moet blijven – hier staat de enige Roemeense kliniek die zo’n apparaat heeft – heb ik de tijd om een hoop achterstallig leeswerk te doen en gelukkig kan ik een deel van de dag ook nog werken. Bovendien helpt positief denken naar het schijnt enorm bij het herstel, dus van mijn kant geen klachten.

Volgens deze site is Constanța de vijfde stad van Roemenië met ruim 300.000 inwoners in 2010. Het is de hoofdstad van de gelijknamige provincie en ook de belangrijkste stad in het kustgebied van het land, de regio Dobrogea (Dobroedzja). De Engelse wikipediapagina kan u een inleiding in Constanțakunde bieden.

Speciale vermelding krijgt de burgemeester, de heer Radu Mazăre. Deze dandy (dat woord heb ik altijd eensRadu Mazare a defilat pe podium la Festivalul de Modă de la Mamaia (video) willen gebruiken) loopt over van ambities en radicale zienswijzen, ondanks of misschien dankzij de bescheidenheid van zijn achternaam (mazăre betekent doperwt). Zo verscheen hij als militair verkleed bij een congres van zijn partij (de PSD) om te laten zien hoe ernstig hij de strijd met de regeringspartij neemt.

Overigens was dat niet de eerste verkleedpartij: hij heeft ook al eens in Wehrmachtuniform bij een modeshow opgetreden. Overigens wordt zijn bestuur van de stad door de inwoners die ik sprak als overwegend positief beschouwd, op basis van het verbeteren van de openbare groenvoorziening en de infrastructuur. Nederland doet vanwege de haven veel zaken in Constanța, dus misschien komt meneer Mazăre nog weleens op de vaderlandse kijkbuis ook.

Het centrum van de stad (momenteel is mijn actieradius extreem beperkt, maar ik ben hier al eerder geweest) is afhankelijk van de glas-halfvol- of glas-halfleeg-redenering een heerlijk rommelig en romantisch boom- een zeeluchtrijk bedoeninkje of een verkrotte zooi inferieur beton en gipswerk waar straathonden en bedelzigeuners de dienst uitmaken. Ik vind het hier heerlijk 🙂

Vanuit mijn kamer in hotel Guci (geen spelfout, de eigenaars zijn zogenaamde Aroemenen en heten gewoon zo) heb ik uitzicht op zee (tussen een lelijke flat en een lelijk kantoorgebouw kan je de schepen voor anker zien liggen). Gelukkig staat de kliniek hier en niet in Copșa Mică.

Bloembollenoorlog

Slijp de zwaarden en haal de maliënkolders uit het vet! Kans op een eerste Roemeens-Nederlandse oorlog!

De eerste grensincidenten hebben al plaatsgevonden: vijftien vaderlandse vrachtwagens met bloemproducten zijn aan de Roemeense grens tegengehouden. De Roemeense president heeft op de televee enig verband met ‘Schengen’ ontkend, om vervolgens doodleuk aan te kondigen dat na de bloembollen zeer streng gecontroleerd gaat worden op melkproducten.

Nu blijkt dat Nederland (grootste buitenlandse investeerder in Roemenië) halsstarrig weigert voor toetreding van Roemenie en Bulgarije te stemmen is in Roemenië gekrakeel losgebarsten. In de Nederlandse pers heb ik daar hoegenaamd niets over gelezen (behalve in De Telegraaf, maar die lees ik niet), dus het is tijd voor duiding.

In het toetredingsverdrag van Roemenië (EU-lid sinds 2007) staat een aantal voorwaarden voor toetreding tot het Schengengebied, bekend van het douaneloze reizen. Zelf vind ik de douane altijd wel leuk en spannend, maar daar wordt in brede kring blijkbaar anders over gedacht. Zo komt het dus dat Roemenië na ettelijke controles en bezoeken van onder andere Europarlementariërs, en praktische ondersteuning van onder andere Nederland en Duitsland voldoet aan al die voorwaarden uit dat verdrag. En dat zijn technische voorwaarden: je moet goede spullen en goede procedures hebben, daar komt het op neer.

Roemenië heeft nu dus een state of the art-grensbewaking waar andere EU-landen een puntje aan kunnen zuigen. Dat wordt door niemand bestreden. Punt is alleen dat Roemenië ook een probleem heeft met corruptie en niet in de laatste plaats onder douanebeambten. Dit jaar alleen al zijn er in Roemenië meer dan 150 douaniers en grenspolitieagenten opgepakt wegens verdenking van corruptie.

