Snows of Bucharest

Eindelijk is het dan zo ver. We mogen dan in een vaccinloos land wonen, maar ze hebben hier tenminste wel een fatsoenlijke zomer (4 maanden mooi weer) en in de winter sneeuwt het zoals het hoort.

In Boekarest sneeuwt het niet zo vaak, maar vandaag is het hier een sneeuwjacht van jewelste. Burgemeester Oprescu heb ik vorige week nog op de televisie zien beweren dat alle sneeuwschuivers er patent bijstaan, mSneeuw in Titan, december '09aar daar viel onderweg terug van kantoor niets van te merken. Op de Liviu Rebreanu-boulevard, een verkeersader in het oosten van de stad, was de voor stadssneeuw zo kenmerkende grijze pulp nog niet verschenen. Op zich wel leuk natuurlijk, als voetganger kom je visueel aan je trekken en je hoeft niet bij ieder kruispunt door de prut te waden.

Als het sneeuwt wordt deze stad ook mooier door wat je niet meer ziet, net als ’s nachts. Op de achtergrond van deze foto is bij heldere lucht een horizon van foeilelijke betonflats te zien. Nu: een woest bergmassief uit een sprookje.

Een avondje Arnon

Vorige week was Arnon Grunberg in Boekarest. Dat mag gerust het Nederlandse literaire evenement van het jaar heten voor onze stad, dus de onderaardse studentenbar waar de discussie-avond plaatsvond was mudjevol. Een meisje van een literair tijdschrift had de avond georganiseerd en voor dat doel ook wat mensen opgetrommeld die ‘iets’ met Arnon hadden: vertalers van zijn werk, de uitgever, docenten Nederlands aan de universiteit, een collega-schrijver, een aantal theatermakers… wie wie was op het podium werd mij pas gaandeweg de avond duidelijk. Temeer omdat er een spannende dynamiek ontstond tussen af- en aanlopende podiumgasten, de hele avond lang.

Grunberg, die ondanks zijn hoge haardos en kekke laarsjes klein bleef tussen de Roemenen, had een heel prettige manier van doen. Hij kwam oprecht geïnteresseerd over in de discussies, luisterde geduldig, gaf omstandig antwoord op zelfs de meest vage debiteringen en had daarbij een indrukwekkende podiumuitstraling. Aimabel. Dat zijn Roemenen niet van alle schrijvers gewend: ik hoorde dat die zich hier graag met voetstuk en al door de wereld bewegen.

Tijdens de discussies moest ik, afdwalend, aan de romans denken. Het gesprek ging vooral over zijn journalistieke werk, maar ik vind vooral zijn romans goed. Stukjes schrijven kan iedereen. Ik denk dat ik zijn debuut in 1995 heb gelezen. Ik vond er niks aan. Destijds was ene Giphart erg populair – Ronald’s rukboekjes werden zijn werkjes wel genoemd. Het eerste boek van Grunberg leek een soort imitatie daarvan. Arnon’s aftreksels, zo u wilt. Later werk ben ik erg gaan bewonderen, onder andere De geschiedenis van mijn kaalheid, die nu dus pas in het Roemeens is vertaald. De roman Tirza vond ik eigenlijk té goed. Die was zo huiveringwekkend dat ik hem niet meer kon verdragen in de boekenkast, en heb weggegeven. Misschien toch maar eens wat journalistieks lezen…

Huize Titan

Het is zover: het huis is door de kerk! Vorige week vrijdag mochten wij het slot van deze spannende thriller schrijven door ondertekening van het koopcontract ten burele van de notaris.

Ondanks het feit dat het contract bijna alleen standaardclausules bevatte en ondanks (of misschien vanwege) het toeziend oog van mevrouw de notaris zelve presteerde de type-afdeling – u leest het goed – het om drie keer fouten in de tekst te laten zitten. Bij wijze van nageboorte werden we, net thuisgekomen van de ondertekening (onze eerste koopwoning samen) gebeld of we nog even langs wilden komen voor nog wat handtekeningen. Er was een rekenfoutje gemaakt…gelukkig niet in ons nadeel.

