Haat-tv

Aangezien niemand er in Nederland over schrijft, moet ik nodig eens een stukje tikken over Greet Widlers en de PVV. Op een van mijn favoriete websites lees ik regelmatig over kamervragen die in beangstigend tempo maar gelukkig met humorvolle inhoud uit de PVV-fracties het land in worden geslingerd. Ik zou zeggen, wees blij dat die gasten niet een eigen tv-kanaal hebben.

In Roemenië namelijk (stiekem gaat het natuurlijk toch weer over Roemenië) heeft ene Voiculescu niet alleen de touwtjes in handen bij een marginaal politiek partijtje, maar ook bij een serie tv-stations waaronder een nieuwszender.

Nou is die Voiculescu nogal fout geweest tijdens het communisme. Daar heeft hij ook op handige wijze gebruik van gemaakt door met wat achterovergedrukt staatskapitaal een imperium te beginnen.

Als thuiswerker word je automatisch een soort nieuwsjunk. Zodoende volg ik naast een keur aan buitenlandse nieuws-tv die je hier kunt ontvangen ook de twee landelijke nieuwszenders: Realitatea tv en Voiculescu’s Antena 3. Uit dit artikel van vriend Vlad blijkt trouwens dat het niet om eendagsvliegen gaat: wat hij beschrijft over 2007 is in 2011 precies hetzelfde.

Enfin. Van de weeromstuit kijk ik dus regelmatig naar Antena 3, waar het nieuws behalve man-bijt-hond-verhalen en auto-ongelukken uitsluitend bestaat uit haatcampagnes richting de huidige regering en vooral president Băsescu.

Zoals het bij de PVV altijd over de islam gaat (duivenoverlast? komt door de moslims!) gaat het dus bij Antena 3 (niet te verwarren met het Spaanse Antena 3) altijd over Băsescu. Echt, die man kan geen scheet laten of er wordt door diverse Antena-deskundigen een satanistisch complot achter vermoed.

Het is natuurlijk geen nieuw fenomeen dat tv-tyconen met hun zenders politieke tegenstanders bestoken, zie Berlusconi. Antena-3 tilt het haten echter naar een hoger niveau. Laatst kwam een ex-journalist van de zender in het nieuws met onthullingen dat er door de directie inderdaad expliciet opdracht werd gegeven om bepaalde personen en bedrijven televisiegewijs aan te vallen – de publieke opinie reageerde met een achteloos: Dat is toch geen nieuws! Iedereen weet dat.

Collega-zender Realitatea, waar ook zo’n schurk in de poep roerde, is onlangs van eigenaar verwisseld – prompt is het haatgehalte daar sterk afgenomen. Bij gebrek aan inspiratie kunnen ze misschien een itempje doen over Neêrlands grappigste partij.

Berenhap op de oude grens

Reis je per auto van Buzău naar Brașov (en dan niet via Ploiești), dan kom je door de bergen via het koudste punt van Roemenië, in de provincie Covasna. Tot aan het bergstadje Nehoiu gaat er trouwens ook een trein, maar dan moet je geen haast hebben want die haalt hooguit 40. Uitzicht is overigens goud waard vanuit de trein vooral het stuk langs de rivier.

Ook uit de auto is er veel schoons te beschouwen, als je tenminste niet hoeft te sturen. Want de weg is, hoewel relatief zeer goed onderhouden, erg bochtig en er kan af en toe een rotsblok op liggen. Er kan ook een op je auto vallen maar dat schijnt zeldzaam te zijn. Bovendien: sturen helpt daar weinig tegen.

Na het passeren van een enorm en diepblauw stuwmeer kom je in een zeer dunbevolkt berggebied, waar tot 1918 de grens liep tussen Oostenrijk-Hongarije en de Verenigde Vorstendommen van Moldavië en Walachije. Even buiten het dorpje Siriu ligt de grenspost, tegenwoordig in gebruik door een van de onderwijsvakbonden voor schoolkampen.

Naast de oude grenspost stroomt een riviertje en aan de andere oever heeft mijn schoonvader van ze zuurverdiende centen een huisje gebouwd, een cabanăCabana Hartagu

Het huisje ligt in de kom van de weg, dus je kunt niet bekeken worden. Sowieso komen er maar weinig auto’s langs. Toch is de weg wel prettig, anders zou de verlatenheid wel heel groot zijn.

