Nederlander in communistisch Roemenië

De grootste Nederlandse kenner van Roemeense literatuur heet volgens mij Jan Willem Bos. Hij vertaalt Roemeense literatuur en poëzie en houdt ook een website bij van wat er zoal over Roemenië verschijnt in Nederland. En alsof dat nog niet genoeg is, houdt hij zich ook onledig met het samenstellen van Nederlands-Roemeense (en vice versa) woordenboeken – een algemeen én een juridisch woordenboek.

Deze besnorde held – in het dagelijks leven tolk voor Roemeense boeven in het Nederlandse justitie-apparaat – heeft begin jaren tachtig een tijdje in Roemenië gewoond. Prompt legde Ceaușescu’s Securitate een dossier over hem aan. Daar stond eigenlijk niets in, zo bleek toen Bos het na de revolutie kon inzien, maar hij heeft er toch een boekje over geschreven.

Dat boek is nu in het Roemeens vertaald (uitgeverij Trei) en die vertaling werd een paar weken geleden gepresenteerd in boekhandel Bastilia, aan Piața Romană. Ik erheen, hoewel ik eigenlijk de boekhouding moest doen.

Presentatie vertaling Bosboek

Van links naar rechts: een vriendelijke mevrouw van de uitgeverij, ambassadeur Van Bonzel, de man zelve, de heer Tănase en mevrouw Blandiana.

Dat het om een evenement van gewicht ging, bewees het aanwezige volk. Ik telde in het propvolle zaaltje minstens twee bekende journalistenhoofden, ’s lands bekendste dissidentdichteres Ana Blandiana hield een warm verhaal, de publicist en tv-persoonlijkheid Stelian Tănase gaf duiding en de Nederlandse ambassadeur roemde Bos als cultuurdrager. En zo is het. Dissidenttechnisch moge het dossier dan weinig opmerkelijks bevatten (volgens Bos zelf), hoe hij het beschrijft en de destijdse sfeer in Boekarest neerzet is de eigenlijke kracht van het boek (volgens de andere sprekers). Ik heb het werkje zelf niet gelezen maar zo’n beetje wel alle andere Bosboekjes, dus ik begrijp wat die sprekers bedoelden. Zonder westers pedant of juist overdreven inlevend te doen, kan Jan Willem Bos in een paar zinnen een situatie beschrijven, op een manier zodat niet-ingewijden zeggen: Aha, zo zit het! en kenners zeggen: Inderdaad, zo zit het precies!

Nou wil het toeval, dat ook oud-ambassadeur Coen Stork z’n Securitatedossier is verboekt in Roemenië (uitgeverij Humanitas), eerder dit jaar. Stork was eind jaren tachtig ambassadeur in Boekarest. Hij werd een bijkans mythische persoonlijkheid door op zijn fietsje dissidenten te bezoeken. Uiteraard heeft de geheime dienst een pil van een dossier over de man aangelegd. Ook dit boek heb ik niet gelezen (druk, druk!) maar ik stel me een soort ‘Das Leben der Anderen’ in boekvorm voor.

Overigens schijnt Stork ergens familie te zijn van een andere boekmaker over Roemenië: Jaap Scholten, die in zijn Kameraad Baron vertelt over de zielige Transsylvaanse Hongaarse adel die met de komst van de communisten uit hun kastelen werden geschopt.

Zo…u heeft deze zomer weer wat te doen op het strand!

Advocaten, artsen, voetballers en zangers

Met vrijwilliger (en goede kennis) Alex Vărzaru en landgenote Lies Kombrink ben ik vorige week bij het journalistiekklasje van Ferentari geweest. Ferentari is een wijk in het zuiden van Boekarest. Het gaat om een buitenschoolse activiteit, georganiseerd door het Policy Center for Roma and minorities (dat mede wordt gefinancierd door de Nederlandse ambassade). De protagonist van dit centrum heet Valeriu Nicolae. Ik kwam hem voor het eerst tegen in het blad Kamikaze. Hij had een indrukwekkend verhaal, en ik was nieuwsgierig geworden. Het was moeilijk om me in zijn wereld te verplaatsen. Ik ken geen Roma, ik was nog nooit in Ferentari geweest en ik had groot gebrek aan een context voor de verhalen die ik hoor over ‘de andere wereld’ in Boekarest. Het is ook eigenlijk absurd dat je van een bepaalde sociaaleconomische groep, die heel groot is in de stad, niemand kent, maar wel heel veel van een extreem kleine groep, namelijk de expats. Daar is natuurlijk een verklaring voor. Maar ik wil niet alleen buitenlander zijn, ik wil ook een beetje Boekarestenaar zijn.