Zodoende zitten wij vanaf februari (de vorige eigenaar moet zijn nieuwe huis nog even van verwarming enzo voorzien) in de buurt van maar liefst twéé parken. Nog steeds in Titan uiteraard. En een eigen parkeerplek, vlak dat niet uit.

Dus voorlopig niet meer op huizenjacht. Maar we hoeven ons niet te vervelen. Met dit einde is ook een nieuw begin gekomen: een nieuwe gang door de instituties is vandaag officieel gestart. Het eerste bezoek was aan de afdeling Lokale Belastingen van het sectorbestuur. De notaris had mij verteld dat ik hierheen moest, maar ik kon helaas haar aantekeningen niet meer lezen. Wat ik precies moest doen hier was mij dus een mysterie. 

Ik boog mij na de ingang door een openstaand loketluikje, waar twee vriendelijke dames zaten te dollen. Zij verwezen me door naar ‘kamer 101 of kamer 102 , eerste verdieping’. Kamer 101 was op slot. Kamer 102 was in gebruik door vier dames op leeftijd, de een nog norser dan de ander. Toen ik bedeesd maar toch een beetje trots vertelde dat we net een appartement hadden gekocht en dat de notaris me gestuurd had, vroeg de meest assertieve welke straat het was. Toen ik het zei, bromde de opper-azijnmevrouw dat ik in kamer 103 moest wezen. Het leek wel of ze een borsj-infuus had (borsj – het ingrediënt voor zure soep).

Voor kamer 103 stond een rij. Daar stonden we dan op de gang. Ik had zo mooi de gelegenheid de borden te bestuderen waarop stond voor welke straat je in welke kamer moest wezen. Onze straat stond bij kamer 102. Ik verdacht het borsj-infuus ervan mij expres het bos in te hebben gestuurd. Na enig geduld stapte ik kamer 103 binnen.

Hier zaten twee dames, waarvan de een niets te doen had. Deze zei bij wijze van begroeting, maar zonder het hoofd van de monitor af te wenden: ‘Documenten!’ Dus ik vriendelijk uitleggen dat ik niet precies wist wat ik kwam doen, maar we hadden net een appartement gekocht etc. Het bleek dat ik me moest inschrijven in de ‘Rol der belastingen’ – het klonk me erg oud-Egyptisch in de oren – en daarvoor hoefde ik slechts twee kopietjes te maken. In kamer 117.

In kamer 117 stonden twee ambtenaren gezellig te kletsen temidden van een jungle aan kamerplanten. Toen ik vertelde wat ik kwam doen en wie mij had gestuurd, wilde de ene mijn kopietjes wel maken. Ze zei wel achterdochtig: ‘ik dacht dat kamer 102 dienst had vandaag!’ Ik zei ja die hebben me naar 103 gestuurd. Toen keek ze heel begrijpend. Ambtenaren zijn ook mensen, weet u.

Terug in kamer 103 met mijn kopietjes was de mevrouw verdwenen. De andere mevrouw zei desgevraagd: komt zo terug. Na enig wachten kwam de vrouw inderdaad terug, met natte handen (toilet?), ging achter haar bureau zitten en zei met een grafstem: ik kan u helaas niet meer helpen vandaag. Het is half vijf geweest en de directrice is naar huis. Zonder haar handtekening en stempel kan ik niets doen.

Ik keek op mijn horloge. Drie over half vijf. Het geluid van vallende potloden had ik waarschijnlijk even gemist. Ik zei tegen de vrouw: ik was hier drie minuten geleden, ik moest van u twee kopietjes maken. Was niks aan te doen. Morgenochtend terugkomen. Ze zei nog: ‘Ik heb mijn plicht gedaan, door u te vertellen welke documenten u nodig heeft.’ Geen speld tussen te krijgen.