Het uitzicht is vooral irivier hartzagun de herfst heel mooi, als de bossen op de berghellingen een kleurentapijt vormen – wat zeg ik, een quilt! De hele dag hoor je het ruisen van het bergriviertje, Als je gaat pootjebaden heb je de hele rivier voor je alleen. Ik heb bij de rivier nog nooit iemand anders gezien.

Er vertrekken van deze plek allerlei bergwandelroutes, en ook het bergmeer Lacul Vulturilor (Adelaarsmeer) ligt vlakbij. Alles ruig en wild: je kunt zelf je visjes vangen maar de kans bestaat dat je die dan weer moet afstaan aan een passerende beer of langswippende roofvogel.

Een beetje avontuurlijk moet je wel wezen: geen telefoon, geen internet, geen stromend water, geen elektriciteit en geen riolering. Het water haal je uit een bergbron even verderop, de wc is een hokje in de tuin en als je stroom wilt is er een generator. Heerlijk, tenminste voor een paar dagen is het fantastisch.

U wilde nog wat weten over het uitzicht?

uitzicht hartzagu

Volgend tv-seizoen komt Bear Grylls hier zijn eigen broek opeten. Inlichtingen bij de receptie.

Oranje paleisjes

De heer Anghel is een bekende Roemeense onderwereldfiguur. Iedereen kent hem als Bercea Mondial en wij dus ook. Bercea is gewoon een naam en mondial betekent (maar dat had u al bedacht): wereldwijd. Zijn zonen hebben ook bijnamen, die worden bijvoorbeeld Mercedes of Ambassadeur genoemd.

Een bijnaam die hijzelf vindt passen, want het staat met grote letters op zijn zigeunerpaleisje (zie hoofdverblijf van meneer onder dit bericht. Op de torentjes vooraan kunt u de woorden zien staan). En dit is niet het enige onderkomen: Volgens het onvolprezen boulevardblad Click! heeft meneer wel vijftig panden onder zijn hoede, al of niet op naam van een familielid. Op zich is dat allemaal natuurlijk niet verboden, hoewel Roemenen van goede smaak moord en brand schreeuwen om de barokke torentjes van blik en de oogkankerkleuren.

Meneer Mondial – een eerlijk zakenman zoals Bul Super zou zeggen – was laatst in het nieuws omdat hij een neefje van hem zou hebben neergestoken onder onduidelijke omstandigheden. Zoals verwacht beweerde de hele familie, inclusief het slachtoffer, eerst bij hoog en bij laag het ene, en vervolgens bij datzelfde hoog en laag het compleet tegenovergestelde. “Ik heb dat wel gezegd, maar ik was niet helemaal helder. Nee, de minderjarige zoon heeft gestoken!” De officier van justitie moet wel een beetje huilen van dit soort gevallen, want het is lastig ooggetuigen vinden op zo’n manier.

Tegen de familie Mondial lopen 120 strafdossiers, maar hij is nog nooit ergens voor veroordeeld. De verhouding met de Roemeense overheid is sowieso interessant: Mondial heeft de broer van president Băsescu overgehaald zijn zoon te dopen en dus godfather te worden, verscheidene andere politici en rechters zijn naar verluid met hem geaffilieerd en hij schijnt de rijkste man in de provincie Olt te zijn.

De tientallen paleisjes en winkels die meneer Mondial heeft laten neerzetten respecteren geen van alle de bepalingen van de bouwvergunning. De vele boetes en rechtszaken waar de gemeente Slatina mee strijdt zijn echter wegens vormfouten zonder resultaat gebleven. Vormfouten heb je in Roemenië (onduidelijke wetgeving + incompetetente overheid) onder iedere tegel.

Het allermooiste: Tijdens de steekpartijrechtszitting bleek dat meneer Mondial niet kan lezen of schrijven. Snelle journalisten zochten vervolgens uit dat hij wel degelijk een rijbewijs heeft. Rara! Moet je daarvoor dan geen theorie-examen afleggen? Zeker. Moet je daarvoor de vragen dan niet kunnen lezen? Jawel. Het is dus onmogelijk dat hij op legale wijze een rijbewijs heeft kunnen krijgen. Misdrijf verjaard natuurlijk, want rijbewijs sinds 1992. Maar kan hem dat rijbewijs niet afgenomen worden? Misschien wel, maar iedere relevante overheidsorganisatie vindt dat een ander dat moet gaan regelen. Wie bindt de kat de bel aan, zullen we maar zeggen.