In Ferentari wonen veel Roma (politiek correct) of zigeuners („țigani” de in Roemenië gebruikelijke, maar politiek incorrecte benaming). Ferentari is een armere wijk in Boekarest, bekend om zijn flats met kleine en slecht onderhouden appartementjes, om de drugs en om de slechte voorzieningen (asfalt, riool, verlichting, vuilnisophaal), zelfs voor Boekarestse begrippen. Als je Ferentari googelt zie je als eerste foto’s bergen met afval. Van sommigen hoorde ik dat het gevaarlijk was voor je portemonnee en je gezondheid om je in die wijk te wagen.

Dat is denk ik overdreven. Ik ben niet beroofd, aangevallen of aangestaard. Misschien zijn er stukken waar het voor buitenstaanders niet veilig is ’s avonds en ’s nachts, maar die heb je in iedere grote stad. In feite zag alles er heel erg normaal uit. Normale kinderen, die les krijgen in een normale school, met normale dromen. Dat vindt ik hoopgevend voor de toekomst van de wijk Ferentari binnen Boekarest.

klasje journalistiek in FerentariHet journalistiekklasje wordt gehouden in een school aan Prelungirea Ferentari. De meeste kinderen in het project gaan naar de Roemeense vijfde klas (en zijn dus een jaar of 11). Op de middag dat wij er waren, schoven er 4 meisjes en 2 jongens aan, tussen de 10 en 13 jaar. Ze maken lawaai, maar zijn verder erg lief. Net als op iedere school zijn juist de meisjes serieuzer over de toekomst (en willen advocaat of arts worden) en willen de jongens of voetballer of zanger worden. Het klasje wordt gehouden tussen de computers en de multimedia-apparatuur, in een smetteloos gebouw op een smetteloos terrein.

Mijn eerste indruk is dat het universum van deze kinderen van vandaag zo groot is, maar tegelijk ook zo klein. Ze hebben het heel gewoontjes over Dubai of Las Vegas, waar ik waarschijnlijk van m’n leven niet zal komen. Aan de andere kant begrijpen ze maar niet hoe er in een rijk land als Nederland ook veel dieven en drugsverslaafden kunnen zijn. Ze kunnen er heel moeilijk bij dat er mensen zijn die fundamenteel andere opvattingen hebben dan zij, bijvoorbeeld atheïst zijn, maar er toch heel normaal uitzien. Lies heeft veel succes met haar vertaling van de zin “Ik hou van jou” in het Roemeens – weer zo’n perfect normaal ding dat alle prepubers wel interessant vinden. Voor ons vertrek wordt er nog een a cappellaconcert gegeven in de muziekstijl “manele” (traditionele zigeunermuziek met Turkse invloeden, gecombineerd met elektronica en een discobeat).

We moeten niet voorbijgaan aan de echte problemen waar Ferentari mee wordt geconfronteerd. Na een bezoekje kan ik daar ook niks over zeggen natuurlijk. Maar ik ben ervan overtuigd dat, als deze kinderen hun enthousiasme en geloof in de toekomst kunnen behouden, ze zeker een kans hebben om het ver te schoppen. En wij, de buitenstaanders, moeten ook niet altijd wijzen op wat er niet goed gaat. Door te zien hoe normaal deze kinderen eigenlijk zijn kunnen we misschien een handje helpen bij hun sociale insluiting.

Oerwoud in de stad

In ons dorp Titan heeft de lente krachtig toegeslagen. Klimatologische voorspoed met precies de juiste hoeveelheden regen en zon hebben de wijk veranderd in de groene oase die inwoners van Vitan en Militari zo doet watertanden. Sommigen krijgen zelfs bultjes van afgunst.