Ook die corruptie wordt door niemand ontkend. Waarom denkt Roemenië dan toch aanspraak te maken op lidmaatschap van het Schengengebied? Omdat corruptie een ander verhaal is. Corruptie staat namelijk nergens in de voorwaarden. En om nu tijdens het spel de regels te veranderen druist volgens de Roemenen in tegen de in Europa zo bejubelde rechtmatigheid.

Daar hebben de Roemenen overigens helemaal gelijk in. Toch kan het zijn, dat het probleem van het aan de kant zetten van beginselen wegens nóg grotere problemen voor lief moet worden genomen. Stel, een ondernemer spreekt met een producent af dat hij alleen diens tomaten koopt als ze er mooi rood uitzien. Als bij levering blijkt dat de kleur weliswaar in orde is maar dat een deel van de partij gifstoffen bevat, zal de ondernemer de koop toch weigeren. Het is toch op z’n minst raar om een zeer relevant en zelfs bepalend probleem voor de toepassing van een bepaald beleid buiten beschouwing te laten, alleen omdat het bij het opstellen van dat beleid geen aandacht had gekregen.

Overigens had het probleem voorkomen kunnen worden als men destijds de juiste voorwaarden had gesteld. Was voor alle partijen goed geweest. Maar ik vermoed dat men bij het opstellen van de toetredingsvoorwaarden de politieke vingers niet wilde branden aan criteria over al of niet toelaatbare niveaus van corruptie.

Wat is trouwens het probleem met die corruptie? Het schrikbeeld van een tsunami van Roemenen is irrelevant. Immers, Roemenen mogen dankzij hun EU-burgerschap nu al door de hele EU reizen (alleen niet overal werken). Een identiteitskaart is voldoende. Het probleem ligt erin dat Roemenië na toetreding tot het Schengengebied een fiks deel van de EU-buitengrenzen zal beheren. Als Oekraïense sigarettensmokkelaars of Kazachse mensenhandelaars zomaar de EU binnen kunnen komen door de Roemeense douane wat centjes toe te stoppen, zijn de rapen gaar. Overigens geldt dit in nog sterkere mate voor de Bulgaren, die aan de poort zitten van de zogenaamde ‘Turkijeroute’ voor immigranten uit Afrika. Daarom wordt Griekenland momenteel in ruime mate wordt bijgestaan door het EU-douanegezelschap Frontex.

De oplossing, vraagt u? Die leveren wij graag. Aangezien de pijn hem zit bij de personele kant van de grensbewaking in Roemenië, kan Roemenië het beste voor een aantal jaar de operationele leiding over de grensposten aan de jongens van Frontex overdoen. Die zijn vast ook niet totaal onomkoopbaar, maar geven de Europese onderbuik een veel beter gevoel. Tegelijkertijd kan er met Europees geld dat de Roemenen toch al krijgen maar niet uitgeven eindelijk eens het justitie-apparaat op de schop gaan. Als men in de Europese Raad deze twee extra voorwaarden kan afspreken (Frontex aan de grens en justitie op de schop) dan kan iedereen weer rustig gaan slapen en heeft de Roemeen in de straat meer winst dan met de huidige overeenkomst. De enige verliezers zijn dan de corrupte grensbewakers.

Boren in dood bot

Sinds het voorjaar heb ik al last van een heup en dat is een mooie gelegenheid om een duik te nemen in de wereld van de Roemeense orthopedie. Dat gaat over twee sporen – de staatszorg en de privézorg, die ook nogal eens door elkaar lopen in personele unies.

Via Ana’s werk zijn we geabonneerd op de dienstverlening van de firma Medicover, waar je voor allerlei zaken terecht kan: zwangere vrouwen kunnen begeleiding krijgen van een gynaecoloog, er zijn allerhande medisch specialisten voor consultatie beschikbaar, je kunt je bloed op de meest waanzinnige afwijkingen laten testen en er is ook een revalidatie-afdeling met gymnastiekzaal. Tot verdriet van de klanten beschikt dit bedrijf, in tegenstelling tot de concurrenten Medlife, Sanador en Regina Maria niet over een eigen ziekenhuis, zodat voor (poli-)klinische zorg toch altijd naar de staatsziekenhuizen moet worden doorverwezen. De kosten zijn bescheiden: voor een maandabonnement van 50 euro is bijvoorbeeld consult bij een specialist of een MRI-scan gratis en daar heb ik nu al drie keer van mogen profiteren.