Uitsmijter van Bercea: “Ik weet nog wel dat ik iemand heb omgekocht voor dat rijbewijs. Ik ben alleen vergeten wie!”

http://www.pressalert.ro/wp-content/uploads/2011/02/casa-Bercea-Mondial-2-p.jpg

De Mammonlex

Mijn schoonvader is naast docent op de PABO een echte avonturier. Toen in 1990 de Roemeense grenzen opengingen en men voor de lol naar het buitenland kon, was hij niet meer te houden hoewel herstellende van een zware rugoperatie.

Zo doorkruiste hij de toen nog niet voormalige Sovjetunie en bereikte Tadzjikistan, waar hij met een vriend een tijd door het Pamir-gebergte heeft gereisd. Op de terugweg en al in het Europese deel van Rusland gingen ze op souvenirjacht, voordat het laatste gedeelte terug per spoor naar Roemenië werd aangevangen. In die tijd, vertelt mijn schoonvader, had je in Rusland een hoop producten die in Roemenië nog niet te krijgen waren, want het was dood tij tussen communisme en kapitalisme.

Zo kon je met wat handigheid een televisie bemachtigen en dat ging zo. De twee reizigers wandelden een televisiewinkel binnen, waar de verkoper bij alle modellen maar één commentaar had: ‘Nerabotajet’ (hij doet het niet). Pas na het tonen van een besmuikte glimlach en een hoeveelheid roebels kon je achter de zaak een tv regelen.

Mijn schoonvader mocht vanwege die rugoperatie niet tillen, dus die vriend heeft het gewicht van een kleine auto op zijn rug naar huis gesleept. Overigens kan je van die dingen zeggen wat je wil (bijvoorbeeld: groot, zwaar en antidesign) maar ze functioneren onder alle omstandigheden. De televee in kwestie staat nog steeds bij oma op het dorp in het bijhuisje.

Naast een tv-bakbeest hadden ze ook een reistv op de kop getikt, merk Elektronika, met een heel klein schermpje en een knoert van een antenne. En natuurlijk de Mammonlex.

De Mammonlex is de Russische variant van een blender. Hij blendt alles en scheidt netjes pulp en sap in verschillende bakjes. Ons exemplaar is nu dus een jaar of twintig oud. Ana, die altijd aan de vitamientjes denkt, houdt er hier in Boekarest nog steeds de hele familie mee gezond. Het ding afwassen is wel een behoorlijke tijdsinvestering (ja, ik kan dat weten) en het blenden zelf geeft het geluid van een opstijgende houtversnipperaar. Overigens denk ik dat hij ook ongeveer zo krachtig is – als de tv erin paste zou de Mammonlex er keurig sap van maken.

Het eind van Boekarest

Na het tentamen vanochtend – je hebt hier alleen maar veel te moeilijke en belachelijk makkelijke tentamens lijkt het – had ik besloten om de rest van de dag niet te studeren.

De auto moest naar de APK (dat heet in Roemenië ITP – Inspectia Tehnica Periodica) en ik had gister voor een lieve duit al nieuwe remschijven laten monteren, dus dat was een mooi zaterdagklusje. Nou had Ana gehoord dat je alleen met een goed opgewarmde motor naar de ITP moet gaan, dus ik eerst een eindje rondrijden in de stad. Kom ik in de file met winkelpubliek uit de provincie terecht. Toen ik bij het keuringsstation aankwam, gingen ze al bijna dicht; een helaasje.

Dan maar een wandeling maken. Ik ken onze buurt nu vrij goed, maar er is een bochtig zijstraatje achter ons geometrisch perfecte flatwijkje dat ik moest verkennen. Dat straatje bleek te leiden naar een na de revolutie onstaan villawijkje, met betonnerige villa’s in het groen. Erg leuk contrast met het oudere deel van de buurt, vooral omdat de huizen tussen de bomen stonden, er overal sneeuw lag en de weg onverhard was.

Via dit achterlangsje kwam ik opeens uit bij de Billa – een soort hele grote Aldi – achter het kerkhof Dudesti. Daar begint een wijkje flats van tien hoog, ingeklemd tussen drie verkeersaders, waar de mensen mistroostig door de sneeuwblubber waden. Toen dacht ik: veel stedelijk schoon is hier niet te vinden, ik ga eens kijken waar de stad ophoudt. Gelukkig wonen we aan de oostrand van de stad, dus ik hoef daar geen uren voor te lopen.