Trots op trekpop

In eerdere stukjes is de naam Mircea Geoana al gevallen. Hij is de voornaamste uitdager van de zittend president Basescu voor het presidentschap. De tweede ronde van de verkiezingen zijn in het laatste weekend van november. Deze Geoana kandideert zich af namens de PSD (sociaal-democraten), een partij met een stevige machtsbasis in de provincie. Geoana & friends

Geoana wordt ervan verdacht de speelbal te zijn van zijn partijbaronnen, zoals daar zijn voormalig president Iliescu, voormalig premier Nastase, stadsdeelburgemeester Vanghelie, partijvoorzitter Hrebenciuc: Stuk voor stuk schurken van het zuiverste water. Allemaal hebben ze wel een proces aan hun broek hangen of dat om onduidelijke reden geseponeerd gekregen.

Nu is de ironie van deze poster (gespot op metrostation Dristor I, je ziet deze postervariant weinig), dat hij precies maar dan ook precies uitdrukt wat iedereen over Geoana schampert. Hij is het schuchtere schooljongetje dat als kop van jut fungeert op een verzameling boeven die de touwtjes in handen hebben… en blijkbaar zijn ze er nog trots op ook!

Toen ik deze foto had genomen werd ik aangesproken door een mevrouw die de poster ook grappig vond. Haar theorie was dat deze poster eigenlijk voor de provincie bedoeld is, waar de simpele boeren nog geloven in dynastieën die moeten worden voortgezet. De slogan op de poster luidt: ‘Samen zullen we overwinnen’.

Staatshoofd naar keuze

Het straatbeeld wordt de laatste tijd opgesierd door een woud aan spandoeken. Op iedere hoek staart mij een set presidentskandidaten aan vanaf meer dan levensgroot plastic.

Natuurlijk wordt de sMircea Geoana houdt de moed erinpandoekenwedloop gedomineerd door de usual suspects. Kandidaten van de grote partijen (huidig president Basescu van de PD-L en zijn voornaamste uitdagers Geoana van de PSD en Antonescu van de PNL) zijn daarom ook het vaakst slachtoffer van lichte animositeit. Zo heb ik al de eerste gevallene aangetroffen bij de brug over het meer:

Mircea Geoana in deplorabele staat. Nu wordt deze man ervan verdacht een trekpop te zijn van zijn sociaaldemocratische partijbaronnen. Dus ik kan mij voorstellen dat hij de moed in de schoenen laat zakken af en toe.

En die arme Crin (lelie betekent dat) Antonescu. Over hem gaat het hardnekkig gerucht dat hij de spreekbuis is van een stel louche industriële tycoons. Op zich een sympathieke volksjongen uit Tulcea (volgens zijn verkiezingsfolder)…

Naast de grote jongens strijdt er een hoop kandidaatjes om wat aandacht in de media. Zonder budget kan je niet de hele stad volhangen, vandaar dat ik van ene Remus Cernea in de hele buurt maar één (1) spandoek heb gespot.

Denk moedig

Remus is van de Groenen. Dat wil zeggen: een van de groene partijen. Want hoe miniem de aanhang ook, wat groen is vecht bek. Daarnaast heeft hij een opvallend afwijkende posterhouding ten opzichte van zijn collega-presidentskandidaten. De meesten kijken de kiezer recht in de ogen. Sommigen hebben zelfs wat supporters op de poster ingevoegd. Maar zo niet Remus. Remus kijkt óf heel scheel, óf hij ziet groene vergezichten. Laten we het op het tweede houden. Op het spandoek heeft hij namelijk ook al een vreemde donkere plek achter zijn hoofd. Kan een fotoshop-probleempje zijn. Kan ook een paardestaart zijn. Hoe dan ook: als ik mocht stemmen, had Remus mijn stem. Mensen met zo’n poster verdienen het gewoon. En dan had ik nog niet eens zijn slogan vermeld: ‘Denk moedig!’ Inderdaad, hier is heel wat moed voor nodig.