2013-04-20 11.27.40

Wij beganegronders hebben de zorg voor het stukje tuin vlak voor onze neus. Het gras groeit nog niet overal, maar waar het groeit is het mega. Verder zijn er overal prachtige gele bloempjes (heten in het Roemeens heel mooi rostopascăverschenen, zodat we eigenlijk ook niet willen maaien. Maar we beginnen ons wel een beetje te schamen voor de buren, vooral meneer Mihai van hiernaast. Hij beheert een stuk groter stuk en dat ziet er piekfijn uit. Maar wij hebben wat hij niet heeft:

2013-04-20 11.29.09

Deze struik heet liliac en maakt prachtige paarse bloemetjes. Hieronder nog een totaalschets van onze groen-explosie, compleet met jonge fruitboompjes en waslijn. Altijd als ik mensen hier spreek over de Boekarestse flats, kan ik het niet laten om op te scheppen over ons tuintje. Er is een tuinhekje dat de loslopende honden tegenhoudt, er is een oude buurvrouw die de wacht houdt vanaf haar balkon, er is een oude buurman die altijd belooft om te gaan tuinieren maar het nooit doet – dit is ons kleine stukje leefbaarheid in Ceaușescu’s betonlandschap.

2013-04-20 11.29.34

Arctisch avontuur

Wij hebben onder het motto “Koopt Roemeensche waar!” bij de verhuizing een Arctic-koelkast gekocht. Die worden gebouwd in het stadje Găești, niet ver van Boekarest.

Een paar weken geleden (dus na iets van drie jaar) begon het arme ding rare geluidjes te maken, en vervolgens vertikte hij het om nog verder te koelen. Dat was niet zo handig voor de kliekjes en bovendien stond het voorjaar voor de deur – dus op het balkon dingen koelen kon ook niet.

Toevallig was er net een mannetje in huis die de beheerster van de flat helpt met leidingen enzo. Deze kende weer andere mannetjes, die ’s middags even langskwamen en pas zes uur later weer vertrokken na het uit elkaar halen en weer in elkaar lassen van een hoop buisjes aan de achterkant. Ze waarschuwden: als er nog ergens anders een barstje zit, heb je straks weer een probleem. Klein risico: 6 uur werken voor 2 man kostte in totaal 50 euro. En inderdaad: na een weekje begaf het ding het weer.

Wij nou maar de Arctic bellen. In tegenstelling tot andere bedrijven (laatst ging ook de wasdroger kapot, en de stofzuiger – niet van Arctic overigens) heeft Arctic mensen in dienst die vanuit een soort servicecentrum gestrande klanten helpen. Dus ik kreeg meteen een mannetje op de stoep in plaats van dat ik zelf weer een servicebedrijf moest gaan bellen.

Dat mannetje was in werkelijkheid een reus met een baard op zijn kin en ook op zijn billen, zag ik toen hij zijn hoofd onderin de koelkast stak.  Hij stak een tirade af tegen de andere mannetjes, die iets verkeerd hadden gelast. Hij trok aan een buisje en ineens liep alle freon uit de koelkast. Zo, die is kapot, zei het mannetje.

Vervolgens vroeg hij of wij nog garantie hadden. Die hadden we niet, want alle papieren waren verdwenen. Toen dicteerde hij mij een briefje waarin ik Arctic moest vragen om gratis reparatie.  Met dat handgeschreven briefje en een kopietje van het paspoort vertrok baardmans, de belofte achterlaten dat wij snel gebeld zouden worden.

Toen ik na een paar dagen eens ging bellen, bleek het briefje net te zijn goedgekeurd door de directeur van Arctic. We zouden snel worden gebeld.

Later nog maar eens gebeld, we zaten inmiddels een week zonder koelkast. Miraculeus genoeg was ook het weer omgeslagen, zodat we op het balkon konden koelen. Inmiddels was het reserve-onderdeel besteld. Men zou ons bellen wanneer de koelkast opgehaald werd voor reparatie.

Zonder waarschuwing echter stonder er een paar dagen later twee nieuwe mannetjes voor de deur. Ze namen ook zonder formuliertjes of handtekeningen de koelkast mee, een unicum in dit formulierenlievende land.

Na nog een weekje en een iets minder vriendelijk telefoontje onzerzijds later stonden de mannetjes weer op de stoep. Koelkast gerepareerd! Op zich was het gratis omdat ze het gedicteerde briefje hadden geaccepteerd, maar toch ook weer niet omdat ze er voor de zekerheid ook maar een nieuwe motor in hadden gezet. Zonder ons dat te vertellen.

Toevallig had ik de 250 lei (iets van 60 euro) bij me voor de motor, dus hup de mannetjes betaald en we kregen ook nog een nieuw garantiebewijs voor de vervangen onderdelen.

