Waar Gaat Het Over?

Roemenen zijn dol op (en erg goed in) complottheorieën. Zo zag ik vanmiddag een politiek commentator beweren dat een bepaalde politieke partij een andere politieke partij via slinkse wegen van etnisch-politiek kruit voorziet, zodat die een derde partij kunnen belemmeren hun machtsbasis in een bepaald deel van het land te consolideren. Ik vond het nogal vergezocht, maar haar discussiegenoten zaten te knikken alsof het om een kopje thee ging.

Meestal denk ik bij complottheorieën dat het vergezochte onzin is. Ik ben dan ook een zeer naïeve westerling die bij alles afgaat op de uiterlijke schijn. Roemenen hebben honderden jaren vreemde overheersing plus nog eens vijftig jaar kwaadaardig regime in het onderbewustzijn zitten. Dan ga je wellicht toch anders denken over complotten.

Misschien is het ook daarom dat politieke partijen hier zich vooral bezighouden met vorm en niet met inhoud. Terwijl Roemenië schommelt rond de economische nullijn, zijn de grote partijen met elkaar en intern complotten aan het ontmaskeren. Voor de naïeve buitenstaander kan dit overkomen als oppervlakkig gekibbel – Roemenen weten wel beter.

Een voorbeeld:  bij het laatste congres en voorzittersverkiezing van de PSD (sociaaldemocraten) was het belangrijkste strijdpunt de lokatie waar dit congres gehouden moest worden. Ik weet al niet eens meer wat de argumenten waren, maar ongetwijfeld werd er een complot gespannen. Tenminste een kandidaat heeft de congreslocatie gebruikt als argument om zich terug te trekken.

Ander voorbeeld: vandaag waren er besprekingen over een mogelijke grondwetherziening. Zowel de liberalen als de sociaaldemocraten (beide aartsvijanden van de zittende president) hebben de besprekingen voortijdig verlaten. Reden? Er was ook een stel onafhankelijken uitgenodigd om deel te nemen en dat kon toch echt niet, want die waren niet eens een fatsoenlijke partij met een verkiezingsprogramma.

U denkt misschien: intern geneuzel, er zijn wel belangrijker zaken. Helemaal fout! Mensen met een fijne complotneus weten wel beter.

Obor

Vanwege de verbouwing had onze vriend ‘King’ George een nieuwe boorhamer nodig. In het Roemeens heet dat prachtig: ‘ciocan rotopercutor’. Als prijsbewuste klusjesman vindt hij de Praktiker te duur, dus wij naar de markt. Piața Obor, aan de noordoostkant van het centrum, is in Roemenië een begrip. Je kunt er alles vinden. En na twee passen over de drempel weet je waarom dit een Balkanstad wordt genoemd.piata obor 

Tussen de wankele kraampjes binnen en buiten een immense hal wurmen zich de kopers door een gangpad van een meter of anderhalf breed. Verkopers – arme boeren, handelaartjes en zigeuners – toeteren in je oor of kijken onverschillig voor zich uit.

Het was prachtig weer vandaag en wij zochten dus die boormachine. In de grote hal heerste een soort halfduister. Afbrokkelend beton en  ijzer strijden met de felst gekleurde telefoonhoesjes. Meerdere kooplui beweerden dat het gezochte artikel ‘binnenkort weer op voorraad is, maar ik ben sowieso de enige hier die dit verkoopt’.

piata obor IIBuiten baanden we ons een weg langs de verschillende kraampjes en na lang zoeken hebben we het apparaat bemachtigd. George is daar nu de badkamer mee aan het afbreken.

Wat gezoek op internet leverde op, dat de markt vroeger nóg groter was. De foto’s bij deze post komen van de krant Gândul, die in een artikel uit 2007 schrijft dat de markt ‘voor de helft wordt opgeslokt’ door ‘weer een winkelcentrum’. Er is anno 2010 een groot terrein afgezet, maar van een winkelcentrum heb ik nog geen spoor gezien.

Overigens is het wel aardig dat veel commentaren bij dat artikel de markt smerig en crimineel vinden. Om er nog enige romantiek in te zien moet je wel uit het buitenland komen, vrees ik. Maar voor de oudere buurtbewoners die slechts in heel kleine hoeveelheden eten kunnen kopen is het toch een uitkomst. Je ziet op deze markt echt het ‘andere Roemenië’ – een groter verschil met het winkelcentrum Băneasa in het noorden van de stad is nauwelijks te bedenken.