Vanaf de Billa ging het oostwaarts, via google kunt u meekijken, almaar oostwaarts, langs steeds treuriger flats aan de overkant van de boulevard ‘1 december’ (dag van de eenwording – nationalefeestdagtechnisch gezien vrij fris), waar tot mijn verbazing dan weer wel een flink aantal flats was opgeknapt via het landelijke piepschuimisolatieprogramma.

Na honderd meter werden de flats langzamerhand steeds frequenter afgewisseld met rijtjeshuizen, waarvan er een paar zó in Nederland hadden kunnen staan. Qua vorm. Als ze tenminste niet uit oranje met geel geschilderd beton waren opgetrokken. Rijtjeshuizen gingen over in villa’s: de een in rococo, de ander in een soort abstract expressionisme en de derde een blokkendoos alsof de geest van Ceausescu erin was gevaren. En in de verte was het al zichtbaar: het Eind van de stad.

Het eind is natuurlijk nooit een echt eind. Her en der staan fabrieken, een enkel huis is als voorpost buiten de stadsgrens opgetrokken. Maar toch: een duidelijke grens. Er is daar aan de oostkant van de stad een Laatste Straat, en daar heb ik gelopen. Hij liep trouwens dood, dus ik moest al snel weer terug. Maar het eind van de stad heb ik gezien vandaag.

De terugweg was heel wat minder aangenaam. Zo’n honderd meter voor het bereiken van de eerste flatrij kwam ik langs een troep wilde honden, die langs de schutting van een leeg perceel kampeerden. Wilde honden zijn nogal in het nieuws omdat er laatst weer iemand is doodgebeten. De discussie over afmaken of opsluiten is meteen weer opgeflakkerd, maar die schijnt al tien jaar te duren. Hoe dan ook, twee honden kwamen blaffend op me af. Er zijn heel veel loslopende honden in de stad dus ik was eerst niet erg bezorgd. Ik liep rustig door, maar toen ze achter me aan bleven komen en er zelfs een in mijn been probeerde te bijten, werd ik toch wel benauwd. Ook zonde van mijn enige spijkerbroek, want daar heeft die hond een keurige scheur in gebeten.

Het woudlopershandboek zegt in zo’n geval dat je rustig moet blijven doorlopen en niet moet laten zien dat je bang bent. Dat was ik eerlijk gezegd wel, maar ik ging niet sneller lopen en deed zelfs nu en dan een dreigende stap terug richting de honden. Dan stapten ze voor heel even wat achteruit. Zo ging het verder tot ik blijkbaar in een ander hondenterritorium kwam, want er kwam een andere troep honden voor de aflossing zorgen. Er was niemand op straat, maar het feit dat ik nu vlakbij de eerste flat was had op mij een hoopgevend en op de honden een ontmoedigend effect.

Ik was blijkbaar in een zigeunerbuurt beland, want opeens zag ik alleen maar zigeuners om me heen. En wie kwam ik tegen: de mevrouw-met-kind-op-de-arm die altijd bij onze buurtsuper naar aalmoezen staat te hengelen. Ze kwam blijkbaar net van haar werk bij onze buurtsuper, want ze liep daar heel forensachtig met een plastic tasje boodschapjes richting huis. Ik weet zeker dat ze me herkende want ik weiger altijd allervriendelijkst om geld te geven.

Even verder kwam ik ineens uit bij de Auchan (Franse keten van megasupermarkten, ook in Roemenië) en was ik nog maar vijf minuten wandelen van huis.

Later ben ik toch nog maar even een rabiësprik gaan halen bij de Matei Balskliniek in het centrum, want hoewel op mijn been niks te zien was moet je daar heel erg mee oppassen heb ik begrepen. Dat was op zichzelf een heel avontuur want ’s avonds is het daar heel spaarzaam verlicht en de kliniek bestaat uit wel tien vooroorlogse gebouwen en gebouwtjes, dus ik heb wel even over het terrein gedwaald (tussen de zwerfhonden!) voor ik bij de rabiëspoli was. Eenmaal daar werd ik liefderijk opgevangen door drie verpleegsters en twee artsen. Een verpleegster bestudeerde mijn identiteitsbewijs en riep vertederd: Ik ben getrouwd in jouw geboortejaar!