Nu hebben we dus een gerepareerde koelkast, voor bijna niks als je bedenkt wat voor een manuren erin zijn gaan zitten. De deur sluit niet meer zo makkelijk en de nieuwe motor is misschien stiekem tweedehands, aan het geluid te oordelen.

En voor het eerst weet ik echt niet wat ik nu van een bedrijf moet denken. Welk bedrijf repareert er nu voor bijna gratis een commodity-product dat geen garantie meer heeft, maar communiceert daar zo slecht over dat het toch weer niet een succes is? Joepie Roemenië!

 

Brașov op de eerste lentedag

Beste lezertjes,

Dit jaar wilde Ana graag een uitje voor haar verjaardag. Voor de rest hebben we alles al, dus ik was blij dat ik geen cadeau hoefde te gaan zoeken. Aangezien we in een weekend heen en terug moesten waren de mogelijkheden voor een stedentrip beperkt, want Roemenië is groot en de wegen zijn klein. Maia en Paul waren iets van 43 jaar getrouwd dus die gingen ook mee om het te vieren. De keus viel op Brașov, simpelweg omdat dat de mooiste stad is in de actieradius. En skieën trekt me niet zo, dus de sneeuwtoeristische oorden vielen af.

Toevallig viel de eerste Brașoveaanse lentedag in ons weekend, dus had ik prachtig licht voor de telefoonto’s die je tegenwoordig zo handig kunt maken. Op de kiekjes is te zien waarom iedereen bij aankomst in Brașov vanuit Boekarest of elders onder de Karpaten niet ontkomt aan het platgetreden: “Alsof je in een ander land komt.” De Balkan houdt op bij de bergen, Brașov ligt in Midden-Europa, en zo is het maar net. De plaatselijke burgemeester of burgerij heeft blijkbaar gezorgd voor een fatsoenlijk renovatiebeleid en er zijn zelfs nergens straathonden te bekennen.

Hieronder de door mij persoonlijk geschoten trofeeën:

2013-03-03 11.50.25 2013-03-03 10.18.10 2013-03-03 10.14.30 2013-03-03 10.10.05 2013-03-03 08.43.41-1 2013-03-03 11.53.32

 

Het centrum van de stad met in het midden de toren van het voormalige Raadhuis op het centrale plein van de stad: Piața Sfatului (Raadhuisplein)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Paul en Maia in het stadsmuseum (Brașov was al in de Middeleeuwen een bloeiende handelsstad, toen Boekarest nog maar een dorpje was), waar we ter bescherming van het parket aan de plastic slofjes moesten geloven.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Gezicht op het centrale plein in het ochtendlicht, gezien vanuit Strada Hirscher waar een tijdlang een tante van Ana heeft gewoond.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Het tweede pand van rechts is het hotel waar we hebben overnacht.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Brașov ligt aan de voet van de berg Tâmpa, de kabelbaan was helaas in reparatie. De kerk is de Zwarte Kerk (Biserica Neagră), naar verluidt de grootste kerk tussen Wenen en Constantinopel. Na een brand in een ver verleden zag hij wat zwartjes, vandaar de bijnaam.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Hier is duidelijk te zien dat de stad in een dal tussen de bergen ligt. Op het uitzicht over de stad zie je de scheidslijn tussen het middeleeuwse centrum en het foeilelijke nieuwe stadscentrum en arbeiderswijken die in de Ceaușescu-tijd uit de grond zijn gestampt. Tijdens het communisme is de bevolking van de stad verviervoudigd door de import van arbeiders uit Moldavië, die in de fabrieken moesten werken. Er stonden hier reusachtige industriële conglomeraten (zogenaamde ‘combinate’), zoals ‘Tractorul’ (zo heet ook een wijk), die, u raadt het al, tractoren maakte, of ‘Steagul Roșu’ (Rode Vlag), die geen rode vlaggen maakte maar vrachtwagens. De laatste fabriek is overigens in afgeslankte en geprivatiseerde vorm nog steeds actief. Tractorul staat te koop, dus als u nog een leuke investering zoekt?