Tot slot nog een aardige foto van vroegâh – de markt voor de oorlog met dank aan de krant Romania Libera.

targulmosilor

Onderhoud

Roemenen hebben een collectief minderwaardigheidscomplex lijkt het wel. Klagen doet iedere natie, maar als je de mensen hier moet geloven ben je gek als je niet emigreert. Ik heb dan ook vaak discussies over de vraag, waarom ik in ’s hemelsnaam hier ben komen wonen.

Toch kunnen Roemenen ook positieve kanten van zichzelf noemen. Desgevraagd beginnen veel mensen over het Roemeense talent om zich met improvisatietalent uit de meest bochtige situaties te wurmen. Momentoplossingen, daar zijn ze goed in.

Langzamerhand begin ik te geloven dat deze eigenschap niet alleen een oplossing is voor veel netelige situaties hier, maar ze ook veroorzaakt. Ik zal dit toelichten.

Het is momenteel in de pers ach en wee over de gaten in de weg. Het asfalt in Boekarest vertoont gaten waar je hele auto in verdwijnt als je niet uitkijkt (zie dit)  . Waarom die gaten? Het asfalt is al die jaren alleen opgelapt als er een stukje kapot was, en nooit grondig vernieuwd. Waarom niet? Op dat moment was het niet nodig.

Ander voorbeeld. Waarom worden er overal nieuwe kantoorgebouwen neergezet, terwijl er niet een gebouw in Boekarest is van meer dan vijf jaar oud, dat in een normale staat van onderhoud verkeert? Omdat bouwen leuk en momentaan is. Onderhoud is saai en periodiek.

Derde voorbeeld. Waarom heeft niemand in Roemenië een verzekering als het niet verplicht is? (Zoals de aansprakelijkheid bij auto’s.) Verzekering is voor een mogelijk iets dat in de toekomst kan gebeuren. Dus totaal buiten de horizon.

Ik durf wel toe te beweren dat Nederlanders (om maar een volkje te noemen) veel minder goed zijn dan Roemenen in het omzeilen van problemen door het vinden van spontane improvisaties. Tegelijkertijd doen wij veel meer aan onderhoud. Wetenschappelijk vastgesteld heb ik het nog niet, maar ik vrees dat we te maken hebben met elkaar uitsluitende grootheden. Dus de keus is eigenlijk: Gaten in de weg of voorspelbare saaiheid.

Spuug

De commotie vlak na de verkiezingen over de geheimzinnige Paarse Paranormalisant, die president Băsescu aan zijn herverkiezing zou hebben geholpen door het betoveren van zijn tegenstander, kwam mij als buitenstaander zeer vreemd voor. Het kan toch niet zo zijn dat mensen dit echt geloven?

Dat kan wel. Het kan zelfs nog gekker.

Ik maakte laatst een praatje met een buurvrouw van oma, die woont in de regio Buzău in een idyllisch dorpje in de heuvels. Wij komen daar geregeld, vooral in de zomer. Zij prees ons wonderschone dochtertje en voegde daar met een angstige blik aan toe, dat zij hoopte dat haar niet het Boze Oog zou treffen. Ze spuugde drie keer voor zich uit, en voegde daar de formule aan toe dat het Boze Oog moest worden afgewend (Să nu fie de deochi).

Het Boze Oog komt vast wel in meer culturen voor, maar typisch Roemeens is misschien wel dat zelfs als je met de beste bedoelingen een compliment maakt en de persoon in kwestie daarbij aankijkt, hij of zij getroffen kan worden.

Wordt dus uw kind op het platteland driemaal bespuugt, bedenk dan dat het voor diens eigen bestwil is. Overkomt u dit in de stad, dan heeft u waarschijnlijk op iemands plekje geparkeerd.

Echte schoonheid

Iedereen die dacht dat ik mijn eigen afpeigerde bij een baas en daarnaast ook nog eens zelfstandig klusjes deed heb ik mooi bij de neus genomen! Bij deze doe ik een boekje open en op de foto kunt u zien wat ik al die tijd in werkelijkheid heb uitgespookt! Voor een totale makeover kunt u terecht bij Johan Corporate. Zelfs voor valse nagels draai ik mijn hand (pun intended) niet om. Op Șoseaua Mihai Bravu, twee haltes met de tram vanaf het kruispunt met Bulevardul Camil Ressu.