Maar goed dat ze aardig waren want wat blijkt: voor zo’n rabiësprik moet je nog vier keer terugkomen… Zo leidt een wandeling tot een hoop extra wandelingen!

Mavrocordat’s misser

Tentamentijd hier in Boekarest, en dat betekent maar een ding: Memorize first, ask questions later. Moderne didactische methoden zijn aan een groot deel van het Roemeense docentenkorps niet besteed – en ik denk dat veel Nederlandse docenten nog jaloers zouden zijn ook.

Daarover wellicht een andere keer meer, nu een interessant stukje geschiedenis van Roemenië. Gebaseerd op mijn lesmateriaal, dus als het niet waar is is het niet mijn schuld.

Constantin Mavrocordat was in de 1740-er jaren Heer van achtereenvolgens Muntenië en Moldavië, twee van de drie delen van het huidige Roemenië. Transylvanië was toendertijd in Oostenrijkse handen. Zijn onroemeense naam ligt aan het feit dat hij een Griek was: De Turkse sultan – toen de baas in ’t land – benoemde in de achttiende eeuw graag etnische Grieken als chef in zijn Roemeense vazalstaten.

Constantin Mavrocordat (from romanianstudies.org)Deze Mavrocordat kwam in 1740 op het lumineuze idee om een grootscheepse hervorming door te voeren op bestuurlijk gebied. Dit ter modernisering van het altijd nog feodaal ogende land. En passant liet hij in de wetgeving opnemen dat de horige boeren niet meer mochten verhuizen en extra belastingen in de vorm van een hoeveelheid arbeid moesten opbrengen. Hoeveel die arbeid was stond er niet bij, zodat de edelen/landeigenaren (‘boieri’) de verplichtingen eindeloos konden opschroeven.

Uit angst voor deze dwangarbeid namen veel boeren de benen: Bij de volkstelling een aantal jaar na de bewuste maatregel bleek, dat 50% van de belastingplichtigen was gevlucht.

Dat was toch al te gortig, want de hele economie raakte ontwricht. Dus besloot Mavrocordat tot een nieuw decreet. Alle boeren die waren gevlucht mochten terugkomen, konden zich vestigen waar ze wilden en hoefden zes maanden geen belasting te betalen.

De effecten waren echter omgekeerd aan wat de heerser beoogd had: Aangezien er nergens stond wat de situatie van de achtergebleven boeren was, gingen ook die op de vlucht om later na terugkeer van de amnestieregeling gebruik te kunnen maken.

Dubbel probleem dus. Inderhaast moest Mavrocordat een aantal maanden later een nieuw bevel uitvaardigen waarin hupsakee iedereen zijn vrijheid mocht kopen voor 10 daalders. Zodoende staat deze man uiteindelijk toch nog positief in de boekjes, wegens afschaffing van de lijfeigenschap. Zo zie je maar weer, duidelijke regels zijn geen overbodige luxe :).

Ben even studeren

Rechtenfaculteit Boekarest, aula magna

Zo, maandje vrij genomen van de baas vanwege studeren. Gelukkig mocht het: Mijn baas is de beste, en ik zeg dat niet zomaar. Het zal rond midden februari duidelijk worden in hoeverre mijn rechtenstudie-idee geëvalueerd kan worden, want dan zijn de cijfers van het eerste semester bekend. De komende vier weken zit ik van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat gebogen over Romeins recht, algemene rechtstheorie, geschiedenis van het Roemeens recht, inleiding civielrecht, inleiding staatsrecht, inleiding politicologie en organisatie der juridische beroepen.

Een aardigheidje alvast: we hebben een docent die ons bedreigd heeft met uitsluiting van de studie als we met een mobiele telefoon de tentamenzaal betreden. Ook uitgeschakelde telefoons vormen aanleiding tot exmatriculare.

Inspiratietechnisch hoop ik overigens dat deze man nog veel vakken gaat geven, want deze docent eist ook van de studenten dat ze opstaan wanneer hij de collegezaal binnenkomt. Afgelopen keer ging het zo: iedereen druppelde rond de aanvang om 8 uur ’s morgens (sic!) binnen, meneer draafde een half uur na aanvangstijd van het college de zaal in, observeerde met een half oog het aarzelend opstaande publiek en zei tegen het plafond: ‘Zijn jullie soms nog niet wakker?”