Loketvreugd

 Links ziet u het nieuwe aangebouwtje van de lokale belastingdienst in onze deelgemeente, Sector 3. Nou wonen wij al een tijdje in dit prachtige land, dus ik weet ook nog hoe het was voordat dit gebouwtje er stond. Je moest in vochtigwarme gangen in rijen staan voor kamertjes, waarvan je niet zeker wist of je daar inderdaad kon doen waar je voor kwam (belasting betalen of een parkeervergunning aanvragen, bijvoorbeeld). En had je dan na een aantal rijen de juiste kamer te pakken, en de ambtenaren waren niet met lunchpauze of anderszins incommunicado, dan kon je je dossier uitstallen voor de Behandelaar. Na het ophalen van een ontbrekend document (er ontbrak altijd een document of, erger nog, een stempel) kon je dan een beduimeld briefje krijgen. Met dat briefje sloot je aan in een andere rij, voor de kas, waar je mocht betalen.

Dat is dus nu allemaal anders. Op de foto ziet u een rolstoeloprijlaan, dat is een mooie illustratie van de ambities om de dienstverlening richting moderniteit te stuwen. Spekglad overigens, ’s winters – maar het idee was mooi. Binnen geen lange rijen meer. Als ik de lokale belastingen wil betalen (auto, parkeerplaats, onroerend goed) kan ik meteen doorlopen en heb ik uitsluitend mijn identieitsbewijs nodig. Je kunt zelfs met pin betalen. Sterker nog, als je van de gemeente een inlognaam en wachtwoord regelt, kan je al je lokale belastingen voortaan online betalen.

En het allermooiste: die hele belastingen kosten geen reet! Voor een kleine honderd euro zijn we weer het hele jaar van ze af.

Bij de rechtenfaculteit, waar ik ook nogal eens door de gangen schrijd, heeft men de komst van de Computer met blijdschap ontvangen. Vandaag had ik een bibliotheekpasje nodig, omdat ik binnenkort aan mijn scriptie ga schrijven. De pasjes werden verzorgd door twee allerliefste dames in een vertrek met een plafond van 4 meter, houten lambrizering en drie stokoude pc’s, die met de handen in het haar zaten. De dames, niet de pc’s. Want het internet dee het niet. Wat had ik nodig voor een pasje? Een pasfoto, 25 lei (plm 5 euro), mijn studentenpas en…twee gefrankeerde enveloppen. Gevraagd naar het waarom van die enveloppen, werd mij uitgelegd dat daarin de aanmaningen werden verstuurd als ik een boek te lang had geleend. Ja maar, waar hebt u mijn e-mailadres dan voor nodig? Meneer, zo zijn de regels…

Een van de lieve mevrouwen ging na enig rondgebel om IT-advies de server opnieuw opstarten, de ander vertelde me ondertussen uitgebreid over het uitleenstelsel. Boeken kon je bij haar lenen, maar niet alle. Sommige boeken moest je bij leeszaal 1 lenen. Bij leeszaal 2 kon je artikelen kopiëren. Het lenen van proefschriften was overigens ten strengste verboden – om plagiaat tegen te gaan, volgens de lieve dame. Dat je daar ook andere maatregelen tegen kunt nemen, was haar vast wel bekend. Maar, de regels…

Terwijl de teruggekeerde serverheldin mijn pasje ging intypen, mocht ik ook meteen een boek lenen. Het bleek dat er over mijn scriptieonderwerp in totaal 5 publicaties waren, dus dat scheelt weer leeswerk.

Na veel papierwerk en gezelligheid mocht ik mijn pasje meteen meenemen. Om de gefrankeerde envelopjes waren ze gelukkig vergeten te vragen.

Nieuwe Roemeense regering vooral bezig met eigen machtspositie

Na de parlementsverkiezingen van 9 december zit de nieuwe regering zeer comfortabel. Gaat deze luxepositie gebruikt worden voor het aanpakken van hoofdpijndossiers? Voorlopig speelt men machtsspelletjes en laat men proefballonnen op.

Dit stukje heb ik vandaag ingeleverd voor de nieuwsbrief van de Alfred Mozer-stichting.

Na een lusteloze campagne werd de partij van zittend president Băsescu (PD-L), geheel volgens de verwachtingen, verpletterend verslagen. De winnende PSD wordt geleid door Victor Ponta, sinds voorjaar 2012 al premier van een overgangskabinet. Ponta heeft vorig jaar zijn proefschrift-plagiaat weggemoffeld met behulp van een door hemzelf benoemde commissie. Dit heeft vooral in het buitenland zijn geloofwaardigheid aangetast. De nieuwe regering bestaat verder uit de Conservatieve Partij (PC), het politieke vehikel van mediamagnaat Voiculescu, en de PNL. Deze partij wordt geleid door Crin Antonescu, een opportunistische machtspoliticus die momenteel bezig is met het wegwerken van opstandigen binnen zijn partij.