Beautysalon Johan

Termische rehabilitatie

Dat de communisten heel andere ideeën hadden over stedelijk schoon is een feit waar Boekarestenaars iedere dag mee om moeten gaan. Hoewel: andere ex-communistische hoofdsteden als Praag en Boedapest zijn toeristenmagneten van de eerste rang, dus het kan ook aan de typisch Roemeense insteek van de ideologie hebben gelegen. En anders geven we gewoon de schuld aan Ceaușescu, wiens vrouw – de eigenlijke sterke man, zegt men wel –  zich veel met architectuur bemoeid schijnt te hebben.

Opknapbeurt Boekarest

Vóór

Hoe dan ook: vijftig jaar communisme poets je niet even weg, zeker niet als

De groene flat

 je als staat geen cent te makken hebt. In Nederland staat in iedere stad ook nog een verzameling foeilelijke jaren 50- en 60-flats, per slot van rekening. Maar de laatste jaren is men toch langzaamaan wat opknapwerkzaamheden gestart. Het meest in het oog springende is het nationale programma van ‘Reabilitare termică’. Dat komt erop neer dat een flat wordt ingepakt in piepschuim (isolerend), vervolgens gaat er een laagje overheen en een likje verf – en klaar is Kees. Voor weinig heb je dan 40% minder stookkosten én een veel vrolijker straatbeeld. En als je engelengeduld en duivels doorzettingsvermogen bezit, krijg je ook nog eens forse subsidie.

Belastingtijd

De j zit weer in de maand, dus is het tijd om mij zorgen te gaan maken over de belastingen. Ik had vlak voor de kerst nog een telefoontje gehad van mijn boekhoudster, maar gezien de vakantiestemming had ik daar maar half naar geluisterd. Tot mijn grote verdriet, zo bleek vandaag.

Vanochtend had ik de boekhoudster (contabilă) aan de telefoon, en die zei dat ik voor 25 januari een of andere verklaring had moeten inleveren. In de paniek vanwege de verstrekenheid van die termijn luisterde ik wederom maar half – tot mijn grote verdriet.

‘Gelukkig’ zei ik tegen me eigen, ‘is de belastingdienst vlakbij. Ik loop gewoon even aan.’ Ik weet inmiddels hun lunchpauze (van half twee tot half vier), dus ik kwam niet voor een dichte deur te staan. De mevrouw bij Inlichtingen begroette me allerhartelijkst – die kende me nog van vorig jaar. Ze vroeg hoe het met de vrouw ging en of ik niet weer eens terugging naar mijn eigen land – en keek vergenoegd toen ik zei dat ik Roemenië nog veel te mooi vind. Met mijn vraag over ‘een of ander formulier met een BTW-verklaring als je intracommunautaire diensten levert’ kon ze niet veel, maar ze verwees me vriendelijk door naar kamer 5.

In kamer 5 bleek dat niet al het personeel van de belastingdienst van sector 3 even aardig is. In de kamer waren vier dames aanwezig. Ik had een naam gekregen maar kon niet vermoeden wie van de vier mensen daarbij hoorde. Dus ik zei vriendelijk, maar beslist: ‘Mevrouw Y alstublieft?’. Geen reactie. Ik dacht : die mensen zijn zó verdiept in hun belangrijke werk…’ ik stapte verder de kamer in en vroeg aan de eerste de beste vrouw, of zij de bewuste Y was. De aangesproken vrouw vertrok geen spier hoewel ik bijna op haar bureau stond, terwijl een andere snerpte dat zij het was. Met zo’n hoofd alsof ze mij de complete belastingwetgeving tien keer wilde laten overschrijven.

Ik legde uit  dat ik door Inlichtingen was gestuurd, wat het probleem was en of ze een formulier hadden voor dit soort verklaringen. De mevrouw zei dat ze dat wel hadden maar ik kreeg het niet. Ik moest met mijn boekhouder via een computerprogramma het formulier invullen. ‘Kunt u me dan tenminste vertellen wat voor gegevens ik moet verzamelen?’ ‘Meneer, wij doen hier niet aan fiscaal advies!’ Ja maar, dit is de belastingdienst. Ik kom hier om te vragen wat de regels zijn’. ‘Wij doen niet aan fiscaal advie-hies!’ ‘Okee nouja tot ziens hoor’.

Dus nou daar liep ik dan. Zonder info’s. Ik ga volgende week maar es bij de boekhoudster langs…

Talloos veel miljoenen

In 2005 is meen ik hier te lande de munteenheid ‘Leu’ (ROL) vervangen door de munteenheid ‘Leu’ (RON). Klein verschilletje: vier nullen. Betaalde je eerst dertigduizend voor een brood, nu is het drie. Veel Roemenen willen er vijf jaar na dato echter nog niet aan, dat zonder nullen. Geef toe, het klinkt ook veel leuker als je tweehondervijftigduizend hebt dan vijfentwintig. En het is niet iets van de oudere generatie: ik hoorde drie jongens van dertien vanmiddag over dertig miljoen.