Hoewel Roemenië natuurlijk geen rijk land is en natuurlijk ook last heeft van de crisis blijven de private zorgaanbieders maar investeren. Ik vermoed dat dat komt omdat a) mensen om beter te worden graag in de buidel tasten, b) de staatszorg een slecht imago heeft en c) het kostenargument een eenvoudig tegenargument heeft, namelijk dat je bij de commerciële dokter geen smeergeld hoeft te betalen.

Smeergeld kan bij een operatie oplopen tot honderden euro’s omdat ieder zijn deel moet krijgen – de chirurg, de anesthesist en ook de verpleegkundigen. Uit goedingelichte bron weet ik dat de meeste artsen heus wel hun best doen als ze geen smeergeld krijgen. Dat smeergeld betalen is dus vooral preventief: beter het zekere voor het onzekere nemen en de portemonnee trekken, voor het geval dat je een arts treft die je zonder geld minder goed behandelt.

Zo kwam ik dus via de Medicover-huisarts bij de Medicover-orthopeed. Deze orthopeed is ook in het academisch ziekenhuis van Boekarest werkzaam als hoogleraar en een dergelijke dubbelrol hadden ook de andere orthopeden die ik sprak. Enfin. Orthopeed 1 vond op basis van het consult dat ik artritis had, en stuurde mij zonder verder onderzoek naar de revalidatie-arts voor oefeningen. De revalidatie-arts vond dat ik toch maar een MRI-scan en een röntgenfoto moest laten maken ter hoogte van de onderrug/het bekken. Daar was niets op te zien. Vervolgens liet hij me een MRI-scan maken van de heup en ja hoor, een vlekje.

Doorgestuurd naar de orthopeed hoorde ik dat het ging om heupkopnecrose. Ondertussen had ik onze peetvader (iedere Roemeen krijgt bij zijn doop peetouders en bij zijn trouwen weer andere peetouders) eens gebeld. Hij is chirurg en belde meteen een vriend van hem die orthopeed was. Ik moest daar gewoon maar langs gaan bij het Floreasca-staatsziekenhuis waar die werkte. Zo heb ik tussen een bonte verzameling patiënten, familieleden en groepjes zigeuners die per se de bewaker wilden ompraten om de intensive care te bezoeken, een tijdje in de orthopediegang gestaan totdat de beste man toevallig langskwam. Die vriend stelde dezelfde diagnose.

Ondertussen was het nieuws bekend geworden en omdat Roemenen erg behulpzaam zijn kregen wij van alle kanten artsen aangeraden. Ik ben dus ook nog naar een derde orthopeed geweest (ook werkzaam bij zowel het publieke stelsel als in de private zorg), die vond dat het niet zeker was en dat het ook iets minder ergs kon wezen.

Aangezien in Roemenië persoonlijke relaties veel belangrijker zijn dan formele relaties hebben veel mensen een band met een bepaalde arts en bellen die gewoon op de mobiel als ze zorg of advies nodig hebben. Daar hoeven ze dan geen goede vrienden voor te zijn, zo werkt het met veel patiënten. Ik heb voor een second opinion ook twee Nederlandse zorginstellingen benaderd, maar tevergeefs. In Nederland gaat het via het officiële systeem, in Roemenië kan dat ook maar is het persoonlijke systeem beter.

Het persoonlijke systeem is zelfs zo goed, dat ik nu zit met anderhalve diagnose, drie vriendelijke en voor zover ik weet betrouwbare artsen verdeeld over vier ziekenhuizen en twee behandelrichtingen. Een keuzeprobleem dus en daar mag ik eigenlijk niet over klagen.

Ik moet sowieso een flink aantal weken op krukken lopen om de heup niet te belasten, en afhankelijk van welke arts wint beginnen met ‘terapie hiperbara‘ of met een perfusiemiddel voor de bloedvatvormingstimulering plus wellicht een kleine operatie, waarbij een ventilatiegaatje in de heupkop wordt geboord. Mocht het helemaal mis gaan dan krijg ik alsnog een fijne heupprothese en mag ik op het vliegveld altijd gaan uitleggen waarom de poortjes bij mij gaan piepen.

U hoort nog van ons!

Ferkansie: zoutjes

Al toen de Daciërs onder Burebista en Decebalus gehakt maakten van de Romeinen onder Traianus werd de soep al niet zo heet gegeten dan dat de pap met het zout werd opgediend na de maaltijd, samen met de mosterd.