Voedselhulp

Bij oma op het dorp hebben de meesten het niet breed. Veel ouderen moeten rondkomen van een pensioen van 100 Euro per maand, en ook in Roemenië koop je daar niet veel voor. Vandaar dat oma en tante Stelutza (een inwonende oudtante) in praktische en financiële zin moeten worden bijgestaan.

Een onverwachte weldoener hierin is de Roemeense regering. Het kan zijn dat het met de verkiezingstijd te maken heeft – zou het? – maar van hogerhand was blijkbaar tot Voedselhulp besloten.

Hoe weet ik dat? Tante Stelutza zat ineens met vijftien kilo meel Regeringsmeelopgescheept en wij kregen ook een pak.

Er staat onder andere op te lezen: Gemeenschaps-voedselhulp, niet voor de verkoop. En daaronder: Hulp van de Europese Unie.

Nou zijn ze in het dorp wel arm, maar hongersnood heerst er niet.  Zeker nu niet meer…

Mocht u zich afvragen waar uw belastingcentjes blijven: daar gaan wij morgen cake van bakken!

Druk

Vandaag weer een pareltje.

Zoals iedere gezonde Hollandse jongen heb ik af en toe nieuwe visitekaartjes nodig. Na enig online speurwerk vond ik een site van een bedrijf die er voor de verandering niet uitzag alsof het gister was gestart en morgen failliet zou gaan. Dus komaan.

De copyshop was vlakbij Piata Romana aan de Dacia-boulevard, een buurt waar sierlijke oude vervallen gebouwen worden afgewisseld door spiegelglazen monsters zoals het Howard J. hotel.  Ik opende de voordeur naar een soort halletje, een kleurrijk kartonbord wijst naar de deur die ik moest hebben. Binnen gekomen was ik getuige van een partij verbaal molest waar iedereen behalve de meest geharde Boekarester bij zou verbleken. Drie puisterige vroegtwintigers hadden het met elkaar aan de stok over de gebruiksaanwijzing van een printer. Dat er een klant binnen was interesseerde ze niet in het minst. Tot zover geen verrassingen…

Toen de baliemedewerker (zijn kaartje vermeldde ‘marketing manager’) mij eindelijk vroeg wat ik wilde, legde ik uit dat ik ’s morgens een e-mailtje had gestuurd met een design voor een visitekaartje, en dat ik graag zelf even wilde kijken welk papier het moest wezen, en dat men mij had gezegd dat ik de hele dag langs kon komen. Zonder ook maar enige moeite te doen om in de mail te kijken zei hij dat ik maar opnieuw een mailtje moest sturen.

Ik zei jullie hebben het design al, ik heb het vanmorgen gemaild aan ene Manzotti. Hij gaf geen krimp, hoewel later bleek dat hijzelf Manzotti was en mij diezelfde ochtend de ontvangst van mijn mail had bevestigd, en herhaalde dat ik nogmaals een mail moest sturen, ondertussen zijn vriendin manend haar telefoongesprek elders voort te zetten.

Ik zei wie is hier nu de klant, u of ik? Onbegrip droop van des mans gezicht. Ik zei ik heb die mail van je eigen website verstuurd, en ook antwoord gehad. Vanochtend. Geen reactie, totdat hij zei: Je krijgt ze sowieso toch niet vandaag mee…

Dankbaar voor zoveel gratis inspiratie verliet ik de winkel…

Huis kopen deel III

Na maanden en maanden werk is morgen de dag van de waarheid. Zal de eigenaarster van het appartement dat we willen kopen erin slagen om de echtscheidingspapieren van de vorige eigenaar uit 1995 uit het archief van de rechtbank op te diepen, of krijgen we nul op het rekest?

Het is hier een dolle boel met huizen kopen, dat hebben trouwe lezers wel gemerkt. Nadat een bepaalde bank ons na 7 (!) weken wachten liet weten onvoldoende stukken te hebben in het dossier om het appartement goed te keuren geloofden wij het in feite verder wel. In de tussentijd hebben we gelukkig ook een andere bank gevonden die hoewel net zo streng, ons toch klantvriendelijker bejegent.