Winkelmedewerkers, en dan vooral degenen wier onzalige taak het is om overal een prijsstickertje op te plakken, zijn vaak al wel ‘om’. Bij het afrekenen in een semi-hippe interieur-/prullariazaak vanmiddag vroeg de kassajuffrouw om tien lei en of ik een tasje wilde. ‘Graag’ zei ik (in het Roemeens, om niet teveel op te vallen). ‘De tasjes hangen daar’ was het antwoord. Een tasje was drie lei. Ach ja.

Dat is nog niks vergeleken bij de autoverzekering trouwens, mijn maatschappij van vorig jaar had de polis dit jaar 33 procent duurder gemaakt. Kwam ik vandaag achter bij het kopen van een nieuwe polis. Dat is nou typisch iets dat van mij stilzwijgend verlengd mag worden, hoewel ik deze keer blij was dat ik gauw naar een andere maatschappij kon. Crisis? Dan verhogen we toch gewoon de prijzen?

Tot zover Boekarest – over naar de studio!

Stoep verkopen = niet niks

Beinginbucharest houdt in dat er rond de jaarwisseling een winterslaapje wordt gehouden. Daarom pas nu het eerste blukje van het nieuwe jaar. Op veler verzoek (ahum).

Veel normale verschijnselen in de stad worden door het winterweer in een sterker licht geplaatst. Ik zie al sinds ik hier woon, dus vanaf vlak voor de kriezus, regelmatig mensen op straat dingen verkopen. Dat is op zich een fenomeen dat je in iedere stad wel zult tegenkomen. Een bepaalde categorie heb ik ergens nog nergens anders gezien. Het gaat om de amateur-stoepverkopers.

Stoepverkopers (of ook wel straatverkopers geheten, maar dat lijkt me op zich niet slim gezien het verkeer) hebben als enige gemene deler het lokatietype waar ze hun waar aan de man brengen. De meeste zijn topprofessionals, sommige weten zelfs goede winst te maken door het verkopen van mooie praatjes. Zo werd ik gistermiddag bij het verlaten van de supermarkt begroet met een opgewekt ‘Hé mooie jongen, geef mij eens 5 lei? Aalmoes!’ Dit bijzondere compliment kwam uit een zwaar beringde en bekettingde kleurige mevrouw van achter in de veertig.

Maar ik ben het meest onder de indruk van de amateurs. In de buurt van ons kantoor staat regelmatig een oudere heer op de rand van de stoep, zenuwachtig de voorbijgangers beogend. De voorbijgangers zijn daar overdag vaak oudere dames die zich tussen de markt en hun appartement bewegen. Deze heer heeft op een theedoek op de stoeprand uitgespreid: 8 pakjes papieren zakdoekjes, 5 doosjes wattenstaafjes voor in je oor, 5 verpakkingen zeep en een bosje tandenborstels. Achter hem razen de auto’s voorbij. Ik heb hem nog nooit iets zien verkopen. Een keer wilde een dame een bosje wortelen ruilen tegen een stuk zeep.

Een nog mooier voorbeeld was het zigeunerechtpaar dat midden in de sneeuwjacht van afgelopen maandag truien stond te verkopen. Elk had 1 trui te koop, die ze tegen de sneeuw in omhooghielden en aanprezen. Op zich natuurlijk logisch dat mensen in een sneeuwbui behoefte hebben aan een warme trui, maar je denkt bij dit soort verkopers al gauw: Er moet toch een handiger manier zijn om aan geld te komen? Op z’n minst een betere lokatie kiezen?

Het kan natuurlijk ook zijn dat die mensen nog maar in het eerste jaar zaten van de Hogere Stoephandelsschool…

Wit

Daar sta je dan, met je Elfstedentocht-attitude, je eigen auto uit te graven. Het was me een belevenis, deze eerste dagen met Echte Sneeuw. Daarom, hoewel ik meestal ben van un mot vaut mille images, wat plaatjes.

Van links naar rechts en van boven naar beneden: 1) winterbanden regelen bij meneer Titi 2) sneeuw in de heuvels bij het dorp van oma 3) ijs op het meer van het park Titan 4) de winterkermis 5) besneeuwd park Titan, andere hoek 6) ijs op de Dâmbovița  7) decoratieve verrassing van het stadsdeel Sector 3