Excuseer, buikgriepje – daar komen wanordelijke stukjes van. Ik ging vandaag een bloemetje kopen want dat helpt. Ik kom aan bij het bloemenstalletje: dicht. Net wil ik verder lopen, zie ik in de verte door het gebladerte van het aanpalende parkje een volbloed zigeuner (Rom) aan komen stormen. ‘Wilt u bloemen?’ Ik zeg, ik dacht dat het dicht was. ‘Dat komt, ik heb airconditioning’ meldt vol trots de zigeuner (Rom) en loodst mij naar binnen. Inderdaad, binnen was het een ijskast. Een ijskast met bloemetjes uit Nederland. Ik wijs resoluut op een bos met een paars papiertje en na een Nederlands tarief te hebben betaald vindt de verkoper het blijkbaar te gemakkelijk gaan. ‘Wilt u misschien nog een bos?’ Ik geef toe dat ik maar 1 vrouw heb. Na enig nadenken: ‘En een minnares, hebt u die niet?’

Maar dat terzijde. Ik heb laatst na bijna drie jaar Roemenië in een week niet met 1 maar zelfs met 2 zigeuners (Romi) gesproken. In de zin van dat er meerdere zinnen gewisseld werden. Het gebeurde allemaal in de plaats Slanic – Prahova, waar een sinds 1970 verlaten zoutmijn een gezondheidstoeristische attractie vormt, samen met het naburige moddermeer. Volgens Roemenen is het ongezond om een raampje open te zetten, maar lekker in de modder rollen of zoutsnuiven dat kan alleen maar heilzaam zijn volgens ’s lands wijs.

Salina Slanic PrahovaOverigens is die zoutmijn wel een bezienswaardigheid, in voor- of naseizoen een tripje waard. Foto hiernaast: het lijkt een ondergrondse stad, een science fiction atoomkelder. Of het zout neefje Albert van de poliepjes heeft afgeholpen is de vraag, maar de toeristische waarde is onmiskenbaar en ’s zomers staan er dan ook lange rijen.

Toerisme in Roemenië is vooral voor Roemenen. Buitenlanders worden denk ik afgeschrikt door gebrek aan voorzieningen en slechte wegen. Maar omdat er in Slanic altijd veel mensen komen is er ook veel Zimmer Frei (cazare in het Roemeens). Wij hadden kamers gereserveerd in villa Helga, deze na enig rondvragen ook gevonden en uitstappende werden wij het kaalgeschoren hoofd van een boos kijkende zigeuner (Rom) gewaar, van wie wij hoopten dat hij niet in de kamer naast ons logeerde.

Gelukkig werden we ontvangen door de beheerster, een zigeunerin (Rom), die heel vriendelijk en beleefd alles wees en ’s avonds vergezeld van haar heerlijk snotterige tweejarige mee kwam eten. Wij waren daar met neef Bogdan, diens vrouw en zoontje en deze neef is de gastvrijheid zelve. Zo kwam het dat ik nou eindelijk eens de gelegenheid kreeg om naar het verhaal van een zigeuner (Rom) te luisteren.

De volgende dag kwam er een nog een Boekarestse zigeunerin (Rom) logeren, als gast en moeder van een zoutmijnbehoeftig kind. Deze praatte honderduit, met name over eten, en Ana kon haar van goede tips voorzien over de marktwaar in ons deel van Boekarest.

Helaas zijn wij te hardwerkend voor echte ferkansie, dus na nog een dagje zwemparadijs (met ontzettend zout water, uiteraard) ging het weer huiswaarts. Zoutje, iemand?

Stage

Het Roemeense onderwijs staat bekend als niet praktijkgericht, zodat ik blij was met de tweewekelijkse snuffelstage in de zomer die bij de Rechtenfaculteit ieder studiejaar verplicht is. De meeste studiegenoten deden wat smalend over deze ministage, in de zin van: “Welke gek gaat die stage werkelijk doen? Ik ‘regel’ gewoon een papiertje bij een kennis.” Diezelfde studiegenoten  houden uiteraard niet op met klagen over het niveau van het onderwijs, onserieuze werkgevers, slecht betaalde banen en de kwalen van de maatschappij als geheel. Het fenomeen dat de papierboel er mooi uitziet maar toch de werkelijkheid niet weerspiegelt, is wijdverbreid. Mijn Duitse buurman heeft het altijd over een Roemeens gezegde (Fură frate, dar fă forma legală) dat ik eerlijk gezegd nog nooit van een Roemeen heb gehoord maar dat iets betekent als: Steel gerust de boel bij elkaar, als je de administratie maar op orde hebt. Met stempels natuurlijk.

Zelfs als je werkelijk een stage gaat doen, is dat vaak niet erg zinvol. Mijn schoonvader, die in zijn dertig jaar onderwijs geven vele leerlingen op stageplaatsen heeft geplaatst, vreesde dat ook mijn stage zich zou beperken tot het zetten van koffie en het kopiëren van stukken.