Ook bij vragen moet je eerst opstaan. Toen een gedistingeerde heer met grijs haar en bril – ook een medestudent, nietwaar? – wilde vragen hoe het zat met de definitie van tutela door de juris consultus Paulus, werd er voorzeker niet geantwoord voordat hij zijn vraag staande had gesteld. Ook kauwgom en het medenemen van flesjes water leiden ausnahmslos tot verbaal hellevuur.

Enfin, het tentamen is komend weekend. Ik laat u weten wie er het laatst lacht.

Vroeg of laat wordt het weer vroeger

Het begin van het jaar is voor mij een mooi moment om kindse genoegens te herbeleven. Uit een berg LP’s die mijn ouders weg wilden doen heb ik in de kerstvakantie eentje van Alfred J. Kwak (de voorstelling van Herman van Veen met het Residentiekwintet) gevist. Na thuiskomst moest onze driejarige schurk daar natuurlijk meteen aan geloven. Dus wij met een kopje thee geluisterd naar alle liedjes en Hermans grapjes, tot mijn grote vreugde. Dochterlief ging zelf maar thee zetten met haar servies.

Een andere activiteit uit mijn kindertijd is het lezen van teksten op levensmiddelenverpakkingen. Wij mochten vroeger nooit lezen aan tafel, maar de leesverslaving die ik toen al had dwong me tot het mechanisch lezen van het cornflakespak tot ik de tekst uit mijn hoofd wist.

Dankzij deze verslaving heb ik vandaag een stukje Roemeense poëzie ontdekt, dat ik u niet wil onthouden. De vertaling is van uw dienaar. Het gaat om zonnebloemolie van het merk Unisol, van de Hongaarse firma Bunge.

‘UNISOL VAN OLIE UIT EERSTE PERSING

gecreëerd uit liefde voor de natuur

De natuur is perfect.

Uit liefde voor de natuur en voor een zo dicht mogelijke

benadering van perfectie hebben wij de enige olie gecreëerd

uit eerste persing, waar Unisol van gemaakt is. Iedere druppel

Unisol respecteert de natuurlijke smaak van de ingrediënten,

zodat jij samen met je familie kunt genieten

van al het beste van de natuur!’

 

…Voordat u begint te schamperen en te smalen: ik geef het u te doen om voor zonnebloemolie een clichéloze aanprijzer te schrijven!

 

Je geld of je leven

Vorige week sprak ik een arts over ditjes en datjes. Bleek, hij had emigratieplannen. Ierland of Engeland, verdien je zo 4000 euro als chirurg zei hij. Dat is tien keer zoveel als hij in Roemenië verdiende, letterlijk tien keer zoveel.

Maar, zei ik geniepig, van die 400 euro kan je toch die BMW niet betalen? Nee dat klopte wel, maar de smeergeldontvangsten liepen terug dus het water stond hem aan de lippen. En zelfs in goede tijden was het geen pretje met dat smeergeld. Hij zei, ik kan het niet opgeven bij mijn salaris als ik een hypotheek wil nemen bijvoorbeeld. Alles moet in cash… En smeergeld schept ook verplichtingen. Als iemand mij eenmaal honderd euro heeft gegeven, dan moet ik ook in het weekend langsgaan bij het ziekenhuis om te kijken of hij het goed maakt.

Zo heeft iedereen zijn problemen. Roemeniës brain drain is al tijden ook een uitstroom van artsen, vooral jonge.  Niet alleen het lage salaris is voor hen een probleem, of de semi-illegaliteit van hun inkomen (voor velen hoort het er gewoon bij), maar het is ook erg frustrerend om op tv te zien hoe westerse ziekenhuizen zijn uitgerust, terwijl in Roemenië alles van de overheid langzaam weg staat te rotten.

Dat alles zijn bekende verschijnselen. Toch is het erg jammer om te zien dat er maar heel weinig mensen in Roemenië zijn die iets willen doen om de status quo te veranderen. Hier en daar wat studenten of andere jongeren, drie bevlogen groene politici en dan houdt het wel een beetje op. Als er hier een elan zou ontstaan van ‘we zullen hier wel eens eventjes de boel opschudden’ dan zou het snel een stuk beter worden. Want als ze eenmaal enthousiast zijn dan zijn Roemenen in korte tijd tot heel veel in staat. Helaas gaan ze dat voorlopig vooral in het buitenland doen.