De regeringscoalitie heeft voldoende zetels om de grondwet te kunnen wijzigen. Daar is men ook meteen aan begonnen. Ter discussie staan onder andere de bevoegdheden van de president en de rol van het Constitutionele Hof. Het aantal ministers is uitgebreid van 16 tot 22 (plus zes extra ministers zonder eigen departement) en het aantal parlementariërs is vanwege een rammelende kieswet gegroeid tot 589 (was eerst 407). Tegen 20 parlementariërs loopt een strafproces. Het nieuwe parlement heeft een wet aangenomen waarin de toch al ruime parlementaire immuniteit tegen strafvervolging nog verder wordt uitgebreid.

De nieuwe regering zoekt ook naar financiële speelruimte. De Roemeense rijksbegroting lijdt onder enorme pensioenuitgaven, corruptie en grootschalige belastingontduiking, zodat men op creatieve wijze geld probeert te vinden. De minister van Volksgezondheid had bedacht dat binnen 2 maanden behandelingen in privéziekenhuizen (waar patiënten geen smeergeld hoeven te betalen) niet meer door het ziekenfonds worden vergoed. Het geld moest uitsluitend naar het armlastige staatszorgstelsel. Verder heeft de regering de milieubelasting op auto’s omgedoopt tot een vorm van leges en wil een forfaitaire belasting voor bepaalde groepen bedrijven invoeren. Men kan namelijk niet zomaar het begrotingsoverschot laten vieren of andere makkelijke maatregelen nemen, vanwege de leenvoorwaarden van het IMF.

Al met al lijkt men structurele problemen voorlopig te vermijden, een gemiste kans met een dergelijke comfortabele meerderheid en nog vier jaar regeren voor de boeg. De regering rept met geen woord over het pensioenstelsel, de zorg, de corruptie, het openbaar bestuur of het absorberen van EU-fondsen. Dit voorspelt weinig goeds voor de ontwikkeling van Roemenië op de middellange en lange termijn.

 

Gristenbroeders

Toen ik met Bouman Senior twee jaar geleden een toer door de Boekovina maakte, hebben we heel wat kloosters gezien. Puur toeval natuurlijk. In een van die kloosters, het klooster Neamț, raakte ik in gesprek met een monnik, die daar niet geheel toevallig was maar wel met opzet. Die monnik vond dat protestanten maar heidenen waren en hij poogde mij over te halen om naar de Roemeens-orthodoxe moederkerk te verhuizen. Sindsdien heb ik vooral ruimdenkende priesters ontmoet, die het niet zo erg vonden om iemand van protestantse huize te ontmoeten. Van eentje moest ik wel met alle geweld een icoon kussen, gelukkig was ik net iets sneller. Ook ben ik slachtoffer geworden van een bekeringspoging door een zigeuner-taxichauffeur die mij tot de Zevende Dagsadventisten wilde bekeren. Uitgerekend tijdens een rit naar het vliegveld, in de spits, dus hij had anderhalf uur de tijd.

Toch leeft het idee van Roemeense orthodoxie als enige ware geloof krachtig voort onder bepaalde groepen. Diezelfde groepen hebben vaak ook een nationalistische inslag (en zijn daarom ook anti-Hongaars). Dus niet altijd de meest verlichte geesten. Er is een doorlopende landelijke actie van nationalistische snit, waarbij op bushokjes en op allerlei muren de kreet „Basarabia e România!” (dat wil zeggen: het grondgebied van de huidige republiek Moldavië moet weer bij Roemenië gaan horen, zoals voor de oorlog) wordt aangebracht. Je ziet ze overal. Er is ook een stickerserie van.