Die vrees bleek geheel ongegrond. Vanaf het eerste moment werd ik broederlijk in het team opgenomen (het litigation team van de firma David&Baias, gelieerd aan de lokale vestiging van PwC) waar ik op voorspraak van Peter de Ruiter mijn ministage mocht doen. Ik kreeg zware zaken voor mijn kiezen en zat van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat gebogen over de traktaten, wetboeken en vaktijdschriften. Correct juridisch Roemeens schrijven is voor mij sowieso al een hele uitdaging, maar de stagebegeleidster had bedacht dat ik qua inhoud wel wat cassatiezaken kon uitwerken, een materie die pas in het vierde jaar wordt gegeven. Erg leuk dus 🙂 en ik was blij om te zien dat er in Roemenië wel degelijk bedrijven zijn op hoog professioneel niveau.

Op 1 oktober begint het tweede jaar. Nog wat jaartjes doorbijten en dan ben ik waarschijnlijk de enige Nederlander met een rechtenstudie aan de universiteit van Boekarest 🙂 Laten we hopen dat gebrek aan vraag naar deze specifieke expertise niet de reden is voor die zeldzaamheid…

Dia-gnosis

Vanwege vrij milde maar toch aanhoudende klachten (pijn aan heup) ga ik al een tijdje rond in de medische mallemolen. De beroemdste Roemeense professoren diagnosticeren zich een ongeluk en ze zijn hier ook dol op technische hulpmiddelen. Zo ben ik al geröntgenfotografeerd, heb ik de nieuwste pillen en spuitjes gehad, een MRI van de knie gekregen en vanochtend stond er een MRI van het bekken op het programma.

Nou houd ik niet zo van MRI-scans, want het is een heel eng apparaat dat rare geluiden maakt, claustrofobietechnisch niet zo fijn is en vanwege de M in MRI een ongezonde aantrekkingskracht heeft op mijn stalen zenuwen. Aan de andere kant, ik wil graag weten wat me mankeert zodat er maatregelen genomen kunnen worden.

De firma die die scans uitvoert is gevestigd in het Obregia-ziekenhuis in het zuiden van de stad, aan soșeaua Berceni. Je stapt uit bij metro Piața Sudului (Plein van het Zuiden), waar een kluwen zigeunermevrouwen je ieder 1 soort groente wil verkopen. Dan verder langs wat roedels zwerfhonden, een kerkhof en je komt bij het ziekenhuis. Roemeense ziekenhuizen van voor het communisme, zoals deze, bestaan uit losse paviljoens. Erg leuk, je ziet constant patiënten en artsen heen en weer lopen over de voetpaden in het groen.

Obregia is een ziekenhuis voor krankzinnige gekken, aan wie een steekje los zit. De verwarde mannen in klassieke pyjama’s die op bankjes voor zich uit staarden hadden zó in de film gekund. Nog nazoemend van de futuristische housemuziek van de RMI-scanner begon ik me op de terugweg af te vragen of die mannen misschien gewoon wat te vaak waren ge-RMI’d.

Nee toch?

Tour de wat zegt u?

Het is dat ik nog wel eens op Nederlandse sites kijk, maar anders had ik echt niet geweten dat de Tour de France bezig is. In Roemenië kan je vanwege diverse omstandigheden (reliëf, gaten in de wegen, totaal ontbreken van fietspaden, moordlustige automobilisten etc.) slechts op zeer lokaal niveau een fietsje plegen.

Ik heb nog nooit gehoord van een Roemeense wielrenner en het lijkt wel of ook de 364 sportkanalen hier te lande begrijpen dat het grote publiek niet zo van het fietsen is. Komt goed uit, ik ben zelf ook niet zo’n fietser. De Tour de France was vroeger wel leuk om bij uit te kateren op zondagmiddag, maar daar houdt het positieve effect voor mij echt op.

In dit verband was het des te leuker om onlangs te lezen over de Roemeen die per fiets van plan is om alle landen ter wereld te bezoeken (zo gauw even niet op Engels internet terug te vinden).

Nou u er toch bent, even nog een ander wistudatje (want geen niveau is mij te hoog): In het Nederlands wordt de term ‘hoppa!’ gebruikt als iets gelukt is. In het Roemeens bestaat het ook, maar je schrijft het ‘hopa!’ en het wordt meestal juist gebruikt als er iets fout gaat. Bijvoorbeeld: Iemand struikelt en valt op z’n aangezicht. Willekeurige omstander: “Hopa!”

Tot zover de afdeling Boekarest – het woord is aan de penningmeester.