Na advocaten te hebben ingeschakeld, voormalige eigenaren te hebben opgegraven, beduimelde bankdirecteuren te hebben bezworen, argwanende archiefambtenaren te hebben aangesproken heeft de eigenaar van het ‘object’ nu via een kennis Het Document bemachtigd, waaruit moet blijken dat zijn schoonmoeder daadwerkelijk de enige echte eigenaarster is en het dus mag verkopen…of althans, dat document moet die schoonmoeder dus morgen met de kennis uit het archief gaan trekken.

Wij zijn ondertussen op alles voorbereid. U wilt de kwitantie waartegen mijn overgrootvader zijn eerste radio kocht? Geen probleem. U wilt Napoleon’s laatste boodschappenlijstje voor hij naar Elba vertrok? Koud kunstje. U wilt de  steen waarop Burebista zijn liefdesbrieven beitelde? Het is alles niets vergeleken bij wat je voor een hypotheekje bij elkaar moet krijgen…

Theater

Vorige week was het Experimentele Dansweek in Boekarest, en wij – experimentele dansfans van het eerste uur- togen naar het Nationale Theater alwaar in een bovenbijzaaltje een van de voorstellingen plaatsvond.

Dat wil zeggen: hij zou plaatsvinden, maar wegens het feit dat de organisatie de zaal niet tijdig had weten aan te passen werd er een film vertoond met daarop de voorstelling. Maar goed dat ze die bij zich hadden, denk je dan.

nationaal theater boekarest Het Nationaal Theater is een betonblok met boogramen. Meer kan ik er niet van maken. Het is zonder meer een indrukwekkend gebouw, middenin Boekarest dus iedere toerist komt erlangs. Maar als dit gebouw een theatergevoel moet uitdrukken is de Euromast een cirkel. Als u me vat.

Van binnen is het een stuk aardiger dan van buiten. Op het dak bevindt zich een terras (helaas heb je door de manshoge borstwering geen enkel uitzicht) en ergens achterbovenin is een bar die luistert naar de naam ‘Melkhandel Ennéus’. Dus dan weet je het wel. Maar het mooist is het trappenhuis links achteraan zeg maar bij de buren (het Operettetheater). Als een soort invers afdalen in de onderwereld is iedere verdieping met steeds duisterder grafitti gesierd – tot je op een gegeven moment op een bewoonde afdeling komt waar net een laminaatje is gelegd. En daar was dan ook net de zaal waar wij  – experimentele dansfans van het eerste uur- togen naar het Nationale Theater alwaar in een bovenbijzaaltje etc.

Pluk

Roemenië is zo’n land waar voor het eten een borreltje en bij het eten een wijntje wordt gedronken. Als daar tijd voor is, uiteraard.  In feite is het hier gewoon een wijnland. Ik heb me laten vertellen dat Roemeense wijn in Nederland niet veel wordt geïmporteerd, omdat de kwaliteit zo fluctueert: nu eens prut, dan weer fantastisch.

Maar goed, die wijn moet ergens vandaan komen en veel mensen in de streek van mijn schoonouders hebben een gaardje achter het huis. Voor eigen gebruik, en zo komt het dat ik afgelopen weekend voor de tweede keer mee mocht doen met de druivenoogst. Ook de buren hielpen mee, met emmertjes werd het hele gebeuren in een enorm vat geleegd (2 meter hoog) via een druivenpletapparaat – handmatig aangezwengeld door yours truly.

Na een dagje wachten het druivensap eruit laten lopen en hup in het eikenhouten vat. Vervolgens de druivenprut uitpersen met een druivenpers – handmatig aangezwengeld door yours truly. En hup in het eikenhouten vat.

druivenplukken roemenie

druivenplukken roemenie

En nu? vroeg ik aan Paul.

Nu gaan we wachten, zegt Paul.

Het leven kán zo simpel zijn…