Maar de sticker hieronder had ik nog nooit gezien. De tekst luidt in het Nederlands: Zeg nee tegen oecumenisme – Roemenië, orthodoxe grond. Zo zout had ik het nog nooit gegeten. Ik kan me geen lievere beweging indenken dan de oecumenische. En zelfs daar willen sommige Roemeens-orthodoxen dus niet aan… ik zou bijna zeggen, doe er een flinke secularisatie overheen en dan piepen ze wel anders 🙂

ortodocsii

Winter wast witter dan wit

Het ‘huis van oma’ staat er ook ’s winters bijzonder mooi bij, zie de foto op Ana’s site:

en daarom leek het ons een leuk idee om dit jaar met Kerst naar het platteland te tijgen, alwaar wij bij de houtkachel slempen aan de țuică, ons rond eten aan de tobă en van de heuvels glijden met de sania. Beter kan de kerst min of meer niet worden. Alles is authentieker en intenser op het Roemeense platteland, ook al is het voor de permanente bewoners vaak afzien. Van de kerkdienst in het pas opnieuw befrescode kerkje tot hte bezoek aan vrienden in een mistige sneeuwvlakte aan de rand van het dorp.

Roemenië glijdt ondertussen zachtkens richting 2013, moe van het politieke tumult van het afgelopen jaar, toe aan wat economische groei en met de vrees van de wilde winter van 2012 nog fris in het geheugen. Het wordt vast een interessant jaar, want in Roemenië gebeurt er iedere dag wel iets geks. Ik hoop – ook zachtkens – dat we in 2013 nou eindelijk eens een regering hebben die goeie plannen kan laten uitvoeren. Je terugtrekken naar het platteland, waar de tijd lijkt stil te staan – om er een reisgidscliché bij te pakken – is uiteindelijk toch vergeefs als modern Roemenië weer de verkeerde kant op zwalkt.

Aan de andere kant moeten we ook niet teveel aandacht geven aan de politiek. Als je ze even wegdenkt is Roemenië een soort Narnia. Dat is toch heel wat waard.

Gaudeamus

De nationale boekenbeurs van Roemenië is een van de grootste culturele evenementen van het jaar. Het festijn, dat Gaudeamus is gedoopt (bij ons in huis al gauw geëvolueerd tot Gouwe Anus), grijpt zich aan in het Romexpo-gebouw, een communistisch ufo-vormig betonfeest.

Vandaag (zondag) was de laatste dag. Vriend Vlad, die vrijdag bij de presentatie van het nieuwe boek van zijn oom was (die oom is 98 jaar), vertelde dat hij allerlei tv-persoonlijkheden tegenkwam die je nooit op een boekenbeurs zou verwachten, zoals ene Simona Sensual of de beruchte Bahmuțeanca.

Vandaag wat minder mediageweld. Ik zag een presentator van de televee en Ana-Maria heeft een ex-minister van Cultuur gespot. Het publiek bestaat vooral uit koopjesjagers en mensen die naar bevriende boekpresentaties komen kijken, heb ik me laten vertellen.

Het personeel van de uitgeverijen die de stands bevolken (er zijn ook muziekwinkels, verkopers van etherische oliën en Roemeniësoevenirs aanwezig op de beurs), zag er na drie dagen beurs erg mat uit. Beursgebeursd. Er waren drie soorten verkopers: louche figuren met teveel gezichtshaar die ongeïnteresseerd op stoeltjes hingen, oudere dames in bloemetjesjurken die erg boos leken te worden als je wat wilde kopen, en jonge dingen die enthousiast hun werkgever aanprezen (1 exemplaar). Oh ja, en de  aan levensmoeheid lijdende Moldavische (Roemeenssprekende republiek aan de andere kant van de rivier de Prut) exposanten die géén boek over de geschiedenis van Moldavië hadden, maar wél over sterilisatietechnieken van melk.

Overigens heb ik wel degelijk gevonden wat ik zocht, want aanbod was er genoeg. Roemenië is traditioneel een leesland (men zegt vanwege geen tv onder het communisme) en hoewel dat afneemt zijn er veel uitgeverijen die hun best doen. De universiteitsuitgeverijen en die van verschillende musea waren aanwezig, de uitgeverij van het leger, Greenpeace met wat brochures, uitgeverijen van educatief materiaal, van geestverruimende literatuur, van buitenlandse bestsellers en Roemeense grootheden. Je struikelt over de boekpresentaties, ik heb er in een uurtje rondwandelen een stuk of vijf gezien. De audio van de ene presentatie concurreert met de volgende, en met de muziek van de muziekwinkels en de trekking van verlotingen. Een gezellige bedoening.

Toch denk ik niet dat ik volgend jaar weer ga. Spannend, sprankelend of origineel was het geenszins en er zijn ook andere dingen te doen op zondagmiddag. Boekje lezen bijvoorbeeld.